Oblomovisme – gastblog

In het dagelijks leven staat de achtentwintig jarige Linda Derksen met een blocnote langs de Eindhovense velden om vervolgens als sportredacteur verslag te doen voor het Eindhovens Dagblad. Het is haar droombaan. De weg ernaar toe was geen gemakkelijke. Tijdens een vakantie in Litouwen schreef Linda hoe ze er kwam. Tadaa: lees hier Oblomovisme. Een herkenbaar verhaal over keuzes (en je leert meteen een nieuw woord!)

Oblovisme

We maken een bustocht dwars door Litouwen. Omdat we elkaar al lang niet meer gezien hebben, vraagt mijn reisgezel wat er de afgelopen jaren allemaal gebeurd is in mijn leven. Ik praat enthousiast over mijn eigen stekkie en wijd vervolgens uit over mijn werk. Anja, die door in dit land te gaan studeren haar leven compleet heeft omgegooid, is niet onder de indruk. “Je werkt echt te hard. Je moet ook leuke, nieuwe dingen doen,” zegt ze. “Maar als je iets heel graag doet, voelt het helemaal niet aan als moeten werken,” pareer ik, wetende dat ze mijn trots niet begrijpt. Terwijl ik door het raam naar de voorbijrazende weilanden staar waarachter de zon ondergaat, moet ik terugdenken aan een zonnige namiddag vijf jaar eerder.

Alleen zat ik op een bankje in de Hortus Botanicus Lovaniensis, met m’n handen in het haar. Op mijn 23ste ben ik aangekomen op een kruispunt in mijn leven, maar ik weet niet welke kant ik op wil. Even pas op de plaats maken is o zo verleidelijk… Die ochtend gaf mijn laatste examen stof tot nadenken. Omdat ik al had besloten dat ik met mijn studie zou stoppen, was de motivatie om nog 200 bladzijdes uit het lesboek Russische literatuurgeschiedenis uit mijn hoofd te leren niet bijster groot. Bij het schriftelijke gedeelte kon ik dan ook amper een vraag beantwoorden. Door het jaar heen had ik wel braaf de tien boeken van de literatuurlijst gelezen, dus met het mondelinge deel kon ik mijn onvoldoende nog een beetje draaglijk maken. De prof vroeg me naar het boek dat ik het minst leuk had gevonden om te lezen. Ik koos voor de roman Oblomov van Ivan Gontsjarov uit 1859 en gaf aan dat ik nog nooit zo’n langdradig boek had gelezen. Het duurde bijvoorbeeld ruim honderd bladzijdes voordat de titelfiguur annex held eens van de bank wilde opstaan. Uit zijn knikken kon ik opmaken dat de prof dit antwoord al vaak gehoord had. “Eerlijk gezegd,” zei ik wat aarzelend, “vond ik het boek te confronterend. Ik weet dat ook ergens in mij een Oblomov schuilgaat. Het is een familietrekje. Nu ik stop met studeren ligt het gevaar op de loer dat het zich bij mij gaat manifesteren.” “Ha nu komen we ergens,” ineens was de prof een en al oor.

Oblomov is een stereotype mens die tot niets kan komen en de werkelijkheid ontloopt. Uit zijn doen en laten is in Rusland het woord oblomovsjtsjina (oblomovisme) ontstaan, dat staat voor al het apathische, trage en luie, voor al het wereldvreemde en vastgeroeste in de maatschappij. Het probleem is dat oblomovisme niet direct ongelukkig maakt. Zelfs een doorgaans hardwerkend iemand als ik vind het stiekem wel fijn om zich even min of meer te onttrekken aan de stressvolle maatschappij. En dat maakt me in het zonnetje in de Kruidtuin van Leuven zo bang. Want even kan als je niet oppast zo één, twee, vijf jaar worden. Veel westerse jongeren lijden aan wat wij een quarter life crisis noemen. De geïndividualiseerde cultuur en vele keuzemogelijkheden zorgen voor een toenemende druk, onzekerheid is de prijs die we betalen voor die vrijheid. Het leven ligt nog helemaal open, maar ons geboortejaar geeft aan dat we ons bestaan snel een volwassen invulling moeten geven. Je ziet vrienden afstuderen, een baan vinden, gaan samenwonen, trouwen en kinderen krijgen. En zelf heb je het gevoel dat je hopeloos achterblijft.

De volgende ochtend ruil ik de werken van onder anderen Nikolai Gogol, Anton Tsjechov en Fjodor Sologoeb bij De Slegte in voor een pocket van Mart Smeets. Gontsjarovs Oblomov daarentegen prijkt vijf jaar later nog altijd als een stille gids op de boekenplank, ook al heb ik als achtentwintiger inmiddels het juk wel van me afgeschud. Een diploma journalistiek en een freelancebaantje bij de krant is een beter vertrekpunt voor het echte leven gebleken dan ik op mijn 23ste dacht. Het feit dat ik artikelen schrijven met de universitaire studie Slavistiek en Oost-Europakunde combineerde geeft wel aan dat het in het begin qua opdrachten geen vetpot was. Hoewel vaste aanstellingen bij gedrukte media niet voor het oprapen liggen, merkte ik dat het geen ramp is dat ik niet de beste papieren heb om correspondent in pak ’m beet Moskou te worden. Ik werd telkens bevestigd in wat ik eigenlijk al op mijn achtste wist: ik wil sportjournalist worden en daarbij laat ik me niet langer afleiden door onzekerheid. Het is een kwestie van geduldig zijn zonder dat de balans omslaat naar oblomovisme.

Dus toen ik een zomer later te veel vrije tijd dreigde te krijgen, zag ik dat als een uitgelezen kans om wat buitenlandervaring op te doen. In plaats van thuis op de bank te blijven hangen in mijn comfortzone, trok ik naar Moldavië om daar als vrijwilliger voor twee kranten (waaronder het sportkrantje van het Moldavisch Olympisch Comité) te gaan werken. En ik genoot van een voetbalwedstrijd op het nationaal trainingscenter, een tennistraining voor dag en dauw, een handbaldemonstratie, de gesprekken met de bevlogen trainers en het uitwerken van de reportages. Ik voelde met thuis omdat ik mezelf kon zijn.
Ik woonde er drie maanden in bij een gastgezin. Tegen Anja, de dochter des huizes die ik mijn kleine zusje noem, zit ik nu in een Litouwse bus te vertellen over de droombaan van sportredacteur die ik sinds twee jaar echt heb, een voortvloeisel uit mijn werkzaamheden als freelancer. ‘Het enige minpuntje is dat ik je maar een weekje kan opzoeken. Ik heb niet meer de vrijheid om er maanden tussenuit te knijpen om een of ander avontuur aan te gaan’, zeg ik weemoedig. Groei je langzaam over je quarter life crisis heen, moet je dealen met dit soort gedachten.

Maar als even later (als vanzelf met een Russischtalige) het gesprek over de politieke situatie in Oekraïne gaat, weet ik helemaal zeker dat de weg die ik gevolgd heb mij een goede kant op heeft gebracht. Aan Maidan (het Onafhankelijkheidsplein in Kiev) en Odessa heb ik mooie vakantieherinneringen die in niets lijken op het slagveld dat het is verworden. Een oorlogsverslaggever schuilt er niet in mij, laat mij maar lekker met een blocnote langs een sportveld staan. Volgens mijn Moldavische zusje trouwens een prima plek om eindelijk eens een partner te vinden. “How old are you now, 28? You should hurry up then!”

O ja! Als sportredacteur twittert Linda ook. Check haar op @DerksenLinda

Een gedachte over “Oblomovisme – gastblog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s