Liefde in tijden van liedjes II

Liefde in tijden van liedjes II

Inmiddels weet ik dat ik stuk ben. In Liefde in tijden van liedjes bekende ik dat ik bijna 30 was en nog nooit van iemand gehouden had. Nu weet ik waarom. Ik heb een te leuk gevuld leven met veel te veel vrienden die ik heb gemaakt doordat ik altijd alleen was. Ik ben kritisch en heb een passie die makkelijk het gemis van een partner opvult, wat zeg ik: mijn schrijven vult met gemak het gat op van drie partners. Daardoor ben ik in een samenzijn enorm gesteld om mijn eigen tijd, maar o wee als je me verlaat. Bovendien is jarenlang loeren naar stellen niet perse bevorderlijk naar het verlangen om een stel worden. Ik heb dingen gehoord en gezien waardoor ik oprecht happy single was. Vrouwen die tegen hun mannen zeggen: “Ik heb geen zin om uit eten te gaan hoor. Zit ik jou heel de avond aan te kijken.” Mannen die verdommen te koken, zelfs als ze lang en breed thuis zijn voor hun vrouw binnenkomt. Stellen die simpelweg langs elkaar heen praten. Ze luisteren louter naar zichzelf en de stroom woorden die ze hun partner toesnauwen verdwijnt in een ruimte waar alleen vreemden hun oren spitsen.

Nee. Niet dat voor mij. Ik ben vrij. Vrij om mijn vrienden te zien. Vrij om bier te drinken wanneer ik dat wil. Vrij om bang te zijn. Vrij om kritisch te zijn. Vrij om te schrijven. Vrij om te vrijen. Vrij om stuk te zijn en niemand zich daarmee te laten bemoeien. En toen kwam ik de schrijver tegen waar ik eerder over schreef. De taalnazi die mijn dt’s veranderde. Met zijn gele bril, vreemde bakkebaarden en een houding die zich niet liet plaatsen, paste hij in geen enkel liedje. Net zoals ik zelf niet in liedjes pas. Wij waren beiden rare vogels zei mijn zus, dus als er iets in mij was dat ooit iets van een relatie wilde, moest ik volgens haar nu toch echt doorbijten.

Ik beet door omdat ik zag dat hij en ik samen iets zouden kunnen hebben wat mooi was. Wat de moeite waard zou zijn. Maar verliefd werd ik niet. Maand na maand na maand probeerde ik. Ik vond hem lief. We hadden het fijn. Ik moest om hem lachen en hij inspireerde me. Maar het gevoel dat ik zocht, kwam niet. Het gevoel dat bij de liedjes hoorde. En ik wilde het zo graag. Twijfels. Doordaten. Lachen. Huilen. Mijn zus bellen. Doordaten. Praten. Uit eten. Samen slapen. Twijfels.

Voel ik wel genoeg?
Is dit het?
Kan ik dit wel?
Wil ik dit wel?

Het is niet het begin waar je van droomt. Het is een begin waarvan mensen zeggen ‘dat is niet goed hoor’ of ‘zo hoort dat niet’. In het begin hoor je te genieten. Maar in mijn hart wist ik dat als ik het ooit echt zou proberen, het zo zou verlopen. Het was het begin waar ik jaren tegenop had gezien. Maar de taalnazi met de gele zonnebril had geduld. We dronken biertjes en aten bitterballen. We skypten drie uur op een avond. Ik kreeg lieve berichtjes maar niet teveel. Als ik een avond alleen wilde zijn, mocht ik mijn telefoon uitzetten. Maar ik bleef twijfelen en kon wel huilen. Dat deed ik en het enige wat ik wilde was mijn hoofd neerleggen op de behaarde borst van mijn taalnazi. Ik had verdriet om het gebrek aan gevoel maar wilde alleen door hem getroost worden.

Dat was hetgene dat ervoor zorgde dat ik doorging. Ik had een beeld van ons als stel en voor het eerst in mijn leven was het een realistisch beeld. Een fijn beeld. Ik zou hem niet een avond niet aan willen kijken. Met de gedeelde passie hadden we altijd wat te bepraten. Hij zou wél eten voor me maken als hij eerder thuis was. Wij zouden nooit langs elkaar heen praten, omdat we op dezelfde golflengte zitten. Dus als het gevoel nu gewoon kwaaaham, dacht ik.

Na drie maanden liet ik hem los. Ik had mijn best gedaan en ging huilend naast hem zitten. Mijn hoofd in zijn nek. “Ik wil het niet uitmaken, echt niet, maar ik weet het niet,” zei ik. Hij zat een verhaaltje te tikken, keek rustig op en zei niks over het uitmaken. Hij sprak de legendarische woorden: “Ik heb nog nooit iemand ontmoet die zoveel moeite doet om bij mij te zijn.” Mijn natte ogen waren nooit eerder zo snel droog. Hij pakte mijn hand, we gingen naar het bos, liepen langs het water en hij wist het zeker genoeg voor ons tweeën.

De volgende ochtend was ik zo blij dat hij er nog was toen ik wakker werd. Ik keek naar hem en toen naar mezelf. Ik ben kritisch. Ik heb bindingsangst gecombineerd met verlatingsangst. Vaak denk ik dat ik krankzinnig ben. Bipolair denk ik soms. Ik ben bang. Maar hij is lief en gek genoeg om met mij samen te zijn. Ik keek naar de bakkebaarden die ik de afgelopen drie maanden in een baard had doen veranderen en bedacht, ik ben verliefd op je aan het worden.

Een week lang verzweeg ik het. Ik denk immers soms dat ik bipolair ben, dus met dit soort beweringen moet ik altijd even wachten. Na die week zaten we samen in het kunstgras op mijn balkon. Door het warme weer zweette hij als een otter. Ik kuste hem door zijn zweetdruppels heen en sprak toen de legendarische woorden.
“Ik ben denk ik verliefd op je aan het woorden.”
“Zo,” zei hij lachend. “Lekker op tijd.”
“Sorry,” zei ik. “Bedankt dat je bij me bent gebleven.”
“Ik wil alleen een krankzinnige vriendin,” zei hij. “Als je normaal wordt, maak ik het uit.”

Op dat moment hoorde ik een liedje in mijn hoofd. De melodie was mij vreemd. Het was geen liedje dat ik eerder hoorde. En dat klopt eigenlijk wel. Mijn gevoel past ook bij geen enkel liedje dat al bestaat. Ik hoorde een nieuw liedje. Het liedje van mij en de taalnazi.

8 gedachtes over “Liefde in tijden van liedjes II

  1. Lief en leuk. En dan bedoel ik de opmerking van je taalnazi dat er nog nooit iemand zoveel mo…… Nee hoor, ik ben erg blij voor jou en ook een beetje voor jouw taalnazi, die eigenlijk best wel heel aardig is.

  2. Wat word ik toch altijd blij van jouw blogs!!! Wat een mooie zinnen en wat een mooi verhaal. Bedankt achtentwintiger. En jij ook, inspirerende taalnazi!

  3. Haha EINDELIJK heb je een keer doorgezet en dan is het ook nog is de moeite waard, thank god 🙂 ode aan je zus die je heeft gepusht om een keer door te zetten.

  4. Ik weet uit eigen ervaring dat je zielsgelukkig kan zijn zonder relatie. Dat je de liefde absoluut niet nodig hebt om een compleet mens te zijn. Dat je je prima kan rooien zonder man of vrouw naast je. Maar eerlijk is eerlijk: de liefde kan ook een kers op je levenstaart zijn. En als dat gebeurt, is dat wel heel leuk! Gefeliciteerd(t) met je Taalnazi!

  5. Wat een lieve en mooie post zeg, fijn dat je zo gelukkig bent!

  6. Wat een fijn stuk om te lezen! En geloof me, als je elkaar gewoon die vrijheid gunt en je eigen ding doet, kun je prima een hele goede relatie hebben.
    Ik ben vooral verliefd geworden op de berichtjes die hij me stuurde en we zijn inmiddels al elf jaar samen. (En hij kookt op werkdagen altijd voor me!)

  7. Wat een fijne blogpost om te lezen. Geeft mij als zevenentwintigerzonderooiteenvriend ook een beetje hoop dat er wel ergens iemand rondloopt die leuk en gek genoeg is om het met mij uit te houden.

  8. Pingback: Daten met 010 (Deel 2) | Letters From Last Night

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s