Doorkijken

Doorkijken

Als je vrijgezel bent, mis je weleens wat.
Je mist het dat iemand lief ‘t haar uit je gezicht aait.
Je mist het dat iemand je hand pakt omdat hij ziet dat je aan iets verdrietigs denkt.
Je mist het dat jij iemands hand pakt omdat je ziet dat hij aan iets verdrietigs denkt.
Je mist het dat iemand zegt; “ga jij eens even op de bank zitten, je bent moe, ik ga iets voor je koken en ik weet precies wat je wilt”.

Soms mis ik dat ook allemaal niet. Maar soms wel. En soms zeg ik het: ik mis zo een iemand. Ik zei het gisteren. Tegen een vriendin die sinds haar eerste schooldag op de middelbare al met haar vriend is. Ze reageerde met: “Je kunt ‘m overal tegen komen,” toen wreef ze hard doch liefdevol met haar hand over de mijne en zei: “echt.” Meer mensen reageren op een dergelijke wijze. Ik heb het gevoel dat deze luisteraars denken dat ik antidepressiva slik om Het Grote Gemis te onderdrukken, terwijl ik dwangmatig verder zoek naar de vader van mijn kinderen. Even voor de duidelijkheid: dat is niet zo. Maar soms wil ik gewoon zeggen dat ik iemand mis. Soms wil ik ook zeggen dat ik niet begrijp wat de groene paprika in het paprika trio doet. Die vindt niemand lekker.

“Je kunt ‘m tegen komen in de Albert Heijn, je bent gek op vlees, misschien staat ie wel bij de vleeswaren. Of in het park, je houdt toch van mannen met honden, misschien moet jij ook een hond nemen en dat je elkaar dan daar ontmoet. Of misschien toch gewoon in de kroeg. Een kroegtijger past wel bij je.” De vriendin gaat – goed bedoeld – door met het benoemen van potentiële ontmoetingsplekken, terwijl ik bedenk dat ik het zat ben dat mensen potentiële ontmoetingsplekken opsommen. En dan, ineens, denk ik aan Timo. Typles Timo.

“Leg je vingers op het toetsenbord. Neem de basisposities in. Linkerwijsvinger op de F linkermiddelvinger op de d, linkerringvinger op de s en de linkerpink op de a. Tik f, f, r. Nog een keer. F, f, r. En doe dat zes keer.”
Ik was veertien en zat na schooltijd op typles. Niet veel ouders die op Zuid woonden, zagen ’t nut in van het kunnen typen met tien vingers, dus er waren weinig kinderen in het informaticalokaal. De coole kinderen zaten niet op typles. Behalve ik dan natuurlijk. Timo zat een paar stoelen rechts van me. Ik vond hem niet knap of stoer. Hij had een bril. Hij had een bril en die schoof hij een paar keer tijdens het typuur omhoog. Hij keek naar me. Ik keek naar hem. En dan voelde ik iets, iets dat ik niet kon beschrijven. Leuk vond ik ‘m niet. Dat kon niet, want hij was niet knap of stoer. We zaten niet bij dezelfde club, we hadden niet dezelfde stijl, we zaten niet in hetzelfde groepje, hij paste niet bij wat voor een soort jongen ik door de gangen wilde wandelen.

“Misschien moet je op een theatervereniging. Een jongen die aan toneel doet, zou ook goed bij je passen,” zegt de vriendin.
“Nee,” zeg ik ineens vastbesloten, “nee, nee, nee. We moeten ophouden met het waar. Ik moet kijken naar wie. Door het oordeel heen. Ik moet doorkijken.”
De vriendin zegt niks.
“Ik ben het dubbele van veertien, maar bekijk mannen nog steeds alsof ik in de pubertijd zit. Past hij bij mijn vrienden? Reageert hij op een zelfde manier op problemen? Vinden we hetzelfde leuk? Lacht hij ook om dat stomme filmpje van Lau en Tiny?
“Tja,” de vriendin lacht, “waarom doe je dat eigenlijk? Je eindigt toch altijd met iemand waarvan je het nooit zou hebben verwacht. Kijk maar naar mij en m’n vent.”
Ze heeft gelijk. Ik ben verbaasd.

Ik moet beter kijken en me laten verrassen. Misschien loopt er wel een vegetariër rond die geen hond maar een kat heeft, die nooit in de kroeg komt, toneel haat maar toch bij me past. Misschien verdienen de Typeles Timo’s van nu een kans. Openstellen dus. Voor nieuwe zienswijzen, andere reacties en nieuwe grappige internetfilmpjes. Al is dat eng. Om kwetsbaar te zijn, om de controle weg te geven. En dan moet ik ook nog eens hopen dat de Timo’s dat ook bij mij kunnen. Want ik pas niet makkelijk in elk plaatje; bij mij is doorkijken ook geen overbodige luxe.

Het leest als een klus. Maar stel je voor dat het lukt; dat doorkijken werkt. Dan kan ik straks niet soms meer iemand missen. Dan zit er straks ineens iemand in mijn huis die lief het haar uit m’n gezicht aait, die mijn hand pakt als hij ziet dat ik verdrietig ben en die weet dat wanneer ik moe ben… hij een spiegelei voor me moet bakken.

Maar, op één gebied zal ik niet doorkijken. Ik doe geen concessies wat de groene paprika betreft. Die moet hij ook uit het paprika trio willen.

Follow my blog with Bloglovin

7 gedachtes over “Doorkijken

  1. Je slaat de spijker weer op de kop…WTF hebben we die groene paprika nog voor?? Kunnen we een petitie starten dat de mix met oranje paprika weer terugkomt?

  2. Idd spijker op de kop en weer herkenbaar! …een jongen 9 jaar jonger, die commerciële economie heeft gestudeerd, nu docent, met hond… was niet ‘mijn plaatje’, maar is toch een match 😉

  3. Je laten “verassen” is misschien een wat drastische oplossing… 😉

  4. Ik zeg ja tegen een petitie Nienke! En Judy… het mooiste voorbeeld heb jij misschien wel 🙂 Sebastiaan: hahaha, ik ga het aanpassen!

  5. Wat je (ongetwijfeld lieve) vriendin vergeet, is dat wanneer je 13 jaar bent (wanneer zij haar vriendje heeft leren kennen) de wereld heel anders in elkaar steekt dan wanneer je 28 (of 39 for that matter) bent. Je hebt je leven op orde met werk, (vriendschappelijke en familiaire) relaties, hobbies en de meeste mensen zijn niet bereid (en terecht) om dat allemaal aan te passen om zo ‘de markt’ te vergroten. Wat moet je met een partner die allemaal van andere dingen houdt (thuis zitten ipv stappen, kat ipv hond, Zeeland ipv Nieuw Zeeland) dan jij? Er kunnen compensaties zijn zoals die aai over je bol of het haar uit je ogen halen (wordt lastig bij mij) maar als het te ver van je af staat, gaat het niet goed komen…

    Ik wens je wel veel succes. Hopelijk bewijs je dat ik het mis heb…

  6. Nou wij hebben dus sowieso geen toekomst samen want ik houd wél van de groene paprika.

    Maarrehm. Ja. Dit cliché heb je vast ook al vaker gehoord, maar zodra je stopt met zoeken, kom je d’r een tegen.

    En alvast voor dat moment: smeer de verliefdheidsfase zo lang mogelijk uit. Dat is het aller-, ALLERfijnste van een relatie, of het begin ervan, en iedereen (helaas ook ikzelf) slaat dat veel te snel over en gaat ruften in bed (mannen) en zonder make-up op/in joggingbroek/met ongeschoren benen (wij dus he) rondlopen en ja dat is allemaal wel zo lekker vertrouwd en casual maar het is NIET MEER VERLIEFDHEIDSFASEDINGEN.

    En niets kan daaraan tippen.

  7. @Barry: op zich mee eens, maar kan het niet zo zijn dat je op je achtentwintigste (en ook nog je negendertigste volgens mij 😉 verrast kan worden? Juist omdat je je vaste patronen, relaties en bezigheden hebt, kun je – als je doorkijkt – misschien nieuwe dingen aan jezelf ontdekken of aan de ander ontdekken die juist heel leuk zijn? En een toegevoegde waarde zijn?
    @Dionne: ik vind het wel fijn voor de groene paprika dat er tenminste een iemand is die ‘m wel leuk vindt 😉 En tja, stoppen met zoeken, het is zo waar als een koe (is dat een gezegde?) maar wel moeilijk als je graag met iemand samen wilt zijn. Je houdt dan toch je oogjes open. Maar mocht ik – per ongeluk dan – toch iemand tegen het lijf lopen, zal ik me zeker de eerste paar maanden blijven scheren! En hopen dat hij dan niet gaat liggen ruften inderdaad.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s