Aardappeleters

Aardappeleters

Met een bak quinoa op mijn schoot, staar ik in mijn werkkamer naar mijn prikborden. Quinoa is hip en gezond en op mijn prikborden hangen allerlei briefjes. Ze zijn door elkaar heen geprikt en sommigen kan ik niet eens meer lezen. Er staan dingen op als “Hoofdpersoon Elsie: wie is zij?” en “Proloog moet beter. Wat wil je zeggen?!” en “Tijs en Elsie steeds bijna seks maar toch steeds niet”. Het zijn allemaal briefjes die mij moeten helpen met het schrijven van mijn roman. Ik neem een hap quinoa, kauw er langzaam op en denk aan opgeven. Voor het schrijven van een roman zou het fijn zijn dat je ordelijk bent. Ik ben dat niet, vraag maar aan mijn moeder. Stiekem vind ik het niet heel erg dat het creatieve proces zo moeizaam is. Het is zoete waanzin. Ik vind het heel erg onhandig dat ik er een zooitje van maak, maar ik vind het ook – en ik schrijf dit op met een lichte zelfwalging – getuigen van artistiek zijn en bijzonder en ja… Wacht even, ik moet even naar de wc.

Inmiddels is het vier uur ’s middags en mijn personages zijn kapot van al mijn gedenk over hen. Ik moet aan de borrel. Niets dat je schrijversschizofrenie beter wegspoelt dan rode port. En dat doe ik in Bergen op Zoom deze vrijdag; een vriendin van mij viert daar haar verjaardag (omdat ze daar woont). Bergen op Zoom is een klein plaatsje waar je al snel bijzonder bent. Het is fijn om daar even naartoe te gaan, vanuit een stad als Rotterdam, die vele bijzondere mensen kent.

In Bergen op Zoom valt een onbekend gezicht snel op. Er wordt mij gevraagd wat ik doe. Ik vertel dat ik schrijf.
“Zo, dat lijkt me moeilijk,” zegt een meisje.
“Het is ook echt heel moeilijk,” zeg ik, blij dat iemand mijn worsteling erkend.
“Maar het is wel een echte passie,” zegt een ander. “Dat is bijzonder.”
“Ja,” zeg ik, blij dat iemand mijn bijzonderheid erkend.
“Wat is jouw passie?” vraag ik. Het meisje schudt verdrietig haar hoofd, ze heeft er geen. We doen een passie ronde in Bergen op Zoom. Weinig mensen hebben passies. Velen zijn daarover verdrietig. Ik vertel dat een passie hebben heus niet altijd leuk is. Dat je soms helemaal geen geld hebt of inspiratie en ik vertel over mijn prikborden. De mensen leven met me mee.

Eén jongen met krullend donker haar heeft nog niks gezegd. Ik vraag hem naar zijn passie, wachtend op een gelukzalig ‘ik heb er geen’.
“Aardappels,” zegt hij.
Ik lach heel hard.
“Echt waar,” zegt de jongen die Mees blijkt te heten. “Aardappels zijn mijn passie.”
“Dat meen je niet,” zeg ik. En ik denk aan de quinoa die bij mijn artistieke leven hoort.
“Jawel, dat meen ik wel. Later word ik boer en ga ik aardappels telen.”
Later word ik schrijver en ga ik boeken publiceren. Dat is wat ik altijd zeg.
“Maar, wat vind je daar dan leuk aan?” vraag ik.
“Het is gewoon mooi werk,” zegt Mees. “Ik studeer nu in Dronten tuin- en akkerbouw. Dat is een hele toffe opleiding, je leert van alles over de grond en over de gewassen en ook over marketing. Dat vind ik niet zo, maar toch.”
“Maar aardappels. Waarom aardappels?” vraag ik.
“Het is een mooi product. De plant behoort tot de nachtschadefamilie, dat weten weinig mensen,” zegt Mees. “Bovendien moet je goed nadenken wat je na de aardappel op het perceel laat groeien. Je kunt een aardappel maar een keer in de drie jaar oogsten. En na dat jaar, moet je iets anders zaaien.”
Ik ken de woorden ‘zaaien’ en ‘oogsten’ alleen metaforisch. Wat nachtschade betekent, weet ik helemaal niet. Mees lacht naar mij, alsof hij ziet dat ik het allemaal niet weet maar dat het niet geeft. Een passie die niet moeilijk is, wie had dat gedacht. Ik lach terug. Als hij niet 19 was, maar 29, had ik ‘m nu prompt op zijn mond gezoend.

De prikborden en mijn personages doemen op in mijn gedachten. Ook opgeven is terug. “Maar die aardappel he, die verdwijnt toch uiteindelijk,” probeer ik. “Iedereen eet tegenwoordig quinoa enzo.”
Nu is Mees degene die hard lacht. “Dat is een regelrechte hype. Uiteindelijk zijn we toch echt aardappeleters. Tegen de tijd dat ik ben afgestudeerd, is de quinoa weer voorbij.”
“Wanneer is dat?” vraag ik.
“Over twee jaar.”
Ik knik, loop naar de bar en bestel een rode port. Ik staar naar het rood in het glaasje. Elsie staat stampvoetend in mijn gedachten. Doe maar een cola, zeg ik tegen de barman en ik schuif de port terug. Ik adem in en sla het fris snel achterover. Ik moet terug; terug naar Rotterdam, terug naar mijn werkkamer. Ik moet mijn roman afschrijven voordat de quinoa weer uit de mode is.

3 gedachtes over “Aardappeleters

  1. Met een ontzettend grote glimlach gelezen, bedankt 🙂

  2. Hehe.. Aardappels. Stel je toch voor dat quinoa uit raakt, wat moeten we dan met al die geblog en geschrijf? Ook misschien maar aardappels gaan zaaien?

  3. Quinoa, ik heb er iets over gehoord.
    Schrijf jij snel je boek, zodat ik er meer over kan lezen?

    Vrolijke groet,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s