Het leven is wat je gebeurt terwijl je andere plannen maakt, John Lennon (taalnazi gastblog!)

De titel van dit verhaal heb ik gestolen van Acda en de Munnik die het op hun beurt weer gestolen hebben van John Lennon. Het vervelende aan dit soort clichés is dat ze op een gegeven moment altijd waar worden. Ik maakte geen plannen en liet het leven allemaal maar heel Dudeïstisch een beetje over me heenkomen. Ik woonde in een troosteloos appartement, precies het aantal tochtige vierkante meters dat je je voorstelt bij een luie schrijver-slash-filosoof, en dronk wijn terwijl ik klaagde over de Nederlandse literatuur en hoe het allemaal naar de kloten gaat door die verdomde schrijversvakscholen.

Tot ik op een literaire middag in Delft haar ontmoette. We lazen vieze verhaaltjes voor, en werden dronken van een biologische Merlot waarvan je bij de eerste slok al weet dat je er een kater van gaat krijgen. Ik vertelde haar over een ex-vriendin, en hoe ik zeker was dat wij weer bij elkaar zouden komen, bespotte de Springrolls die ze me liet eten terwijl ze Loempia’s had beloofd, liet haar een keer of tien naar het nummer Mia van Gorki luisteren, en toch belandden we in een relatie.

Ik wist meteen dat ze de moeder van mijn kind zou worden, al omschreef ik dat gevoel in het begin nog als ‘onbestemd.’ Ik koesterde helemaal geen diepgewortelde kinderwens. Ik wilde hele andere dingen. Obscure Griekse filosofen bestuderen, en diepgaande essays ma-ken over depressieve dichters waar niemand van heeft gehoord. Ik wilde proberen de dorst van het water te zijn of me dan toch op zijn minst iets te kunnen voorstellen bij dat verlangen. Ik wilde zonder geld reizen naar het einde van de wereld, de tango dansen in de regen en naakt-zwemmen bij volle maan. Ik wilde alle wijn drinken, alle wiet roken, beffen tot een edele kunst verheffen, en een monogamie-overstijgend relatieparadigma verzinnen.

Totdat ik haar zag, en ik dacht ineens aan morgenvroeg.

En aan de dag daarna. En daarna. En aan waar ik mezelf zag over vijf jaar. Ik moest een baan vinden, minder drinken, monogamer beffen, beter mijn best doen. We spraken over het leven terwijl we hele zondagen in bed lagen en passages uit boeken aan elkaar voorlazen. We droomden en gingen samen op vakantie naar Sardinië, hetgeen de mooiste ellende was die ik ooit mocht meemaken, en begonnen zelfs te praten over kinderen.

Aanvankelijk hadden we elkaar gevonden in een gedeelde passie voor literatuur en deelde ze mijn afkeer tegen nageslacht. Kinderen stinken, ze zijn luidruchtig, duur, en als ik alleen maar denk aan de omgang met andere schoolpleinbezoekers, wil ik mijn polsen doorsnijden. Zij deelde mijn gevoel maar na een jaar of drie gingen haar eierstokken toch een keertje klapperen. De mijne bleven angstvallig stil. Ik geloof dat, behalve misschien mijn moeder, de hele wereld mijn kinderloosheid zou toejuichen want er komt zelden iets goeds van filosofisch nageslacht. Het kind zou verknipt zijn nog voordat het kan fietsen.

Maar toch. Het leven is wat je gebeurt terwijl je andere plannen maakt. John Lennon zei het al. Acda en de Munnik praatten hem na, en ik ondervond het de afgelopen maanden ook aan den lijve. Ik was een man geworden die het liefst op teenslippers rondwandelt, en zij was een vrouw die op literaire bijeenkomsten verhalen vertelde over scheten en Tarrels. Ergens groeide het sluimerende besef dat de wereld een leukere plaats zou worden met ons nageslacht, hoe geschift zo’n mediterende hippiebaby ook zou worden. We deelden een verlangen om onze rare bubbel uit te breiden. We hadden keuzes gemaakt en konden misschien niet drie keer per jaar naar Amerika op vakantie, of een huis kopen van een half miljoen, maar we hadden tijd samen. Dat was, en is, onze grootste rijkdom.

Aan de onbeschermde seks dus. Niet dat we daarvoor heel veel voorbehoedsmaatregelen namen. Ik geloof namelijk met een bijna religieus fanatisme in niet zingen in de kerk, en dat werkte de zesendertig voorgaande jaren prima. Maar toch, er kwam een bepaalde doelmatigheid in de handeling die mij tegenstond. Seks moest voor de leuk zijn en in een kerk moet je niet zingen.

Zij raakte op haar eigen manier gefrustreerd en kocht een ovulatietest. Dat is een staafje waar je overheen moet zeiken en dat dan vertelt dat je vruchtbaar bent. Ik heb nooit echt gezien dat ze het gebruikte, maar wist het wel, en voelde ook de onvermijdelijke uitkomst van dit avontuur steeds sneller naderen.

Op een avond in mei zaten we bij een vriend in de tuin om zijn verjaardag te vieren. Het was lekker weer, en ze dronk en rookte alsof ze die nacht zou sterven en dit haar laatste feestje was. Ik vroeg haar waarom ze zoveel dronk en ze haalde haar schouders op alsof ze het niet wist maar we wisten het al. De katerige zwangerschapstest van de volgende ochtend was een formaliteit. Natuurlijk was ze zwanger, anders zou ik nu niet dit verhaal vertellen. Mijn seksleven was uitgespeeld, ik kon langzaam gaan veranderen in mijn vader.

De beloofde roze wolk kwam niet. Er kwam misselijkheid. Heel veel misselijkheid. Ze kon mijn geur niet meer verdragen en we sliepen zes weken niet bij elkaar. Dat soort shit gebeurt er dus ook maar daar hoor je niemand over want je krijgt er zoveel moois voor terug. Op advies van ons mam, de lieve schat, maakte ik iedere dag een beschuitje voor haar, en hoewel ze mijn aanwezigheid nauwelijks kon verdragen, bleef ze houden van ‘Het concept van mij’ zoals ze het liefkozend was gaan noemen.

Richting de twintigwekenecho kwamen we erachter dat er een bepaald enthousiasme van ons werd gevraagd waar we dus nog niet aan voldeden. De sociale verwachtingen waren vooral haar ding. Ik had daar nog helemaal niet op die manier over nagedacht. Ik stikte nog in allerlei paniekerige dwanggedachtes over het langzaam veranderen in mijn vader met alle ongemakken van dien.

De twintigwekenecho gaf ons de wetenschap dat we een dochtertje kregen. Ik had hier bij beide geslachten iets positiefs opgeschreven, dus voor een meisje ben ik blij met alle therapie   die mijn malle vriendinnetje heeft moeten doorstaan alvorens ze kon houden van wie ze was, en van wie ze wilde zijn. Daardoor hoeft mijn dochtertje niet vanaf nul te beginnen. Een zoon had moeten voldoen aan mijn primitieve beeld van een man. Nu gaat er over een aantal jaar een puisterig studentje langs die meetlat worden gelegd. Zo’n stinkende puber die me een slap zweethandje geeft en vervolgens met datzelfde slappe zweethandje de ontluikende seksualiteit van mijn dochtertje gaat verkennen. Ik heb er alvast een paar nachtmerries over gehad.

Maar voordat we haar seksleven konden plannen, moest ze eerst nog wel geboren worden. De verloskundige die we hadden uitgezocht, was precies wat bij ons paste, en ik besefte dat dit erg belangrijk is. Ik had dus blijkbaar wel geluisterd naar alle horrorverhalen van mijn zussen over hun verloskundigen. Maar zelfs onze zweverige benadering van ‘De Geboorte’ weerhield de medische wetenschap van enige bemoeienis. Mijn vriendin was gezakt voor een suikertest en voor straf mochten we de medische mallemolen in. De eerste gynaecoloog was de eerste Vlaamse vrouw die ik heel hard op haar neus wilde slaan, en ik ken Griet Op de Beeck, en Kristien Hemmerechts. Deze vond dat we moesten inleiden want de baby kon nog weleens aan de forse kant zijn en protocol zegt dan inleiden. Ik vond dat protocol een erg grote bek had voor iemand met een twintigprocent foutmarge op haar meting. We mogen het godverdomme nog altijd zelf bepalen en er was geen medische noodzaak anders te redeneren. We kregen wel een ultimatum.

Drie dagen voor die deadline begon het. Gelukkig stond de koffer klaar, en wist ik waar we naartoe moeten want ik ben namelijk niet meer de man die ik beschreef aan het begin van dit verhaal, nog steeds wel een beetje natuurlijk want een verslaving aan tangodansen in de stromende regen, of naaktzwemmen bij volle maan, zijn ongeneeslijk, maar er is meer. Ik doe beter mijn best. In de auto richting het geboortecentrum leg ik mijn hand op haar been en zeg dat we het samen doen. Ze grijnst, of er probeert iemand uit haar buik te breken, dat kan ook. Ik wijk niet meer van haar zijde, zelfs niet om te roken, en wat een fucking strijder zeg. Zeventien uur lang schreeuwde ik dat ze sterker was dan ze dacht en, om er nu nog maar eens een cliché tegenaan te smijten; als het voorbij is, weet je dat je leven nooit meer hetzelfde gaat zijn.

Waarschijnlijk haat ik mezelf over een tijdje omdat ik dit verhaal heb geschreven. Normaal gezien verstop ik me achter metaforen en filosofische thematiek, of trek ik een muurtje op van grappen en depressieve pornosterren. Maar, zoals ik zei, alles werd anders met de geboorte van mijn dochtertje. Alles wat ik ooit had bestudeerd werd onbeduidend toen ik haar vasthield. Iedere cynische Griekse filosoof, iedere depressieve Portugese poëet, alles werd een voetnoot, een futiliteit. Ik heb in boeken gezocht naar de zin van het bestaan, naar antwoord op de grote vragen, maar wat ik aan het zoeken was, bestaat niet. Er is alleen maar dit; een moment dat het allemaal zijn betekenis verliest. En wat overblijft, is echt. Ik ben nog steeds schrijver, filosoof, maar nu dus ook, en misschien wel vooral, papa.

One Comment

  1. Wim Collignon

    Goed geschreven Taalnazi! Ik heb wat bedenkingen over de, naar mijn idee, iets te intieme details alhoewel ik het bij je wederhelft ernstiger vind. Tijdens het lezen ben ik ontroerd geweest maar heb ook geglimlacht en gelachen en volgens mij zijn dat de juiste criteria voor een goede blog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.