Broodje Turk

Broodje Turk

Het was een driehoekig afgesneden deel van een rond Turks brood met gebakken gehakt, een beetje sambal, ui, champignons, sla, tomaat en komkommer. De knoflooksaus stond erbij voor wie wilde. Het was eens wat anders dan bloemkool met een papje en elke zaterdagavond lag het op mijn bord. Ik was elf.

Ik woonde op Zuid in Rotterdam en er was pas een Turkse bakker met grote snor bij ons om de hoek komen wonen. Hij verkocht lolly’s met kauwgom erin, Surinaamse broodjes, Turks brood en broodjes shoarma. Mijn moeder was gecharmeerd van de shoarma en maakte haar eigen variatie erop, minus de heftige kruiden plus gebakken champignons. Ze noemde het ‘een broodje Turk’, als eerbetoon aan de bakker. Zaterdag was mijn favoriete dag.

Ik maakte het Broodje Turk vorige week voor een vriendin.
“Waarom noem je dat zo?” vroeg ze.
“Omdat het zo heet,” zei ik.
“Maar dat doe je toch niet? Het is gewoon brood met gehakt. Ik vind het raar klinken: een broodje Turk,” zei ze.
Ik zei dat ik zelf wel uitmaakte hoe ik een broodje noem en dat er in 1996 bovendien een Turkse meneer met snor was die het heel leuk vond dat wij een Broodje Turk een Broodje Turk noemden.
“Je benadrukt het zo, dat hij niet Nederlands is. Dat hij anders is, dat we verschillen.”
“Ja, dus?” zei ik, kauwend op een broodje dat ineens racistisch smaakte.

Ik vraag me af wat het uitmaakt als ik het broodje Turk een broodje gehakt noem. Waarom ik van de vriendin de verschillen niet mag benoemen. Benoemen is iets anders dan oordelen. Als je doet alsof verschillen er niet zijn, kunnen ze groot en pijnlijk worden. Pijnlijker dan je denkt. Ik geef workshops journalistiek aan kinderen van 9 tot 12 jaar, in Rotterdam Zuid. Elke reeks begin ik met een interviewopdracht, de kinderen praten met elkaar over hun wijk.
“Wat vind je niet leuk aan je wijk?” vraagt F. aan haar vriendin S.
“De kerk. Die moet weg,” zegt S.
F. knikt alsof ze het ermee eens is, maar heeft net van de juf geleerd door te vragen: “Waarom?” zegt ze.
S. haalt haar schouders op en zegt: “In de kerk komen christenen, die moeten allemaal weg. Ik heb een hekel aan christenen.”

In de tijd dat ik een Broodje Turk nog een Broodje Turk durfde te noemen, zat ik met 25 andere kinderen in groep 7, dezelfde groep als waar F. en S. in zitten. Samen met Rodney, Melissa en Sandra was ik de enige die wit zag,kwam ik later achter. De rest kwam uit Suriname, Somalië, de Antillen, Turkije, Marokko, Pakistan en de Dominicaanse Republiek. Mijn beste vriendin was de Somalische Nima, bij haar thuis hingen er lakens voor de ramen als gordijnen en matrassen lagen op de grond. Vreemd vond ik dat. Meer niet. Roché ging elke zondag naar de kerk, bijzonder vond ik dat, meer niet. Bij Latoya kreeg ik Surinaamse kippenpoten, pittig vond ik die, meer niet. Ik vertelde Ahmed dat wij ons broodje met gehakt thuis een Broodje Turk noemden. Hij lachte, meer niet.

F. en S. hebben toegang tot veel meer informatie dan ik had toen ik elf was. Ondanks dat ze hetzelfde als iedereen behoren te zijn, worden verschillen boven hun hoofd niet alleen benoemd, maar wordt er iets van gevonden. En daar zit de pijn. Er is een hoop gedoe geweest rond de moskee die is gebouwd op Zuid, vlakbij waar F. en S. op school zitten. Mensen wilden de moskee niet, dus F. en S. willen de kerk niet. Jullie vinden, wij vinden. Ik vind het zielig voor F. en S. dat ze al zo veel vinden. In mijn tijd kregen Turkse kinderen tijdens het knutselen in een apart kamertje Turkse les. Daar vond niemand wat van, dat was gewoon zo. We luisterden naar een Bijbelverhaal met kerst, we kregen snoep met het Suikerfeest. We waren bewust van verschillen, maar vrij van oordelen. Toen, kregen we minder informatie of misschien was er gewoon minder om te doen. Toen. Zo was het goed. We wisten dat we anders waren, maar we dronken allemaal ons pakje melk in de pauze. We waren allemaal anders en dat maakte ons hetzelfde.

Probeer het eens, een Broodje Turk. En noem het zo, vind er verder niks van. Ik ken in ieder geval één gesnorde Turk in Rotterdam Zuid die het zal waarderen.

4 gedachtes over “Broodje Turk

  1. We waren allemaal anders en dat maakte ons hetzelfde. Een hele sterke zin. Mooi verhaal met een sterk moraal, perfect.

  2. Hij is heerlijk hoor.. Dat broodje Turk. Maak het nog steeds af en toe. Die tijd van vroeger zet me wel aan het denken. Inderdaad hielden wij ons vroeger alleen bezig met de dingen waar kinderen zich mee bezig horen te houden

  3. Ja dat waren nog eens tijden he :-))))) Leuk verhaal (enige herkenning van mijn kant) De moraal van dit verhaal?Juist…

  4. Het klinkt mij erg sympathiek in de oren. Een broodje turk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s