Rondjes – Gastblog

Miguel Santos is een schrijver/dichter die woont, schrijft, blogt in en over Rotterdam. Hij is dan ook de huisdichter van het radiostation Open Rotterdam. In vriendenkringen wordt Miguel Santos vaker ‘de dichter’ dan ‘de schrijver’ genoemd. Toch debuteerde hij vorig jaar met zijn eerste roman, 71|71. Inmiddels is ook zijn eerste dichtbundel in de maak. Voor Achtentwintiger schreef Miguel Santos Rondjes, een verhaal over hoe taai het soms is om schrijver te zijn. Writersblock en zo. En jawel, dat levert een mooi schrijven op!

null

Ik schrik wakker van mijn telefoon. Een bericht. Waar het verhaal blijft. Ook al voel ik de toetsen van mijn laptoptoetsenbord in mijn voorhoofd gedrukt, op mijn scherm staat geen zinnig woord. Weer een bericht. Waar ik het gore lef vandaan heb gehaald om het een en ander in een verhaal te verwerken. Dat is al een jaar geleden, doei. Verwijderen, opzouten. Uit mijn speakers klinkt een nummer van Rob Zombie, Pussy Liquor, geloof ik. Heel erg Hank Moody, al zeg ik het zelf. Tot overmaat van ramp is mijn glas whisky omgestoten, zo over het boek ‘Toegetakeld door de liefde’ heen. Verdomme, het was bijna uit. Schoonmaken dan maar.
In de keuken gaat mijn telefoon weer over. Even overweeg ik om terug te lopen, maar toch blijf ik staan, bevroren bijna. Het rinkelen van mijn ringtone vult zowat het hele huis. Dan stopt het, halverwege een rinkel. Alsof iemand de stekker er uit trekt tijdens het bellen, heel gek is dat eigenlijk. Alsof je tijdens het bellen denkt, nou, laat maar. En dan gewoon ophangt.

Een paar uur eerder ben ik maar gaan wandelen, even een frisse neus halen. Opeens heb je het dan helemaal ontdekt, dat Dakpark in Rotterdam. Ideaal voor nachtelijke dwalingen als je geen inspiratie hebt. Of juist wel en dat je dat even moet kanaliseren. Helaas hebben meerdere mensen dan last van ‘IK MOET NAAR BUITEN WAAAAAAAA’-buien, waardoor je alsnog elke vijf meter iemand tegen komt. Toch is het dan donker genoeg om slechts vage schimmen te zien. Contouren van mensen in gewaden of het glimmen van leren jasjes. Maar na drie keer heen en weer geslenterd te hebben, is het wel weer mooi geweest. Je strijkt neer op een bankje, richting de havens en blaast eens rustig uit. Om vervolgens een pen en je notitieboekje uit je zak te halen, hopende dat je ideeën gaan borrelen.

Helaas. Het feit dat je de pubertijd, de adolescentie, de quarter-life-crisis én Club van 27 hebt overleefd, maakt je schrijfproces er niet anders op. Beter op. Of makkelijker. Nee, je bent voor het proza nog steeds afhankelijk van lopen, drinken, peinzen en naar een leeg beeldscherm zitten staren. Als je dat van tevoren had geweten was je nooit begonnen aan dat 28e levensjaar. Je wilt dan op zijn minst flitsende resultaten zien, net zo makkelijk als een lege plek op een bankje waar slechts een ander persoon op zit in plaats van twee moeders en acht kinderen. Dat opeens alles anders is, op een positieve manier. En niet de hele tijd je telefoon gaat als je net een momentje voor jezelf in hebt gelast.
‘Ja,’ zucht ik, ‘mag een mens niet even op de poepdoos zitten?’
‘Ahem. Goedemiddag meneer, spreek ik met-‘
Weg ermee. En die telefoon ook, gooi hem wel in de slaapkamer. Ook al lieg ik dat het gedrukt staat – ik sta immers nog in de keuken met een groot glas water tegen de whisky aangezien die nog steeds op is – hoeven zij dat nog niet te weten. Wie het ook mogen zijn. En als het echt belangrijk is, bellen ze vanzelf wel weer terug. Ga ik ondertussen even op de bank liggen, nadenken over het verhaal dat nog steeds niet af is.

In het park zag ik haar voor het eerst, met een boek en oordopjes in op de bank. Wat ze aan had die dag kan ik me niet meer herinneren, maar wel haar gezicht. Het lange, donkere haar dat voor haar gezicht viel. Telkens door haar hand er vandaan werd geveegd, maar dat haar had een eigen wil. Zoals de slangen op het hoofd van Medusa, maar dan in een flowerpowervariant. Van die bloemetjes uit het grasveld er in die vast zijn blijven haken toen ze er naakt doorheen rolde op een zonnige zomerzondagmiddag. Maar dat was mijn fantasie die de vrije loop nam. Mijn lijf daarentegen ging gewoon naar haar zitten. Mijn ogen brandden op haar wang, totdat ze het merkte en opkeek. De cavalerie bestaande uit mijn lippen, kaak en tong brachten de volgende woorden uit: ‘Lees je ook weleens bloemen?’ Daarop knipperde zij een met haar ogen, moest glimlachen en zei tenslotte: ‘De laatste tijd niet. Meer literatuur. En bladmuziek. Om muziek te maken. Maar eigenlijk kan dat ook zonder. Bladmuziek. Muziek maken.’ Bijtend op haar onderlip keek ze me strak aan, met een glimlach, dat wel. Op dat moment ketste haar neusring een straal zonlicht op en zo mijn linkeroog in. Even zag ik niets en zat ik als versteend, maar wilde rondjes rennen van geluk. Dit moest haar zijn, waarmee je oud wordt en in de weekenden langzame rondjes mee loop door elk park in de stad, te beginnen met dit park. Zelfs de zon was het er mee eens.
‘Lees je dan wel eens koffiekopjes,’ probeerde ik vervolgens.
‘Wat voor koffiekopjes?’
‘Kleine, ronde espressokopjes.’
‘De laatste tijd niet.’
‘Wil je het een keer proberen? Zal ik je helpen.’
‘Als jij eerst dit leest.’
Ze hield de opengeslagen kaft voor haar gezicht. Toegetakeld door de liefde. Als je zou geloven in voorbodes van rampspoed, dan zou dit er een zijn die me in het gezicht zou kunnen slaan. Als een baksteen op mijn hoofd had kunnen vallen. En dan neervallen. Niet dood, maar wel goed uit het veld geslagen.
‘En hoe laat ik je weten wat ik ervan vond,’ vroeg ik.
Het leek mij een zinnige vraag. Zij glimlachte mysterieus en haalde haar schouders op.
‘Ik loop hier vaker rond,’ antwoordde ze, stond op en begon te lopen.

Ik sloeg mijn handen voor mijn gezicht vol ongeloof dat deze ontmoeting deze wending nam. Toen ik mijn ogen opende was ze nergens te bekennen. Ik keek op mijn telefoon. Geen netwerk. Geen mensen om me heen. Geen flowerpower. Ik besloot maar een rondje te gaan lopen voordat ik weer verder zou proberen te gaan met mijn verhaal thuis. En dan een rondje whisky.

Zin in nog meer Miguel Santos? Check dan hier zijn site.

Een gedachte over “Rondjes – Gastblog

  1. Nice! En herkenbaar, dat van die toetsen in je voorhoofd.. 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s