Klontborsten II

Tietkiek

Voordat je dit gaat lezen, lees eerst even Klontborsten I.

Uit mijn ondergoedlade pak ik de netste bh die ik kan vinden. Ik doe mijn klontborst en mijn normale borst in een keurige witte, met een beetje kant. Perfect voor de fotoreportage. Met de keurige bh onder mijn kleding sta ik – met een vriendin – een kwartier te vroeg op de rode linoleumvloer van het Diakonessenziekenhuis. We drinken een vies kopje koffie, ik vertel haar dat ik van de zenuwen aan de diarree ben en vraag of ze denkt dat ze hier wijn verkopen. Zij zegt dat het tien voor elf ’s ochtends is. Daarna volgen we route 222 naar de Röntgenafdeling, die eindigt in wachtkamer G. Er zitten alleen maar vrouwen: jong, oud en op de helft. Sommigen ogen zenuwachtig en anderen kijken of ze net een nummertje hebben getrokken bij de groenteboer. Ik hoor bij de eerste groep. Eén voor één worden ze door een kordate mevrouw met kort haar en een grote bril een kamertje binnen geroepen. Ze gaan allemaal met hun borsten op de foto. Met hun hand over hun borsten wrijvend, komen ze eruit en gaan weer zitten. Even later komt de mevrouw naar buiten, zegt “De foto’s zijn in orde,” waarop de vrouwen gerust gesteld weglopen. Makkelijk zat.

Ik mag nu naar binnen van de mevrouw. Ik mag van haar mijn bovenkleding uittrekken, dan mag ik bij het apparaat komen staan en dan mag ik mijn linkerborst op de plaat van het apparaat leggen. Ze is vriendelijk. Omdat ik mijn borst nog nooit eerder ergens op heb gelegd, ben ik er geen expert in. Voordat de foto kan worden gemaakt, tilt de mevrouw mijn borst op, duwt een beetje naar links, trekt ‘m omhoog, legt ‘m dan neer op de plaat en geeft nog een zacht tikje naar rechts. Ze kijkt ernaar, knikt tevreden: de perfecte compositie, mijn borst lijkt er klaar voor. Het apparaat gaat aan en langzaam komt er een andere plaat naar beneden die mijn borst plat lijkt te gaan drukken. Het gaat weer niet goed want hij floept er tussenuit. Met haar koude handen propt ze mijn borst terug tussen de platen totdat er weinig meer overblijft dan een te dikke mislukte pannenkoek met een tepel erop. Au. Ik vind het jammer dat mijn borst niet zo fotogeniek is. “Je mag nu terug naar de wachtkamer, wij bekijken even of de foto technisch in orde is en dan zullen we de uitslag morgen naar je huisarts doorbellen,” zegt ze terwijl ik nog steeds alleen in mijn spijkerbroek sta, maar wel met mijn armen over elkaar. Het moet een gek gezicht zijn.

In de wachtkamer vertel ik de vriendin dat mijn borsten beurs zijn en neem een kauwgompje. De mevrouw doet na een paar minuten alweer de deur open, kijkt me aan en zegt: “De foto is in orde, maar we zien een plekje. Dus we willen nu meteen een echo maken. Je kunt doorlopen naar wachtruimte…”
Ik slik mijn kauwgompje per ongeluk door en sta op.
“Welke wachtruimte moeten we nou?” zeg ik tegen de vriendin, “ik hoorde alleen maar ‘plekje’.” Zij weet het ook niet. Zij hoorde ook plekje. Een andere mevrouw, maar ook met bril steekt haar hoofd uit een ander kamertje en roept mijn naam al. We hoeven niet eens te zoeken.

“Doe je truitje uit en ga daar maar liggen,” zegt ze. Ik ga liggen. Ze knikt geruststellend en kijkt naar een klein vierkant beeldscherm met blauw-zwarte kleuren, dat ik eigenlijk alleen maar ken uit films waarin een baby wordt geboren. De mevrouw smeert lichtblauwe gel op het ding met die ronde kop dat normaal over de buik gaat.
“Het is even koud hoor,” zegt ze.
Ik had mijn eerste kennismaking met een echo apparaat toch iets anders voorgesteld. Bij voorkeur met een leuke vent naast het bed en dat we naar iets kijken dat leeft in mijn buik en niet in mijn tiet.
Ze rolt met de gel over mijn borst. Het is echt koud. Met gespleten ogen kijkt ze naar het beeldscherm, ook net als in de film.

“Kijk, daar is ‘ie,” zegt ze en wijst naar iets blauws. Ik kijk, maar waarnaar weet ik niet precies.
“Het gaat helemaal goed,” ze lacht een beetje.
Ik krijg het idee dat er een mini baby in mijn linkerborst aan het groeien is.
“Kijk, dit is je klier,” haar wijsvinger tikt een blauw plekje aan, “en hier is ‘ie ontzettend opgezwollen.”
“Mijn klier?”
“Ja, hij ziet er goed uit, er is niks aan de hand. Maar ik snap wel dat je wat voelde.”
“Het is dus niks?”
“Het is niks, je klier is onrustig, het zijn hormonen. Hij wordt vanzelf weer normaal.”
“Jezus, wat fijn,” gooi ik eruit. “Sorry, maar ik ben zo opgelucht.”
“Maar blijf wel borstonderzoeken doen. Elke maand. Vanaf jouw leeftijd is dat echt belangrijk.”

Het is geen klontkanker. Ik adem diep in, mijn klier is gewoon onrustig en adem uit. Het wordt vanzelf weer normaal. Ik hoef niet meer te denken aan mijn gebrek aan verzekering, aan bij mijn ouders wonen of aan mooie en verdrietige liedjes. Dat is fijn. Maar als je achtentwintig bent, moet je dus regelmatig je borst onderzoeken. Gatverdamme. Dat is naar. Maar ik zal het wel doen, elke maand. Gelukkig weet ik wel hoe een onrustige klier nu voelt.

4 gedachtes over “Klontborsten II

  1. Al met al een verhaal wat menig vrouw zal herkennen met name de angst en de zenuwen. Maarrrrrr je hebt het onderwerp grappiger en daardoor een stukje bespreekbaarder gemaakt. Mooi stukje werk!!

    Wim

  2. fwew, vond t ff een retespannend verhaal worden. Mooi verwoord Li.

  3. Zo dat was super spannend, goed geschreven trouwens. Je schrijft echt leuk!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s