Ik ben nog lang niet jarig

Ik ben nog lang niet jarig
Langgerekte, blauwe walmen bewegen door de lucht. Mijn vader blaast rook uit na een trek van zijn shaggie, het dwarrelt naar mijn zus die naast hem zit en naar de vriend die weer naast haar zit. De volgende vier vriendinnen maken met hun stoeltjes een mooie bocht. De buurman sluit aan, een vriendin en haar man maken weer een bocht en mijn moeder maakt de rij af. Ze zitten om mijn salontafel heen. Een salontafel waar toastjes met filet americain, brie, pittige kipsalade, nootjes, chips, dipsaus en kaasstengels op liggen. Alleen de leverworst ontbreekt.

Ik was jarig. En als je je afvraagt, waarom begint ze hierover? Nou. Als je een blog begint over je achtentwintigste levensjaar, lijkt deze verjaardag het juiste begin. Nu houd ik niet van mijn verjaardag en daarom vier ik ‘m nooit. Het hierboven beschreven Hollandse rondje stoelen is eigenlijk precies de reden dat ik het niet vier. Ik haat het. Ik ben bang dat mensen het niet leuk hebben in zo’n vaste opstelling en ook dat mijn zelf gebakken taart niet lekker is. Een andere reden is dat ik steeds ouder word en toch minder lijk te bereiken, dat geheel terzijde. Mijn vrienden vinden het onzin, de rondjes ontstaan overal, zeggen ze. “Dit jaar vier je het dus echt wel,” zei één van die vrienden en toen de woordgrap, “als je het dit jaar weer niet viert, ben je nog lang niet jarig!”

Dus ik vierde het, op zondagmiddag. De haat voor Hollandse verjaardagen mocht niet baten. Ik stond erbij en keek ernaar: een rondje stoelen. Er ontstonden kringgesprekken over aardappels en wat je daarbij kon eten, mijn gebrek aan gordijnen, baby’s (ben je voor of tegen?), en de voordelen van fietsvakanties. Ik was zelf veel bezig met de toastjes, de wijn en doekjes pakken. Maar, ik moet eerlijk zijn, het was niet onprettig. Mijn appeltaart viel in de smaak, er werd lekker geouwehoerd, ik hoorde regelmatig gelach en iedereen vertrok in ieder geval net zo vrolijk als dat ze waren binnen gekomen.

Toen de laatste was vertrokken, ging ik niet stofzuigen, ook al was het wel nodig. Ik haalde wat boterhammen uit de vriezer en deed de tv aan. Hé, ik heb eigenlijk niemand gesproken. Er is ook niet voor me gezongen. En ik ben vergeten mijn kaarsjes op de appeltaart te zetten. Als ik niet dacht wat ik hierna op schrijf, had mijn verjaardag makkelijk de trigger kunnen zijn voor een lichte winterdepressie.

Ik ben nu 28 en dan gebeuren er mooie dingen. Dat weet ik toevallig. Toen zij 28 was, ontmoette Maxima haar Willem-Alexander. Marco Borsato brak op diezelfde leeftijd door met Dromen zijn Bedrog. En Irene Moors, die scoorde op haar achtentwintigste haar grootste hit tot nog toe, met de smurfen: No Limit.

Zo, de boterhammen waren inmiddels ontdooid, ik strooide rijkelijk met de hagelslag – het was immers mijn verjaardag – en stak m’n kaarsjes aan. Fuck it, dacht ik, ik ben een achtentwintiger en heb een heel jaar om van alles te bereiken. Ik ben nog lang niet jarig. En toen blies ik.

2 gedachtes over “Ik ben nog lang niet jarig

  1. Leuk Lianne, lekker snel geschreven, leest heel makkelijk !!!
    gedaan !!!

  2. Heerlijke column. Erg herkenbaar ook. Ik vier mijn verjaardag ook niet om die reden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s