Verdriet met schurft III

IMG_0103

Vandaag het slot van mijn schurfttrilogie. Als je niet helemaal bij bent, is het verstandig om eerst de ellende van deel I en deel II te lezen.

De zon schijnt als de taalnazi en ik hebben afgesproken op het terras. Hij zit er al, met een zonnebril op en hij rookt een sigaret. Twee biertjes staan op tafel en ik ben zenuwachtig. Ook ik heb een zonnebril op. We kussen elkaar op de wang, wat vreemd is maar fijn.
“Ik ben nerveus man,” zeg ik. Snel neem ik een slok van mijn bier. Het is mijn eerste biertje sinds de prednison kuur en hij smaakt verdrietig.
“Ik ook,” zegt hij. “Hoe is het met je?”
“Ik ben moe,” zeg ik. “Heel moe.”
“Ik zie het.”
Trots rol ik dan de mouw van mijn truitje op. “Maar de schurft is weg.”

We kijken beiden naar mijn arm. “Het ziet er mooi uit,” zegt hij. De zalf en de prednison hebben hun werk gedaan. Ik heb geen jeuk meer, de blaasjes zijn weg en de korstjes zijn kleiner.
“Ja,” zeg ik. Ik wrijf over de kleine plekjes die de korsten hebben achter gelaten. Alles lijkt verdwenen en nu vind ik dat toch een beetje naar. “Maar ik houd wel kleine littekens, volgens de dermatoloog.”

Even zijn we stil. Dat mag ook. Verdriet, schuldgevoel, verwijten, vragen, onbevredigende antwoorden… we hebben ze al uitgewisseld over de mail en de telefoon de afgelopen maand. Nu, een maand na het uitgaan en de schurft, is alles iets lichter, al lijkt het soms nog net zo zwaar. De dermatoloog is in ieder geval tevreden want de schurft is voorbij. Al het was geen schurft, geen leukemie, het was ook geen sweet syndrome of lupus. Het bleek EEM (Erythema Exsudativum Multiforme). Of althans, dat dacht het team toen ze ‘er met z’n allen nog eens naar hadden keken’. Een acuut optredende huiduitslag, een soort allergische reactie op een infectie met een virus of een bacterie. Meestal is een koortslip de oorzaak. Maar misschien reageert EEM ook op aften, dacht ik. Of misschien was het stress en verdriet en overspannenheid; en dat mijn lijf dat zo uit. Ik zou het niet raar vinden. Mijn moeder vond me altijd al een theatraal type.

“Ben je blij dat het voorbij is?” vraagt de taalnazi.
“Ja,” zeg ik, zonder dat ik precies weet waar hij op doelt. Ik neem nog een slokje bier en kijk omhoog. De zon verdwijnt achter een wolkendek en ik houd mijn zonnebril op omdat de taalnazi anders mijn natte ogen ziet. Ik wil hem mijn verdriet niet tonen, ik heb geen recht op verdriet: ik ben degene die geen wij meer wil zijn. Maar soms is er toch het gemis. De dansjes door de supermarkt, mijn hoofd dat zich laaft aan zijn schoot en de pastamaaltijden met veel te veel creme fraiche en witte wijn.

“Hoe is het met jou?” vraag ik dan.
“Beter,” glimlacht hij.
“Fijn.” We zoeken naar woorden en dat is gek want dat hoefden we nooit. Maar alles is nu anders.
“Ik begrijp het alleen nog niet.” Hij lacht harder. “Ik heb er veel over nagedacht en ik begrijp het niet, maar het is goed zo.”
Ik knik, blij dat het goed is en opgelucht dat ik het niet hoef uit te leggen. Ik heb ook nagedacht. Gedacht en gehuild. Geschreven en gedacht. Gedacht en gepraat. En ik kan het niet uitleggen. Ik weet het zelf ook niet. Het enige dat ik weet is dat ik moe ben en dat ik niet samen wil zijn. Dat ik wil rusten, alleen. Dat ik wil slapen en soep maken. Dat ik Heel Holland Bakt wil kijken en niemand wil zien. Dat ik wil lezen en wil schrijven. En dan misschien nog iets wil bakken.

We drinken onze biertjes en praten over schrijven. We praten over Giphart die we binnenkort gaan ontmoeten op een literaire middag, over Nietzsche waar hij nu over schrijft en over mijn nieuwste lievelingsboek Kom hier, dat ik u kus.
“Ik zal dit missen,” zeg ik.
“Ik ook,” zegt hij.
“Zullen we vrienden blijven?” Het is het meest clichématige dat ik ooit heb gezegd.
“Misschien,” zegt hij. “Laten we elkaar maar eerst even niet zien.”
“Ja, dat is beter.” Ik vraag me af of we het kunnen en ik vraag me af of we het echt willen. Een schrijver die ik ken schreef eens over relaties die uitgaan: ‘Je geeft elkaar even het beste dat je hebt, komt tot de conclusie dat het niet genoeg is en gaat elkaar dan maar minder geven. Dat werkt zelden.’ Het leest alsof het waar is.

Als alle woorden die we voor nu hebben op zijn, nemen we afscheid. We delen de rekening, dat is iets wat vrienden doen, bedenk ik me. Hij pakt me vast, even verdwijn ik in zijn baard en ik kijk hem aan, met mijn zonnebril nog op. Er sijpelt een kleine traan onder het donkere brillenglas vandaan. Ik wrijf het weg en glimlach. “Tot over een tijdje,” zeg ik. “Tot over wanneer we vrienden zijn.” Deze keer hoop ik dat clichés waar zijn. Ik hoop echt dat we elkaar over een paar maanden zien en dat we kunnen praten en lachen, zonder onze zonnebrillen op. Een diepe ademhaling ontglipt de taalnazi en ook hij toont zijn ogen niet, zelfs niet voor het afscheid. “Tot over een tijdje,” zegt hij. We lopen weg, ieder een andere kant op.

4 gedachtes over “Verdriet met schurft III

  1. Lang leve de zonnebrillen, jammer dat je er met slecht weer mee voor lul loopt. Maar af en toe hebben we ze nodig.

  2. Als het niet gaat, dan gaat het niet. Hoe jammer dat soms ook is…

    Maar voor jullie beiden geldt dat er altijd weer iemand anders zal komen!

  3. ah lieverd, ik wist het helemaal niet. Heb ik je blog dan niet meer gekregen/gelezen??
    Wat fijn dat je weer beter bent. En wat verdrietig van je verkering….😘
    En je schrijft zo mooi…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s