Vetrollen

Ik ben altijd een beetje dik geweest. Toen ik veertien was, was ik op m’n ergst. Ik zag eruit als een krentenbol op pootjes met vet haar. Mijn moeder had daarentegen altijd een perfect figuur. Mooie benen, slanke taille en goede borsten. Ze zeurde weleens over ouder worden en rimpels, maar nooit veel, want ze bleef er goed uit zien. Ze zag er beter uit dan ik.

Het was een oneerlijke situatie. Ik zag aan de moeders van Salima en Stephanie dat het de omgekeerde wereld was. Zij hadden dikke, verlopen moeders en dat vond ik goed, zo hoorde het. Dochters moeten knap en slank zijn, moeders uitgezakt en dik. Bij ons waren de rollen omgedraaid. Mijn moeder was mooi en slank, en ik dik en bepuist.

Inmiddels is het 15 jaar later en mijn moeder is met haar 62 lentes nog altijd een leuke vrouw. We spraken afgelopen weekend af in winkelcentrum Keizerswaard. Ze staat te wachten bij de HEMA. Haar haar is rood geverfd en met de krultang gestyled. Ze is goed opgemaakt en ook vandaag is haar outfit op kleur – blauw is het vandaag – doorgevoerd tot op haar sokken. De jaren zijn voorbij gegaan en ze werd ouder, maar zeker niet dikker. We drinken koffie.

“Ik moet wat nieuws kopen,” zegt mijn moeder. “Nieuwe kleren.”
Mijn moeder wil altijd wel nieuwe kleren, dus verbaasd ben ik niet.
Dan pakt ze met haar beide handen haar buik beet. Een vetrolletje. “Kijk eens!” roep ze terwijl ze het vet op en neer beweegt.
Ik kijk naar de bewegende vetrol die ik inderdaad nooit eerder zag.
“Ik word dik,” zegt ze. Haar toon zit tussen boos en verdrietig in.
“Zo,” zeg ik, meer niet. Eigenlijk voelt het een beetje alsof de wereld weer klopt, maar dat mag ik niet zeggen. Eindelijk – op haar 62e – heeft mijn moeder een minder goed figuur dan ik. Of nou ja. We hebben hetzelfde figuur. En ik ben 31.

Na de koffie rekenen we af en struinen we verder door Keizerswaard. We staan even stil bij een winkeltje dat Miss Jenny heet.
“Daar hoef ik nou niet meer naar binnen,” zegt ze beteuterd. Even blijft ze staan, aarzelend. Ze hoopt dat ik wel naar binnen wil, zodat ze mee kan.
“Nee,” zeg ik beslist. “Dat hoeft niet.” Ik werd altijd ziek van winkels als Miss Jenny. Ze verkopen enorm goedkope kleding; strakke truitjes van flutstof, broeken die ik niet eens over mijn kuiten krijg en veel kleding heeft glitters. Nu is mijn moeder niet van glitters en strak hoeft ook perse niet van haar, maar goedkoop wel. Mijn moeder is een koopjesjager en een broek is pas echt een geslaagde aankoop als hij minder dan zeven euro kost. Dus, ik moest vaak mee naar Miss Jenny maar nu hoe niet meer. We lopen verder.
“En hier?” Ik blijf staan bij M&S mode.
“Nee. Zo dik ben ik nu ook weer niet.” Ze wijst naar de plus size modellen in de etalage. Ze heeft gelijk, zo dik is ze nou ook weer niet.
“Hier dan?” Ik knik naar Vögele.
“Nee. Zo oud ben ik nu ook weer niet.” Ze haalt haar neus op voor de keurige pantalons in de rekken. Ze heeft gelijk, zo oud is ze nu ook weer niet.

“Laten we hier naar binnen gaan.” Voordat ik het weet, is ze me voor gegaan in de Cool Cat. Harde muziek komt ons tegemoet.
“Mam, dit is niets voor jou.”
“O nee? Waarom niet?” Ze struint door de rekken waarbij grote rode borden hangen met in witte letters ‘50% korting’ erop. “Het is uitverkoop!”
“Nee ma, alles is hier strak en stom.”
Ze neust in een rek met truitjes en haalt er eentje uit. Het is een lief truitje, blauw met bloemetjes. Het is een klein truitje. Te klein voor haar nu.
“Het is maat 40!” roept ze. Ze trekt aan beide kanten, maar echt veel groter wordt het niet. “Die pas ik nooit.”
Ik herinner me hoe ik me voelde toen ik 14 was en ik dingen wilde kopen die me niet stonden. Mijn moeder zit nu voor het eerst in haar leven in een soortgelijk pakket.
“Ik ben echt dik,” zegt ze terwijl ze ook de andere truitjes afkeurt, om vetroltechnische redenen.
“Ik ben ook dik,” zeg ik om haar te troosten. Ze hoort me niet, inmiddels is ze doorgelopen naar de broeken. Uit ervaring weet ik dat ze ook hier teleurgesteld zal worden en daarom grijp ik in.
“Mam, het maakt niet uit, kijk eens.” Ik pak met beide handen mijn vetrol vast en beweeg ‘m op en neer. “Ik ben ook dik!”
Mijn moeder kijkt naar mijn vetrol, dan naar mij en ze zegt zachtjes: “Maar dat was je toch altijd al?”

Ik lach. Om mijn moeder, om het feit dat ik in een winkel met mijn vetrol in mijn handen sta en om mijn moeders bizarre eerlijkheid. Ik heb het niet van een vreemde. Ik sla haar zachtjes op de schouder en zeg dan: “Bedankt ma.”
Geschrokken houdt ze haar hand voor haar mond. “Dat had ik niet zo bedoeld.”
“Het geeft niet,” zeg ik. Het geeft echt niet. Mijn moeder heeft mij door mijn puisterige puberjaren gesleept. Toen ik werd gepest, is ze naar het schoolplein gekomen om het jongetje terug te pesten. Toen ik wilde lijnen, hielp ze me met gezond eten. Toen mijn puisten weg moesten, ging ze met me mee naar de huisarts. En dan mijn lievelingsherinnering: toen ik het ’t meest nodig had, stonden er tussen de middag ineens een keertje frietjes op tafel. Gewoon, tussen de middag. Wat hield ik toen van haar. En wat doe ik dat nog steeds.
Ik steek mijn arm naar haar uit. We gaan iets leuks voor haar vinden dat ze past.
“Zullen we toch nog even bij Miss Jenny gaan kijken?” vraag ik.
“Vooruit.” En ze haakt haar arm in de mijne.

3 gedachtes over “Vetrollen

  1. Hij was leuk en zo herkenbaar, ik heb zowaar hard gelachen.

  2. Prachtig geschreven, en wat een lieve moeder, ik kreeg kippenvel bij de laatste alinea 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s