Verkouden vagina

Zelfgebakken oliebollen liggen op een zilveren schaal, toastjes met kaasjes ernaast en twee flessen champagne staan klaar. Op mijn werkplek – een ruimte die ik deel met nog veertien creatievelingen – hebben we een nieuwjaarsborrel. Een beetje laat, maar dat geeft niet. Er wordt gegeten, gepraat, gegeten, gepraat en gepraat en gepraat. Hier merk ik weer eens dat hoe langer je praat, des te groter de kans is dat het gesprek uiteindelijk over seks zal gaan. Ooit las ik ergens dat naarmate een discussie op internet vordert, de kans steeds groter wordt dat één van de betrokkenen Hitler erbij haalt. Ik vond dat altijd raar, maar nu ik merk dat we live altijd over seks moeten praten, vind ik de online Hitler ook iets minder vreemd.

Na een uur of twee normale praat, ontstaat er dus de seksgespreksronde. Wanneer heb jij voor het laatst seks gehad? is de vraag en nu ben ik aan de beurt. “In de zomer en dat wil ik graag zou houden,” is mijn antwoord. De hoofden om mij heen kijken verbaasd, verward en een enkeling lijkt te zijn geschrokken. Daar word ik dan weer bang van en even overweeg ik om over Hitler te beginnen. Ik besluit mezelf uit te leggen, ik vertel dat ik de laatste maanden druk bezig ben met mij. Met mijn boek, met mindfulness, met veranderen van een gejaagde, strenge vrouw, naar een kalmere, lievere versie van mezelf. En dat is best wel alles absorberend. Ik heb dus simpelweg geen behoefte aan seks. Ik moet er niet aan denken eigenlijk. Er wordt geknikt, maar ik zie aan het overgrote deel dat ze me toch een beetje vreemd vinden.

De volgende dag moet ik een uitstrijkje laten maken. Hoewel ik altijd achtentwintig blijf, ben ik toch al een tijdje 30+. Onderweg naar de dokter bel ik mijn zus op. Na de borrel had ik mezelf in gedachten veranderd in een onmenselijk seksloos monsterlijk ijskonijn en er was niet tegenop te mediteren, zo bleek vanochtend. Mijn zus is heerlijk nuchter.
“Vind je mij een monsterlijk ijskonijn omdat ik geen seks wil?” vraag ik.
“Gatver, jij bent mijn zusje. Jij hebt geen seks.”
“Ja, nou, zeg nou…”
Ze zucht. “Je bent overspannen geweest en volgens mij ben je dat nog steeds een beetje, je werkt zestig uur per week, je zit in dat mindfulness ding om jezelf te veranderen, wat erg goed is trouwens denk ik, dus nee, je bent geen seksloos monsterkonijn.”
“Nee?”
“Nee. En ik weet niet in wat voor wereld jij leeft, maar volgens mij probeert drie kwart van de vrouwen in Nederland er altijd onderuit te komen. Jij hebt niet eens een relatie, dus waar maak je je druk om.”
“Ja. Weet niet.”
“Weet je,” zegt mijn zus dan, “misschien moet je niet altijd alles vertellen. Ik weet dat je open bent en dat ook wil zijn… maar je zit zo vol nu, er kan geen mening meer bij. Je hoeft niet altijd alles te vertellen.”
“Oké, ik moet hangen.” Dat zeg ik vaker als mijn zus gelijk heeft. “Nu gaat er even iemand wél aan mijn flamoes zitten.”
“Wat?” roept ze.
“De doktersassistente.”

In het kamertje doe ik mijn broek uit en ga op de stoel liggen die de doktersassistente aanwijst. Ze doet de deur op slot en legt uit wat ze gaat doen. De eendenbek gaat even onder warm water, dan bij me naar binnen, vervolgens gaat ze met een borsteltje langs mijn baarmoedermond en dat schraapsel doet ze in een bakje en dit bakje gaat naar het lab. Het zal geen zeer doen, maar misschien voelt het onprettig. Even ben ik de innerlijke worsteling omtrent mijn seksloos monsterkonijn vergeten. Het verbaast me. Ik was niet bang voor dit onderzoek, ik keek er niet tegenop, maar als ik hier zo lig met alleen een truitje aan, ben ik ineens ouder dan ik ben, vatbaarder voor ziektes dan ik dacht, kwetsbaarder dan normaal. De werkelijkheid vult de ruimte. De werkelijkheid is dat ik een brief kreeg voor een onderzoek naar baarmoederhalskanker. Die kreeg ik niet toen ik achtentwintig werd. Ik word ouder, mijn leven korter.

De doktersassistente doet precies wat ze heeft uitgelegd en het doet inderdaad geen pijn, het is inderdaad wel onprettig.
“En nu maar hopen dat ik geen kanker heb.” Ik lach, zij niet. Zij heeft hier waarschijnlijk vaker vrouwen liggen die plotseling voelen dat het leven eindig is.
“Meestal is er echt niks aan de hand,” zegt ze. “We delen de onderzoeksresultaten in klassen in. Pap 1, 2, 3A, 3B, 4 en 5. Pap 1 en 2 is niks om je zorgen om te maken. Pap 3A is een lichte afwijking, je kunt het zien als een verkoudheidje van je vagina. Pap 3B tot 5, dat zijn ernstige afwijkingen en dan verwijzen we je door.”
Ik grinnik bij het verkoudheidje. In gedachten zie ik een vagina die rilt van de kou, haar ogen dichtknijpt en zo haar haren snel probeert te laten groeien, als ware een dekentje tegen een aankomend griepje. Ik glimlach. De verkouden vagina redt me in deze kamer van PAP 5.

Als ik terug naar huis loop, denk ik aan wat er eigenlijk overblijft als je ouder wordt. Ik kom maar op één ding uit. Naarmate tijd verstrijkt, is tijd ook het enige dat overblijft. Tijd is kostbaarder dan oordelen, dan geld, dan schaamte. Als ik volgende week bij een volgend seksrondje weer aan de beurt ben, zal ik weer zeggen dat ik er geen behoefte aan heb. Of misschien niet. Misschien zeg ik dat ik een verkouden vagina heb. En anders kan ik altijd nog over Hitler beginnen.

PS. Normaal schrijf ik niet zoveel over Hitler, maar ik heb een zeer fantastische Hitlerkomedie gezien. Er ist wieder da.

Een gedachte over “Verkouden vagina

  1. Leuk verhaal, misschien niet helemaal sexe neutraal maar toch een leuk verhaal.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s