Bijbaantje – gastblog

Gastschrijver Dorien Bouwman is achtentwintig plus drie en vermaakt vandaag met een gastblog. Schrijven doet ze vaak, maar behalve op twitter (@DieDorien) publiceert ze eigenlijk vrij weinig. Dat is allemaal een beetje te definitief, vindt ze. Godzijdank publiceert Dorien nu dus wel op Achtentwintiger met het stuk Bijbaantje. Met flinke laag zelfspot en humor schrijft ze over iets waar we allemaal mee kampen: je bent blijkbaar je werk. En dat kan frustrerend zijn.

Bijbaan

Sommige vragen krijg je liever niet. Je kent ze wel; die over je liefdesleven (welk?), over samenwonen (hoezo?) en kinderen (pardon?). Nou, dat gaat inmiddels wel. Maar er is een andere vraag die ik moeilijk vind. Ik zoek eigenlijk nog steeds een antwoord waar ik zelf ook tevreden over ben.

“En, wat doe jij in het dagelijks leven?”

Oprechte interesse natuurlijk, dus prima. Men hangt je identiteit in eerste instantie graag op aan je dagbesteding; je baan of je studie. Dat vind ik jammer, maar ook best logisch. Alleen hang ík niet graag mijn identiteit op aan mijn dagbesteding.

Vroeger wilde ik brandweerman worden, of dolfijnentrainer, of boswachter, of gymjuf. Net als iedereen. “O, leuk!” zouden mensen zeggen als het zo was gegaan. Maar net als bijna iedereen, ben ik dat niet geworden.

“Dus, wat doe jij tegenwoordig?”

Ik kijk licht teleurgesteld.
Vraag dan waar ik deze toffe sneakers gekocht heb (“Vijf euro op de vrijmarkt!”).
Vraag dan hoe het met mijn softbalteam gaat (“We staan ongeslagen bovenaan!”).
Vraag dan wat ik dit weekend gedaan heb (“Keihard gedanst!”).
Maar dat vragen ze niet. Ze willen weten waar ik werk.

Dus ik glimlach betekenisvol, alsof er goeie grap aankomt, en ik zeg: “Nou, ik ben ambtenaar”. Uiteraard in de vurige hoop dat mensen roepen: “Neeee, jij?!” Maar meestal roepen ze dat niet. Er heeft ook nog nooit iemand gezegd: “O, leuk!”

Nee, dan mijn oud-klasgenoten. Die opereren mensen aan hun hart. Er gaan miljardenhypotheken door hun handen. Ze doen verslag van de Olympische Spelen. Ze schrijven ingewikkelde proefschriften en promoveren dan. Ze vinden nieuwe medicijnen uit tegen enge ziektes. Ze onderhandelen over het beschermen van vluchtelingen in Oost-Afrika.

Men zegt wel eens dat het altijd een slecht idee is om jezelf met anderen te vergelijken. Nou, dat is zo.

Mijn cv is namelijk iets minder indrukwekkend. Zo heb ik bijvoorbeeld aardbeien geplukt. Duizenden aardbeien. Ik heb koffie gehaald. Ik heb tienduizenden papieren ingescand. Kopietjes gemaakt. Stickers geplakt. Ik werd op pad gestuurd om binnen een half uur 40 teddyberen te regelen. Ik heb mensen van A naar B gebracht om vervolgens uren op ze te wachten. Ik heb een televisieserie woord voor woord uitgetypt, voor de teletekstondertiteling voor doven en slechthorenden. Ja, echt.

Het hoogtepunt van mijn werkzame leven was mijn zomer als schoonmaker in het ziekenhuis, waar ik om zeven uur ’s ochtends de bloedvlekken van de vloer van de operatiekamers stond te dweilen, en waar ik soms een groot geel beschermend pak aan moest om een prullenbak te legen. Dat vond ik al grappig, maar nog veel leuker was fulltime-collega Olympia, die apetrots vertelde over haar vijf zoons die allemaal terug waren gegaan naar Griekenland. En Korkmaz, die in de bezemkast weemoedig sprak over zijn jeugd op het Turkse platteland. En toen niemand keek, nam ik stiekem een hele oude meneer met infuus en al mee uit de ziekenzaal naar de hoogste verdieping van het ziekenhuis. Omdat hij er zo graag eens uit het raam wilde kijken. Het was fantastisch. Hij keek dolgelukkig toen hij trots zijn ouderlijk huis kon aanwijzen, en vertelde me over de oorlog.

Ik wil niet zeggen ‘dat waren nog eens tijden’, maar: dat waren nog eens tijden. Ik deed nuttig, tastbaar, relevant werk vond ik, en ik ontmoette geweldige mensen.

Daar vertelde ik dus wél graag over, die bijbaantjes. Iedereen wist ook dat dat het was: een bijbaantje. Iets tijdelijks. Niet je dagbesteding. Dan is dat bewonderenswaardig, want ‘zelfstandig worden’, ‘je eigen broek ophouden’, ‘onderaan de ladder beginnen’ en andere inkoppers waren allemaal van toepassing. Tevreden ouders, goedkeurende blikken alom, en je zou later vermakelijk kunnen vertellen wat een malle dingen je had gedaan om rond te komen, onderweg naar je ultieme doel.

Wat is er dan gebeurd, dat ik het nu niet meer zo leuk vind om te vertellen wat voor werk ik doe? Schaam ik me voor mijn gemiddelde parttime kantoorbaan? Zou ik echt liever vertellen dat ik een baanbrekend proefschrift schrijf? Dat ik deze week weer een paar kantoorpanden heb gefinancierd? Dat ik gisteren nog iemands slagaderen aan elkaar heb genaaid?

Ik geloof het niet. Ik snap niets van hypotheken, ik wil liever niemand opereren en trouwens, Oost-Afrika trekt me ook helemaal niet. Maar ik ben intussen wel wat ouder geworden. En nu ineens is mijn baan ‘wat ik doe’. Mijn dagbesteding, die mij kennelijk definieert. ‘Wat doe jij in het dagelijks leven’ voelt dan alsof je weer moet opbiechten dat je de boot gemist hebt, niet genoeg je best hebt gedaan en niet eruit hebt gehaald wat er in zit. Of: dat dit al die tijd je ultieme doel is geweest, wat ook niet bepaald groots en meeslepend zou overkomen.

En dan moet je toegeven dat je ondertussen aan alle kanten ruimschoots bent ingehaald. Opeens richt je neefje, waarvan je dacht dat hij 13 was, een eigen bedrijf op. Heeft iemand een boek in de winkel liggen. Zijn ineens alle topsporters jonger dan jij. Is je vriendin ineens teammanager omdat ze voor de 6e keer promotie heeft gemaakt, en zijn al je ex-klasgenoten geslaagde verantwoordelijke volwassenen die iets betekenen voor de maatschappij. Soms lijkt het of er ongemerkt ineens allerlei deuren zijn dichtgegaan. Je wist niet eens dat ze open stonden, en nu ben je natuurlijk te laat.

Allemaal topmateriaal om langdurig in te zwelgen, en veelvuldig over te klagen. Ik ben eigenlijk helemaal niets ‘geworden’. Je had het je allemaal heel anders voorgesteld, iedereen heeft iets bereikt behalve jij en je bent nu definitief een ingedutte underachiever.

Dan hijs je jezelf wel weer van de bank met gedachten als ‘er zijn toch heel veel leuke dingen in het leven’ en ‘je hebt toch hartstikke leuke vrienden’ en ‘morgen worden je nieuwe laarzen bezorgd’. Maar wacht eens – doe ik nou niet hetzelfde? Omdat je niet een supertoffe glamourbaan heb, ben je ineens een loser? Welnee, loser!

Wat zou ik dan voor antwoord willen geven? Wat doe ik dan in het dagelijks leven? Wat is het dagelijks leven? Als je zonder werk zit, zit je dan ook zonder dagelijks leven? En als je af en toe iets anders doet, telt dat dan niet mee voor het dagelijks leven? Waarom vragen mensen eigenlijk als eerste naar het gelijkmatige, herhalende, dus mogelijk juist het allersaaiste aan iemands leven?

Ik weet het. Want wat ze eigenlijk bedoelen is “Hallo, wie ben jij?” Kunnen we dat niet beter aan elkaar vragen? Dat levert echt veel leukere antwoorden op. Dat voorkomt in veel gevallen een onvermijdelijk doodslaan van het gesprek. En bovenal: dan kan iedereen lekker zelf bepalen waar ‘ie zijn identiteit aan ophangt.

“Ik ben chirurg.”
“Ik fok hangbuikzwijnen.”
“Ik ben de broer van Harrie.”
“Ik ben 3 weken clean.”
“Ik verzamel telefoonboeken.”

Nou, ik draag graag tweedehands sneakers, mijn softbalteam staat bovenaan, ik hou van dansfeestjes. En ik heb een bijbaantje.

10 gedachtes over “Bijbaantje – gastblog

  1. Een bijbaantje wat maakt dat je tweedehands sneakers kunt dragen.. Een bijbaantje waardoor je tijd hebt om te softballen… Een bijbaantje wat je in de gelegenheid stelt in het weekend keihard te dansen…

    Leuk geschreven en met meer dan een glimlach gelezen!

  2. Wat een leuk stukje Dorien! En erg herkenbaar ook. Was erg amusant om het te lezen 👍

  3. Tja, ik sta ook niet springen om mijn identiteit te ontlenen aan mijn werk. Helaas hoor ik het mezelf wel/ook aan anderen vragen…

  4. “Hallo, wie ben ik?” Na het lezen van dit stuk in ieder geval apetrots dat ik jouw oud-klasgenoot ben!

  5. En daarom vind ik je een topper Dorien! Omdat je zo heerlijk kan genieten van de dingen die je doet in je leven, je niet laat meeslepen door “wat heurt”, en omdat je met je humor altijd een lach op mijn gezicht weet te krijgen!!! Wat een talent en gave vind ik dat!!

  6. Hardop gelachen! Hulde, wat een leuk herkenbaar stuk én goed geschreven!

    Ik heb mooie turquoise (eerstehands) sneakers. Ik vind de boeken van Hanna Bervoets geweldig. Iedere dag drink ik minimaal 2 liter thee (niet overdreven). Oja, en ik heb ook nog een communicatie-bijbaantje. Aangenaam! 😉

  7. ‘Zijn ineens alle topsporters jonger dan jij.’. Zo herkenbaar! Leuk stuk Dorien. Wees niet bang wat vaker te publiceren. Het is de moeite waard!

  8. Pingback: Bijbaantje – Met DT

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s