Zo’n dag

Zo'n dag

De pijn in mijn rug wekt me. Mijn hoofd is zwaar, mijn lijf is moe en dat terwijl ik gisteren op tijd en zonder alcohol ben gaan slapen. Koffie, eerst koffie. Ik loop naar de keuken en schenk water in het koffiezet apparaat, pak de koffiebus en… leeg. Geen koffie. Dit gebeurt mij regelmatig, normaal zet ik dan gewoon thee. Nu klemmen mijn tanden zich op elkaar en in een voor mij zelf onverwachte beweging gooi ik de koffiebus op de grond. Er zat nog een klein beetje in. Dat moet ik dus van mijn houten vloer vegen. Ik kan wel janken en dat vind ik ook weer heel stom. Een afkoeldouche is noodzakelijk.

Met nat haar ga ik aan het werk. Er is veel te doen, maar geen concentratie om het ook daadwerkelijk te doen, want ik word gekweld door twijfels over mijn beroepskeuze. Tekstschrijver, jezus, wat is dat eigenlijk voor beroep? Wat beteken je dan voor de wereld? Had ik geen dokter moeten worden of maatschappelijk werker of weet ik veel, bakker, dan doe je nog iets voor de mens. Ik wil mijn laptop uit het raam gooien, maar besef net op tijd dat ik zonder laptop geen werk heb, zonder werk geen eten en dat ik zonder eten doodga.

Aan het einde van de ochtend heb ik een belafspraak met een potentiële klant. De mevrouw die mij te woord moest staan, blijkt helemaal niet aanwezig te zijn. Ik gooi mijn telefoon uit nijd naar de bank. Mensen hebben geen respect meer. Ik besluit mezelf nuttig te maken door de koffie van de vloer te vegen, maar het gaat allemaal tussen de houten naden van mijn vloer zitten. Nee… dat mag niet… Nee, niet doen koffie… In mijn ogen prikken tranen. Ik slik ze weg. Doe normaal. Ik ga even zitten in het hoekje van mijn keuken en doe mijn handen voor mijn gezicht.

Dan krijg ik een app van een vriendin.
“Het was heel leuk. Echt heel leuk.”
Ze had gisteren eindelijk een afspraak met de jongen die ze al maanden leuk vindt. Ik kan weer janken. Want ik heb niemand en zij had niemand en we hadden altijd samen niemand en nu heeft zij straks iemand en ik heb dan nog steeds niemand. Ik jank nu, maar tik natuurlijk: “Wat leuk. Ik ben echt heel blij voor je!!!”
Ze vraagt hoe het met me gaat. Ik zeg wel oké. Ze vraagt of ik al over die jongen heen ben die een vriendin had. Er was een tijdje een jongen die leuk was. Die luisterde. Die lief was. Die grappig was. Die mij leuk vond, precies zoals ik ben. Maar die ook een vriendin had. Het is nu twee maanden geleden dat ik hem voor het laatst zag en ik was ‘m eigenlijk al vergeten, maar vandaag voel ik dat hij de vader van mijn kinderen zou moeten zijn. Ik app terug dat ik er niet over wil praten. Ze zegt oké. Ik app dat ik niet snap dat de jongens die mij leuk vinden altijd een vriendin hebben en dat ik ze dan ook nog eens leuk terug vind. Ze zegt dat het twee keer is gebeurd en dat ik genoeg mannen afwijs. Ik app echt niet en zeg dat ik een kat ga kopen. Ze appt dat ik de leukste ben. Ik stuur WAAROM BEN IK DAN ALLEEN? Ze appt terug: NEEM EEN WIJNTJE!

Ik bedank de vriendin en schenk een wijntje in, maar voordat ik een slok kan nemen, belt de mevrouw van vanochtend terug. Een blij gevoel overvalt me. Vreugdetranen. Ik ben terug gebeld! We maken een afspraak voor een nieuwe klus die me tijdens het gesprek heel leuk lijkt, maar zodra ik ophang, denk ik: wat een saaie klote klus. Wat een verschrikkelijk leven heb ik. Ik drink twee wijntjes en rook een sigaret. Terwijl ik nooit thuis rook. Terwijl ik alleen rook met drankjes op feestjes.

Dan sleur ik mezelf in trainingsbroek naar de supermarkt. Ik ben zielig, zo zielig, dat ik wel chips en chocola en wine gums als diner mag. Met dit eten op de bank, doe ik niks meer vanavond behalve Bridget Jones kijken: I en II. Ik zie het personage stuntelen en huilen en wijn drinken en denk: dit is mijn leven. Zo ben ik. Maar waar is mijn Mr. Darcy? Wanneer krijg ik mijn perfecte baan? Waar blijft mijn happy end?! Als de films zijn afgelopen, ben ik nog steeds verdrietig. Ik huil een beetje, prop een laatste hand chips in mijn mond en ga slapen. Snikkend.

Als ik de volgende dag wakker word, is de rugpijn weg, maar de dag van gisteren zit nog in mijn hoofd. Ik loop in het donker naar de wc, doe het licht aan en trek mijn pyamabroek naar beneden. Ik kijk in mijn onderbroek. Godzijdank. Gisteren was niet echt. Gisteren waren mijn hormonen.

5 gedachtes over “Zo’n dag

  1. Haha ga alsjeblieft nooit meer twijfelen over je beroep.. het is overduidelijk dat dit de juiste baan voor je is na dit verhaal!

  2. Je tovert een glimlach op het gezicht van je lezers, al zie je het zelf niet.
    Heerlijk om te lezen, al kreeg ik wel een beetje medelijden met je…

  3. Ik heb je blog pas net ontdekt en je bent nu schuldig aan het verpesten van mijn productiviteit. Wat leuk zeg, ik heb meteen alle verhalen gelezen. Ik moet met rode wangetjes bekennen dat ik mezelf in dit verhaal herken… Dus, wanneer komt dat boek met verhalen/columns uit?;)

  4. Ha! Wat een geweldig verhaal! Heerlijk herkenbaar dit ga ik volgende x lezen als het weer es zover is. En de hele wereld stom is. 😁😂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s