De stap naar burgerlijkheid…

Burgerlijkheid

Ik woonde eens in een studentenhuis midden in het centrum van Utrecht, ik had een kamer op de derde verdieping. Als ik in mijn raamkozijn zat, kon ik mensen sigaretjes zien roken op de terrassen van de Neude, als ik naar beneden keek zag ik hoe de buurmeisjes op de stoep biermeisjes aan het worden waren. Ik hoorde het geluid van studenten die met rolkoffertjes door de straat liepen en jongens op bezorgbrommers. Samen met vriendin N. en vrienden G. en B. en nog wat anderen, woonde ik daar. Het was mooi. Na een paar jaar, vertrokken we. Halverwege de twintig. We kregen banen of verkering en verhuisden naar een eigen huis, net iets uit het centrum, niet te ver, want we moesten toch altijd kunnen ‘zuipen’. Nu is het drie jaar later en N., G. en B. komen bij me eten. Ik heb nog geen boodschappen gedaan.

“Ik wil jullie wat vertellen,” zegt B. “meerdere dingen eigenlijk.”
B. is nooit zo officieel, hij vertelt gewoon. Hij is de relaxte van ons vier. Er moet iets bijzonders aan de hand zijn.
“De vakantie met m’n meisje was echt te gek, ik heb een dikke promotie op mijn werk gemaakt, echt fijn,” en dan zegt hij snel en zachter: “ik ga in Vleuten wonen.”
“Wat?” zeggen wij in koor.
Vleuten is wat Barendrecht van Rotterdam is, wat Abcoude van Amsterdam is. Je gaat in Vleuten wonen als je lang genoeg jong bent geweest, klaar om een gezin te stichten en daarna dood te gaan.
“Te burgerlijk?” B. glimlacht een moeilijke glimlach. Hij had de reactie al verwacht.

Ik ga om de hoek boodschappen doen en denk aan Vleuten. Gehakt, ei, komkommer, tomaat, Vleuten heeft een eigen kerkplein, aardappels, ui, sla en Vleuten heeft een station. Ik leg alles wat er op mijn lijstje staat in mijn mandje en loop langs gezellige, gebloemde placemats. Handig, dan maken de glazen water geen kringen in mijn houten tafelblad. En dat groen past precies bij mijn behang. Wat leuk. Ik pak er vier op. Nee, leg terug! Doe niet zo burgerlijk. Ik ben niet burgerlijk. Ik ben stads. Ik ben een rebel. Ja. Ik koop extra bier.

“Nou, vinden jullie het burgerlijk?” vraagt B. als ik de tafel dek.
“Je gaat samenwonen,” zegt N. “Daar gaat het om, het gaat er toch niet om of je dat in Utrecht doet, Vleuten of weetikveelwaar.” Ze is de liefste van ons vier.
“Fucking Vleuten,” G. lacht hard, “Je gaat in Vleuten wonen, man. Ben je ook gestopt met roken en drinken?” G. is de meest directe van ons vier.
Ik geef G. een stomp en kijk naar B. Hij kijkt beteuterd.

Drie jaar geleden keken we allemaal beteuterd. We praatten over wat we zouden missen aan ons studentenleven, spraken de hoop uit om niet saai te worden. Misschien kwam het door de stroom studenten die schreeuwend door onze straat fietsten. Misschien kwam het door de one night stand verhalen die we deelden. Of misschien kwam het door de nog studerende huisgenoten, die per ongeluk tegen onze badkamertegels kotsten. Wat het ook was, daar wonen, maakte ons allerminst saai. Met het vertrek uit ons huis werden we wel saaier. We keken met thee op de bank The Voice op vrijdag, in plaats van dat we gingen zuipen. Daar zijn we inmiddels wel overheen. Maar de volgende stap, de stap naar de burgerlijkheid. De stap naar Vleuten… Zijn we daar klaar voor?

“Waarom is het erg, om burgerlijk te zijn?” vraag ik. “Ik bedoel, wat is burgerlijk zijn eigenlijk?”
“Wonen in Vleuten,” grinnikt G. Hij geeft B. een meelevend schouderklopje.
“Ik ben blij voor je,” zegt N. “Het is jullie gegund en Vleuten is vast fijn.”
“Ik ben ook blij,” probeer ik. Al zie ik B. en zijn dan vast zwangere vriendin volgend jaar al over het kerkplein lopen, langs plekken waar kinderen nog kunnen buiten spelen. Hun huis ruikend naar koffie en borden vol bloemkool met een papje en met een gevulde koelkast, gewoon, hoe het hoort.
“Vleuten is zeven minuten met de trein of zo, B.,” zeg ik. “Geen zorgen.”
“We gaan dan toch nog wel gewoon zuipen?” zegt hij.
“Tuurlijk gaan we zuipen,” zeg ik.
Ik heb tegenwoordig niet meer zoveel zin om te zuipen, maar zeg niks. Niemand zegt iets. Uit angst voor de burgerlijkheid. De angst voor burgerlijkheid van een achtentwintiger is vergelijkbaar met de angst van een 65+’er die bijna met pensioen gaat. Bang zijn voor het er niet meer toe doen. Maar doet het ertoe dat je er niet meer toe doet?

“Ik hou van scrabble,” zeg ik ineens terwijl ik de pannen* hard op tafel zet. “Ik hou van een gevulde koelkast en vind one night stands stom geworden, ik hou van placemats die horen bij mijn behang en dat mijn huis ruikt naar koffie. Ik hou van bloemkool met een papje eten, soep maken, breien en een schone badkamer.”
“Sjezus,” G. schudt zijn hoofd. “je maakt me bang.”
N. lacht, “Je mag best burgerlijk zijn, dat wordt iedereen uiteindelijk toch.”
“Ja?” ik ga opgelucht zitten. “Nou, dat wil ik dus allemaal en ik wil soms ook gewoon níet drinken. Wil jij dat ook allemaal B.?” vraag ik.
“Nee, doe eens normaal joh,” zegt B. “Mijn vriendin woonde al in Vleuten en zij heeft het grootste huis.”
O. Ik ben klaarblijkelijk de burgerlijkste van ons vier.

*Ik kookte aardappels met gehaktballen en komkommers met sla en mayonaise. Burgerlijkheid. Zonder dat ik het wist, ben ik er al bijna. Hoezee.

9 gedachtes over “De stap naar burgerlijkheid…

  1. Leuk! En na een paar decennia burgerlijk doen, ga je gewoon weer op een studentenkamer wonen……….. prima toch !

  2. Leuk stuk! De weg naar burgelijkheid kent vele emotionele stappen. Maarrrr als oudere medeburger kan ik je vertellen dat burgerlijkheid de meest uitgekiende manier van leven is. Daarnaast kijk ik erg uit naar het moment dat ik er niet meer toe doe want dan kan ik, door het ontbreken van dat laatste stukje verantwoordelijkheid, het burgelijk zijn nog iets verder optimaliseren. Dus geen angst maar vreugde voor de tijd die onomkeerbaar komen gaat.

  3. Zoals het wel meer gaat in mijn burgerlijk leventje ben ik het helemaal met mijn broertje eens. Maar burgerlijkheid wil niet zeggen dat je af en toe ook eens iets geks kan doen. Dat hoort er ook bij.
    Leuk herkenbaar stukje weer.

  4. Ik heb dat ook wel eens. Ik wil soms ook gewoon níet drinken. Maar dan neem ik een biertje en gaat het zo weer voorbij

  5. Hee, mooi blog. Zit je niet op Twitter? Dat stomme wordpress.com… zo ja, stuur me ff je twitterhandle @kittykilian kan ik je retweeten mét de juiste credits 😉

  6. Haha, maar als zijn vriendin al in Vleuten woonde, is het toch niet veel minder burgerlijk? 😉 Leuk stuk! Ik kijk vol spanning uit naar het moment dat dit ook voor mij en mijn vrienden een issue gaat worden…

  7. ❤ burgerlijkheid. Al zeg ik dat natuurlijk nooit hardop. Want oud & burgerlijk en zo kan natuurlijk niet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s