Rouwfasebehang

Rouwfasebehang

Je kent het vast wel. Dat moment dat een man en een vrouw met verfrollers in hun hand een muur staan te witten. Ze praten terwijl ze hun ogen op de muur gericht hebben. Er wordt gegiecheld. Per ongeluk komt er wat verf op haar lange haren terecht. Ze lacht en piekt een spatje verf naar de man. Hij grijnst en met zijn vinger witte vinger zet hij een streep op haar neus. Er ontstaat een romantisch verfgevecht dat eindigt met kleren die uitgaan en blote lijven onder de witte vegen. Ja, dat ken je vast wel.

Nou ik niet. Ik sta in mijn nieuwe huis een muur te witten en spat mijzelf lekker onder. Ik vergeet de latjes af te plakken zodat ik die weer moet schuren straks. Ik heb per ongeluk over het stopcontact heen geverfd. En ik heb mijn dure gympen aan. En dan. Wanneer ik de eerste laag erop heb zitten en van een afstandje kijk, denk ik. O. Mijn. God. Je kunt helemaal niet over behang heen verven.

Uit nijd prop ik een suikerwafel in mijn mond. Een manmens zou toch verdomd handig zijn nu. Niet alleen voor amoureuze verfmomenten. Nee, een manmens zou mij hebben verteld dat ik niet over dit behang heen kan verven. En hij zou antwoord hebben op allerlei vragen die tijdens het klussen in mij op komen. Hoe komt het dat ik geen heet water heb? Hoe zorg ik ervoor dat ik licht heb? Hoe doe ik een nieuw velletje papier om mijn schuurmachine? Wat is een kruiskopschroevendraaier?

Een dag later werden mijn spullen verhuisd. Een lichte depressie had zich ondertussen van mij meester gemaakt (ik at een half pak suikerwafels leeg), want dit mooie huis in Rotterdam (jawel!) had vier kamers. Die allemaal nog behangen waren met bloementjesbehang en onder de bloemen kwamen vogels en daaronder wit behang en daaronder lichtbruin behang. Hoe zou ik dit hele huis kunnen opknappen? Mijn vrienden en familie – voornamelijk bestaand uit vrouwmensen – probeerden mij te helpen. Zoals ze mij met veel dingen willen helpen. De vrouwmensen weten waarom ik geen verkering heb, ze weten hoe mijn meubels moeten komen te staan, wat voor raamdecoratie ik moet kiezen en ook wat ik moet doen met al die muren die niet verfbaar zijn.

De beste oplossing zou zijn: platen er tegenaan en dan stucen. Maar daar heb ik het geld niet voor. Dus, na lang beraad, veel koffie, veel aaien over mijn bol en ‘och och och wat haal je je toch op je hals’ (en nog meer suikerwafels, het pak is nu op), werd rouwfasebehang geopperd. Al het behang eraf en rouwfasebehang er tegenaan. En dat dan weer verven. Misschien kwam het doordat ik echt in een rouwfase zat en het heel normaal voelde dat daar behang bij hoorde, dat ik dacht dat je het zo zou schrijven. Maar toen Google vroeg of ik ‘Rauhfaser behang’ bedoelde, las dat logischer.

Nu kan ik je vertellen, Rauhfaser behang is de hel. Heb ik me laten vertellen, want ik kan natuurlijk niet behangen. Mijn schoonzus is bijna een hele dag met de keuken bezig geweest en ik heb haar minimaal twaalf keer tegen zichzelf horen zeggen “Ik kan behangen.” Ik geloof haar echt. Terwijl zij verder ging met het behang, dacht ik: ik kan twee dingen doen. Ik kan of echt in een rouwfase terecht komen of ik kan een soort vrouwelijke equivalent worden van Thomas van Eigen Huis en Tuin (da’s immers ook een Rotterdammer). Ik heb dus lopen kiezen voor het laatste.

Het was geen lastige keuze. Er viel namelijk niks te kiezen. Als je alleen leeft, sta je alleen voor klusmomenten. Al wilde ik niet klussen, ik wilde wachten op amoureuze verfmomenten. Op mannen die schroefjes uit de muur konden halen. Die muren konden schuren. Die licht brachten in de duisternis. Maar ik moest het zelf doen en dan houd ik ook niet van zeiken. Al youtubend heb ik mezelf door mijn huis geklust. Met een kruiskopschroevendraaier heb ik inmiddels alle latjes die de vorige bewoner tegen de grond had geschroefd, eruit gehaald. Met een geleende schuurmachine heb ik muren glad gemaakt (nadat er eerst 87 lagen behang onder vandaan gestoomd waren natuurlijk) en ik heb door de draadjes van de lamp te verbinden met de draadjes die uit het plafond bungelden, zelf voor licht gezorgd.

Nu is het echt mijn huis en we zijn beiden rouwfasevrij. Het is nog niet af, maar straks is het mooi en kan ik die vier kamers helemaal vullen met mijn vrouwmensen en af en toe een manmens natuurlijk. Amoureus of vriendschappelijk. Want een aantal van mijn mannelijke vrienden zijn er natuurlijk ook bij geweest. En gelukkig vinden die niks van dat ik geen verkering heb, hebben ze geen meningen over meubels, raamdecoratie of behang. Die manmensen vullen gewoon mijn ketel zodat ik warm water heb en maken microfoonpiemels van karton (zie foto). Dat is bijna even leuk als een verfgevecht. In ieder geval grappiger.

6 gedachtes over “Rouwfasebehang

  1. Leuk stuk weer. En ook heel leerzaam van dat behang. Echt zo’n woord waar je nooit over nadenkt totdat iemand anders het doet.

    Succes met klussen en verhuizen meid!

  2. hahaha! super om te lezen hoe jij je door je mooie huis heen klust!
    Succes nog verder! XX

  3. Schit-ter-rend! Ik heb genoten van je geweldige verhaal (talent!!).

  4. Lekker bezig! En echt tof dat jij in onze stad te vinden bent 🙂

  5. Terwijl ik dit lees probeer ik de lap behang in mijn rechterooghoek, die al sinds november 2012 de zwaartekracht tart met een liter verf over haar mik die ze niet aankan omdat je mijn behang niet kan verven, te negeren. Fuck behang, ik duw nog maar eens een punaise in die lap.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s