Imponerende weetjes

Haar

Eén van de leuke dingen van ouder worden, is dat je dingen leert. Gewoon, weetjes, waar je op verjaardagen anderen mee kan imponeren. Zo kwam ik er onlangs achter dat de nek van een pas geboren baby het niet doet. Wist ik niet. Een baby fungeert de eerste paar weken van haar leven als zo’n Chinees hondenbeeldje waarvan het hoofd op en neer gaat als je er met je vinger op tikt. Ik leerde ook dat frikandel tot 2005 gespeld diende te worden als frikadel. Nooit geweten. En ik hoorde tot mijn verbazing dat een vaginale schimmelinfectie helemaal geen SOA is. Dit zijn weetjes waar ik bij het vertellen ervan, een ‘O echt?’ moment realiseer bij mijn toehoorder. Dat vind ik leuk.

Ik heb een vriend die vaak bij mij op visite is. Je kunt het eigenlijk geen visite noemen, want hij is hier bijna vaker dan ik. Daarom doe ik ook gewoon de dagelijkse dingen, de dingen die voor mij heel normaal zijn. Zoals mezelf opmaken. En dan mijn snor signaleren.
“Hè, mijn snor is er weer,” zeg ik.
“Wat? Een snor? Heb jij een snor?”
“Nou, zo meteen niet meer.”
“Yoooo,” zijn beide handen maken een stop gebaar, “scheer jij je?”
“Nee, gek.”
“Maar hoezo heb jij een snor? Je bent een meisje.”
“Ik heb last van kleine haartjes op mijn bovenlip. Dat hebben heel veel vrouwen.”
De vriend knijpt zijn ogen tot speeltjes, ziet de haren en trekt zijn neus op. En zo leert de vriend dat meisjes snorren hebben.

“Ik hars ze met gezichtstrips.”
Hij kijkt raar bij het woord gezichtstrips. Ik kan het hem niet kwalijk nemen. De vriend komt er vervolgens achter hoe we onze snorren verwijderen, want hij kijkt naar me terwijl ik de strip, die de lengte heeft van een pleister, in mijn handen opwrijf (sorry voor dit woord), zodat de wax warm wordt. Dan haal ik het bovenste papiertje eraf en plak de strip met wax op mijn snor.
“En nu?” vraagt de vriend.
“Twintig seconden wachten.”
Hij telt. We wachten. Ik trek het ding eraf. Ik gil.
“Jezus,” zegt hij, “kijken?”
Hij kijkt en zegt dat de snor weg is.

“Hebben jullie op nog meer plekken haar?” vraagt ‘ie.
Ik vraag of hij laagbegaafd is, want natuurlijk hebben we op meer plekken haar.
“Ja, je oksels, je benen, schaamhaar, maar nog ergens anders? Want dat van die snor wist ik niet.”
“Sommige vrouwen hebben haar op hun tenen,” zeg ik.
Zijn gezicht trekt een grimas dat het beste te omschrijven is als een combinatie tussen een lach en een lichte walging. “Je lult.”
“Nee, echt,” zeg ik, een beetje schuldbewust tegenover de rest van het vrouwelijk geslacht dat ik dit verklapt heb.
“Gatver. Hars je dat ook?”
“Nee,” en voordat ik het er over na heb gedacht, zeg ik: “dat scheer ik.”
Grote ogen kijken me aan. “Nu weet ik zeker dat je lult,” zegt hij, “wie scheert er nou zijn tenen?” Hij lacht hard.
Mijn tenen kriebelen, vanochtend heb ik ze geschoren. Dat doe ik één keer per week. Ik scheer van mijn been door naar mijn teen.
“Ja, ik lul,” zeg ik.
Sommige dingen die je ontdekt wanneer je ouder wordt, zijn leuk om te weten; dat de nek van een baby niet functioneert, dat frikandel vroeger frikadel was en dat een vaginale schimmelinfectie geen SOA is. Maar sommige weetjes moeten verborgen blijven. Ik denk dat ik op geen enkele verjaardag iemand imponeer als ze vertel dat ik mijn tenen scheer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s