Veganisten – Gastblog

De gastschrijver van vandaag is langzaamaan een bekende aan het worden in het literaire wereldje! Sacha Boom won dit jaar de grote columnwedstrijd van de Metro, debuteerde in Vers #2 (een verhalenbundel van Rotterdams schrijftalent) én heeft haar eigen literaire podium It’s all about literature in Spijkenisse. Voor Achtentwintiger schreef Sacha over een openbaring die ze kreeg tijdens een werkvakantie in Duitsland. Een openbaring over perfect zijn. Of het niet zijn. En chocola en veganisme.


Veganisten

“Chocola?” vroeg Joyce. Ze brak een stukje voor me af.
Ik knikte, stak het in één keer in mijn mond en ging verder met mest scheppen. Ik wrikte mijn schep onder een plakkaat van stront en stro en kiepte het daarna in de kruiwagen. Joyce stak de rest van de chocola terug in haar zak. Een van de geiten observeerde onze voortgang. Het zweet liep ondertussen langs mijn slapen en mijn neus prikte door de ammoniak. Mijn laarzen zaten onder. Ik had blaren op mijn handen. Mijn gezicht was rood. Ik was hier dan ook niet om mooi te zijn. We waren op werkvakantie op een biologische boerderij.

“Hallo!” riepen ze tegelijk. Hij stak zijn hand op. Zijn andere arm had hij om haar heen geslagen. Ze lachten een breed en zagen er erg gelukkig uit.
“Hallo!” riepen wij terug. Joyce pakte de kruiwagen en manoeuvreerde deze door de ingang. Ik leunde op mijn schep en keek hen na.
Zij waren knap. Ze liepen de hele dag op blote voeten. Over het grindpad. Door de akkers. Tijdens het koken. Naar het toilet. Ze knuffelden en kusten veel. Ze waren te gast op de boerderij. Vrienden van de familie. Ze hoefden niet te werken. Dat maakte het ook wat makkelijker om knap te zijn.
Hij was lang en mager, maar niet te. Zongebruind, met half lang weelderig haar en een baard. Hij had lichtblauwe ogen. Hij was altijd bezig in de werkplaats. Punten aan stokken maken met zijn zakmes. Planken doorzagen. Op grote blokken hout inhakken met een bijl. De zeis aan het scherpen. En dan het gras maaien met de zeis, met lange slagen.
Zij was ook lang en dun, op een elegante manier. Ze had een verlegen, maar uitdagende glimlach. Toen ik haar voor het eerst zag viel het me op dat ze geen bh droeg. Ze plukte vaak fruit. Of ze zat in het gras naar hem te kijken.

We moesten rekening met hen houden als we kookten. Alles moest veganistisch zijn. Bakken in olie in plaats van boter. Koffie met sojamelk en geen ei in de salade, maar in een schaaltje ernaast. Een apart stapeltje pannenkoeken voor hen beiden, gemaakt met rijstemelk.
“Is dit wel echt vegan? Is het niet met boter gebakken?” vroeg zij dan, waarna wij braaf van ja knikten. Het droeg alleen maar bij aan de wolk van mysterie die om hen heen hing.
Ik pakte nog een stuk chocolade aan. Misschien moest ik ook maar vegan worden. Dat was vast de reden dat zij zo slank waren. Zij aten geen chocolade. Alleen vegan chocolade. Dat was misschien minder dik makend. En waarschijnlijk hadden ze iedere dag seks. Van het speciale vrije soort. Het soort dat je in een seksscène van de film Tuks Fruit tegen kon komen. Ze zagen er uit als het perfecte stel.

Ik had mijn werkkleding omgeruild voor een jurkje. We gingen naar een ‘See’. Naar een meer dus. Want in Duitsland is een ‘meer’ een ‘See’ en de zee is een ‘Meer’. Natuurwater om in te zwemmen. omringd door bomen en gras. We gingen met twee auto’s, negen mensen en een hond. In mijn tas had ik zes grote komkommers. Lekker fris om te eten met die warmte en bovendien zijn komkommers honderd procent vegan proof.

Het duurde lang voor we er waren. Nadat we de auto geparkeerd hadden moesten we een heel eind lopen. Het geluid van klepperende slippers tegen hielen en blote voeten op het asfalt. We liepen door een stuk weiland, over een heuvel, langs een meer, door naar een volgend meer. Daar was het lekker rustig. Ik liet mijn zware tas vol komkommers neerploffen. We spreidden onze handdoeken op het gras. Ik ging zitten, haalde de komkommers tevoorschijn en vroeg of iemand een stuk wilde.
“Ja graag, straks,” antwoordde zij. Ze ontkleedde zich. Hij ook. Helemaal. Ze had veel schaamhaar en ietwat platte, kleine borsten die bij de tepel omhoog wipten. Hij had bruine billen. Ze renden het water in. Dit deden ze vaker. De hond dook hen enthousiast achterna. Zij lachten en aaiden hem. Iedereen deed alsof alles heel normaal was.

Ik nam kleine hapjes van mijn komkommer en keek naar de bomen en bosjes die het meer omringden. Het viel me op dat er veel mannen langsliepen. Wandelende mannen, in hun eentje. Mannen die ook meerdere keren langs kwamen. Ze droegen bergschoenen, beige broeken, geruite overhemden en zonnebrillen met een touwtje in hun nek. Heel netjes allemaal.
Er zaten ook mensen aan de overkant. Kleine stipjes met parasolletjes. Ze leken me alleen wel erg roze. Het waren er zo’n zeven bij elkaar. En aan de rechterkant van het meer nog een stelletje. Ik schroefde de zoomlens op mijn camera, draaide, en nam een foto. Bestudeerde het beeld grondig. Ja. Zeker weten, allemaal naakt. Gelukkig ging de rest van onze groep niet naakt, en kon ik mijn zwemkleding aanhouden. Ik weet niet wat ik had gedaan als ze toch allemaal naakt waren gegaan. Ik zou graag geloven dat ik zo zou zijn dat het me niets kon schelen. Dat ook ik een vrije geest ben en in een setting van Turks Fruit mee zou kunnen spelen, maar dat is niet het geval. Ik hou graag mijn kleding aan in het openbaar. Bovendien heb ik een heel coole bikini.

Ik kon niets ontdekken aan het stel dat niet perfect was. In mijn eigen onzekerheid zocht ik wanhopig naar het kleinste teken. Misschien at hij zijn snotjes op, of had zij een vreemde tik. Haren uittrekken, of mee-eters uitknijpen. Later die week betrapte ik ze eindelijk. We aten weer pannenkoeken. Er stond speciaal voor hen een bordje veganistische op tafel. Ze aten ervan met smaak. Suiker deden ze er op, stroop, jam, plakjes banaan. Tot de laatste pannenkoeken. Het gebeurde als in slow-motion. Zij reikte naar de pot met Nutella. Ik volgde haar hand met mijn ogen. Hij ook. Zij keek hem vragend aan. Hij knikte. Zij smeerde de pannenkoeken dik in. Een voor haarzelf en een voor hem. Voor de duidelijkheid: Nutella is niet vegan. Zo. Niemand is perfect.

2 gedachtes over “Veganisten – Gastblog

  1. ‘Bovendien heb ik een heel coole bikini.’ 😀

  2. Erg leuk verhaal, heel vermakelijk geschreven!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s