Obsessie

Obsessie

“Ik hou van je,” hoor ik.
Ik heb een pyjamabroek aan met koeienprint en ben net uit bed geklommen. Mijn ochtendgezicht kijkt me vanuit de spiegel aan. Het zijn mijn eigen woorden. Ja, ik zeg hardop tegen mezelf dat ik van mij hou. En ik probeer te glimlachen terwijl ik het doe. Dan zie ik de haartjes onder mijn wenkbrauwen die ik nog moet epileren. Een mee-eter op mijn lip. Twee grijze haren in mijn lok. Ik verlaat mezelf en zet een kop thee.

Ik loop terug naar de slaapkamer en ga in een schommelstoel zitten met Slaap Lekker thee. Ook al is het ochtend. Het is de enige thee die ik in huis heb. Ik kijk naar mijn hoofd in de weerspiegeling van de ruit. De frons tussen mijn ogen die er nog niet zat toen ik op de basisschool zat is blijvend gebleken. Het moment dat ik met een pakje schoolmelk naar buiten keek terwijl de meester staartdelingen op het bord uitlegde, voelt als gisteren. Hoe kan het dat ik ineens een eigen huis heb, een eigen bedrijf, dat het mijn blauwe enveloppen zijn die op de deurmat vallen. Die frons tussen mijn ogen was er ook ineens. Het is mijn harde werken litteken. Veel is gelukt en dat heb ik aan mijn eigen harde werken te danken. “Wie hard werkt, komt vanzelf boven drijven,” zei mijn vader altijd.

Ik denk aan groep acht, toen ik mijn spreekbeurt over euthanasie deed. Dit is waar het begon. Ik had een paar flarden van een documentaire over euthanasie op televisie gezien en stond er onmiddellijk achter. 12 jaar was ik en euthanasie was mijn eerste obsessie. Ik kreeg een 9 voor mijn spreekbeurt, al weet ik niet zeker of de meester blij was dat heel groep acht nu alles wist over uitzichtloos en ondraaglijk lijden.

In de brugklas was ik geobsedeerd door straatkinderen. Weken had ik onderzoek gedaan op het internet waar je nog voor moest inbellen. Ik wist alles over lijm snuiven in de riolen van Bangladesh en ik vertelde het in perfect Engels. Voor deze spreekbeurt kreeg ik een 10. Naarmate de jaren verstreken, veranderden de obsessies. Ik wilde op kamers, ook al was niemand in mijn familie het ermee eens, en dat lukte. Ik wilde uitgaan, werken en mijn bachelor in drie jaar halen en dat lukte. Tijdens mijn eerste baan wilde ik mezelf bewijzen door er zestig uur per week te werken en dat lukte. Ik wilde mensen die ik lief had en die het moeilijk hadden onvoorwaardelijk steunen en dat lukte. Ik wilde spreken op plechtigheden van verloren vrienden en dat lukte. Alles lukte. Ik werkte hard en wilde ook nog eens geen hulp. Want als je sterk bent, kun je het alleen. Ik wilde, ik wilde, ik wilde, ik wilde, ik werkte me de pest en het lukte. Elke obsessie werd beloond met een succes. Of nou ja, succes. Doelen werden bereikt.

Waar de obsessiedrang en het harde werken vandaan komt, weet ik niet. Het zit in mijn aard. Het zit in de maatschappij. Het zit in de stad waar ik vandaan kom misschien. Het zat in ieder geval niet in mijn ouders. Mijn ouders werden misselijk van ouders die hun kinderen afrekenden op hun schoolniveau. Ze hadden medelijden met pubers die nooit buiten mochten hangen met vrienden omdat ze moesten leren en zo met hakken over de sloot de havo doorliepen. Als je mavo haalt, zijn we trots op je, zeiden mijn ouders. Als je havo doet, zijn we dat ook. Atheneum is ook prima. Als je maar je best doet. Meer dan je best kun je niet doen, zeiden mijn ouders.

Ik denk dat het mijn karakter is, want ‘je best’ is voor mij alles geven. Geven tot je niet meer kunt. Mijn best is perfect in een zo’n kort mogelijke tijd. Het is een rare houding die ik mezelf heb aangeleerd. Obsessies komen eruit voort.

In eerste instantie gaf het niet. Ik had ambities en met heel hard werken is alles me gelukt. Ik werk hard nog steeds hard en veel lukt nog steeds. Ik kom rond, ik maak mooie verhalen, maar zit mezelf soms in de weg. Soms kan ik niet ontspannen, soms maak ik me zorgen over mijn schrijven en mijn oplossing is nog harder werken. Nog meer geobsedeerd zijn. Er moest een dag komen dat niet alles lukte.
“Je bent niet lief voor jezelf,” zei iemand gisteren tegen me toen ik vertelde dat ik mezelf voor mijn kop sloeg omdat ik zo weinig had geschreven deze week.
“Wat?” vroeg ik. “Lief zijn voor mezelf?” in mijn hoofd had ik mezelf net op mijn lazer gegeven en moest ik als straf vanavond tot middernacht schrijven.
“Ja. Zeg, hou jij eigenlijk wel van jezelf?” werd me gevraagd. “Hou jij van wie je bent?”

Nee, wat heb je daaraan dacht ik. Maar omdat het maatschappelijk wenselijke antwoord Ja, natuurlijk is, zei ik dat. Ik wil immers overal goed in zijn. Ook in zelfliefde. Zodra ik de kans had, kroop ik achter mijn laptop. Net als voor mijn spreekbeurten, deed ik onderzoek naar zelfliefde. Het bleek nogal een hot item te zijn. Als je niet van jezelf houdt, mis je de sleutel naar geluk en ontspanning, las ik. Er is ook een Dag van de Zelfliefde, waarin je met trainers aan de slag gaat om te leren baden in een bad van eigenwaarde. Zonder zelfliefde ben je als een puzzel waar een grote hap uit is genomen, vonden de sites.

Het bleek dat heel veel mensen het moeilijk vinden om van zichzelf te houden. Zelfliefde bleek ook een nogal ingrijpend iets om te realiseren. Ik voldoe aan slechts twee geboden van de tien geboden der zelfliefde. Dat wordt keihard werken. Op een van de sites stond dat je elke dag tegen jezelf moest zeggen dat je van jezelf houdt. Dus dat ben ik maar gaan doen. En je moet het menen. Je mag niet lachen, alleen glimlachen uit liefde.

Ik neem nog een slok van mijn Slaap Lekker thee en knik naar mezelf in de ruit. “Ik hou van je.” Ik probeer te glimlachen. Het lukt niet. Het hoofd in de ruit gelooft me niet. Haal nou eerst maar eens die mee-eter weg en epileer je wenkbrauwen en ga vanmiddag ook maar je haar verven. Dit is geen doen. En dan hebben we het nog weleens over houden van als je klaar bent. Hup. Aan het werk.

6 gedachtes over “Obsessie

  1. Wat een mooie en super herkenbare verhalen schrijf je! Heerlijk om te lezen! Thanx

  2. Wat een open verhaal zeg. Hard zijn voor jezelf is goed maar daar moet je jezelf ook weer voor belonen.

  3. “In mijn hoofd had ik mezelf net op mijn lazer gegeven en moest ik als straf vanavond tot middernacht schrijven.” Arrghh, dit is zo herkenbaar (en zo vermoeiend, in the long run…). Hoewel het soms natuurlijk ook wel goed is om jezelf te pushen. Moeilijk om daar een balans in te vinden.

  4. Erg mooi gedaan, fictie of non-fictie? In iedergeval mooi geschreven.

  5. Herkenbaar!
    Geef jezelf maar een dikke knuffel omdat je zo’n mooi openhartig verhaal hebt geschreven. 😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s