Papa

Papa

De afgelopen tijd heb ik steeds dezelfde droom: nacht na nacht sta ik achter een katheder. Ik kijk de zaal in en herken zwart geklede ooms en tantes, neven en nichten en vrienden van mijn vader. Mijn handen beven. Ik wil beginnen met lezen. Het blad dat ik vast houd, trilt en de letters zweven. Ik neem een slokje water en haal diep adem. Ik wil het goed doen: mooi lezen, zonder huilen, zonder schokken in mijn stem. Mijn zus knikt naar me. Begin maar. Je kunt het, denk ik. Ik wil dat je trots op me bent papa.

Mijn vader is goed in grafredes. Hij heeft er inmiddels zoveel geschreven, dat hij er een verhalenbundel van kan maken. We verloren er veel, verdrietig genoeg bleek kanker in onze familie gulziger dan ouderdom. Keer na keer stond mijn vader daar, krachtig en sterk: voor zijn moeder, broer, zijn zwager, zijn schoonzus, zijn kleine broertje en zijn papier trilde niet. Er was niemand die naast hem stond om het over te nemen als hij toch moest huilen. Hij had geen slokje water nodig voordat hij kon beginnen. Mijn vader opende zijn stuk met een mooie zin, vertelde prachtige anekdotes en sloot af zonder te huilen. Keer op keer. En elke keer was ik zo trots op hem.

De eerste maal dat de dood dichtbij ons gezin kwam, vond ik dat eng. Ik mocht nog niet mee naar de crematie, zo jong was ik. Al zag ik toen niet hoe hij sprak, ik zag wel wat het betekent om iemand kwijt te raken. Het werd stil in ons huis, mijn vader keek verdrietig en geruisloos gingen kleine hapjes bloemkool bij ons naar binnen. Er bleef veel over. Morgen konden we weer bloemkool eten.
“Papa, ga ik ook dood?” vroeg ik nadat we de griesmeelpudding hadden laten staan. Mijn vader keek nog steeds verdrietig. “Nee toch?” zei ik.
Zijn blik werd zachter. “Nee, jij niet.”
“En jij?”
“Nee, ik ook niet.” Hij gaf een kus op mijn hoofd en zei: “Jij en ik gaan nooit dood.”

Er kwam een moment dat ik de dood niet meer eng vond, ik moet begin twintig zijn geweest. Mijn vader was er ook aan gewend geraakt. Op een gegeven moment kreeg hij een hand van herkenning van de eigenaar van het crematorium. “Hoe is het?” vroeg de man dan. “Redelijk,” zei mijn vader. “De koffie is vandaag beter dan anders. Ik zou toch eens overwegen om een biertje in je assortiment op te nemen.” De man lachte en mijn vader liep naar de katheder.

Twee jaar geleden stond ik er zelf, na het verliezen van mijn tante. Het leek logisch dat ik zou spreken: ze was voor mij de liefste.
“Weet je het zeker?” had mijn vader gevraagd, “het is geen kattenpis.”
“Nee, dat weet ik,” zei ik. “Maar als jij het kan, kan ik het toch ook?”
“Ik ga wel dichtbij je zitten,” zei hij. “Als het dan niet lukt, kan ik het overnemen.”
Misschien was het de gedachte dat hij het zou kunnen overnemen, dat ervoor zorgde dat het niet hoefde. Ik sprak, huilde niet en was blij dat ik het gedaan had, maar het was inderdaad geen kattenpis. Het was moeilijk, het kost wat. Ik dacht aan mijn vader: hij had dit al zeker tien keer gedaan, het had veel gekost en ik vond het mooi geweest. Hij mocht alleen nog maar naar zielige liedjes luisteren en huilen. Want huilen kan niet als je moet spreken.

Ik kan natuurlijk niet zeggen dat mijn vader niks meer mag zeggen. Hij zou niet luisteren ook, al zei ik het wel. Maar nu ik weet wat het betekent als je niet mag huilen, toon ik hem wel hoe bezorgd ik ben. “Pas je op jezelf?” vraag ik als er weer iemand overleden is. “Laat anderen eens wat doen, denk nou om jezelf. Je gaat zeker wel spreken? Weet je het zeker? Ja, je moet het zelf weten. Zeg je tegen je vriendin dat ze voor je zorgt? Bel je me als je je rot voelt? Ik hou van je he. Je kan me altijd bellen. God, ik ga janken pa. Nou niet doodgaan. Doei.”

Hij lacht om me en zegt dat hij nog lang niet doodgaat. Nee, dat weet ik ook wel. Die ouwe van mij fietst nog zestig kilometer per dag, denkt aan de slanke lijn, tennist, houdt niet van chips en snoep en rookt steeds minder. En toch die droom. Ik weet wel waar het vandaan komt. Ik ben niet bang voor de dood en mijn vader ook niet, maar het is vermoeiend als je steeds niet huilen mag. Het is verdrietig als je steeds mensen wegbrengt. Het komt dichterbij ook al weet je dat je nog lang niet gaat. Ook al weet je dochter dat je nog lang niet gaat.

De droom duurt en duurt maar. Het is zo’n droom waarvan je weet dat je droomt, maar je kunt jezelf niet wakker maken. Mensen staren naar me, ik neem nog een slokje water, ik haal diep adem, maar het lukt me niet om te spreken. Mijn zus pakt het bevende papiertje uit mijn handen, schraapt haar keel en leest wat ik schreef. Ze doet het goed. Ik kon het niet zonder hem, hij moest het kunnen overnemen. Als de liedjes zijn gespeeld en ik denk; wakker worden nu, gaan we ook nog eens naar de koffieruimte. Nee, mijn wangen zijn nat, het is genoeg, wakker worden, denk ik. En dan is ineens iedereen verdwenen. De leegte is in mijn buik te voelen. Er staan wel veel kopjes koffie op tafel, de plakken cake die door niemand wordt gegeten, liggen te wachten. Uren zit ik alleen naar de cake te staren. Ik ben op. En dan, als ik echt niet meer kan, als ik me heb neergelegd bij het feit dat ik voor altijd blijf slapen en dromen en in dit crematorium moet wonen… op het moment dat ik hem precies nodig heb, komt hij binnen.
“Wat een ballentent,” lacht mijn vader. “Is er geen bier?”
“Verdomme,” zeg ik, boos en blij tegelijk. “Ben je niet dood?”
“Nee, natuurlijk niet.”
“Hoe kan dat nou?”
“Wij gaan toch niet dood.”

8 gedachtes over “Papa

  1. Fijn dat ze er nog zijn om ons te beschermen en voor ons op te komen, om te helpen relativeren en ons er op te wijzen wat we allemaal hebben als we het even niet zien. Om te helpen met klussen, om de kinderen te vermaken en te verwennen en om het gezellig te maken tijdens een verjaardag of een feestdag. Om ons te steunen in moeilijke tijden, om voor onze moeder te zorgen en om er te zijn als we ze toch nodig hebben terwijl we al lang volwassen zijn..Lang leve de papa’s en, niet te vergeten, de mama’s!

  2. Een mooi verhaal om over na te denken. Ik hoop ook dat mijn papa nog lang meegaat…

  3. Potverdorie wat mooi zeg <3. Geen andere woorden voor. Wát knap.

  4. Wat schrijf je toch prachtig, je hebt het al meerdere keren voor elkaar gekregen dat ik met tranen in m’n ogen zit te lezen 🙂 Heel mooi.

  5. Wow, prachtig. Ik ben er een beetje stil van. Geniet van je tijd met je vader, ik benijd je :).

  6. Bedankt voor de lieve reacties. Trouwens, mijn papa heeft ‘m ook gelezen en was… ook onder de indruk!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s