Moorkopwoensdag

Moorkopwoensdag

Appelkruimeltaarten, slagroomschnitts, mokkagebakjes en bananensoezen worden geroutineerd in witte doosjes gestopt en door vele handen aangepakt. In de groep mensen die zich voor de toonbank van de bakker heeft verzameld, is geen rij te ontdekken. Er staat een mevrouw van in de veertig met een vrolijke bloemenbroek, een meisje van veertien met donkerblond, vet haar, een man van in de zestig waarvan je weet dat hij een katoenen zakdoek vol snot in zijn broekzak heeft zitten; iedereen heeft deze woensdag trek in iets bij de koffie. Een mevrouw met kleine, witte krullen schuift langzaam maar vastbesloten naar voren. Op haar zwarte, platte schoenen met dikke enkels erboven, stiefelt ze mensen voorbij die eerder dan zij recht hebben op een moorkop. Want daar komt ze voor, de moorkop, zoals elke woensdag. De jongere mensen die ze voorbij gaat, kijken haar aan en denken wat we allemaal denken als we een bejaarde zien die haast lijkt te hebben. De mevrouw doet of ze gek is en duwt door. Alsof het haar voorrecht is om de wachtenden voorbij te gaan.

Wanneer ze bijna bij de toonbank is, staat ze stil van de aanblik van een jonge, frisse vrouw. Of is het een meisje? Ze is net geen dertig of pas geworden. Het is een plaatje. Zo eentje waar de mannen naar omkijken: een vrouw met blonde krullen en stevige billen. Vroeger had de mevrouw ook zulke krullen. Ze kijkt naar het uitgesneden, zwarte truitje van de meisjesvrouw, waardoor de zachte huid van haar borst is te zien. Onder haar dikke bril knijpen de ogen van de mevrouw zich samen, ze denkt aan haar eigen borsten. Hoe die vroeger net zo mooi waren, of mooier nog, sjonge, wat had ze daar een sjans mee. Menig man vertelde ze in haar tijd dat haar hoofd boven op haar nek zat en niet eronder hing. Zelfs de man die haar echtgenoot zou worden, gaf ze bij hun eerste ontmoeting een standje. Maar hij vond niet alleen haar borsten mooi, hij vond haar prachtig, helemaal.

Aan die borsten zette ze haar zoontje en later haar dochter, terwijl ze tuurde in opvoedboeken van dokter Spock. Later wachtte ze hen op met een kaakje bij de thee als ze uit school kwamen, samen luisterden ze naar hoorspelen van Saskia en Jeroen. Toen de kinderen de vierde klas waren gepasseerd, zocht ze een baan. Dat lukte. Ze werd geliefd en gewaardeerd. En niet alleen op haar werk. Ze was alom geliefd: als moeder, als werknemer en als geliefde. Ze kon alles tegelijk. Ze deed alles tegelijk.

Langzaam werden de kinderen ouder. Terwijl ze samen kaneelblokken aten, vertelde ze haar dochter dat ze niet moest schrikken als ze bloed in haar onderbroek zou vinden en dat ze samen binnenkort een bh zouden uitzoeken. Haar jongen vertelt ze over het vleien van meisjes en dat borsten bovenaan de nek zitten en niet eronder. Tijdens vakanties aan zee leerden haar man en zij de kinderen dat lief zijn, je best doen en moorkoppen op woensdag bij de koffie belangrijk waren. Het koffie inschenken op woensdagavond was de taak van haar echtgenoot. Dat heeft hij altijd gedaan.

Het leven was genieten. Maar op een dag zag ze het, in één keer zag ze het. Haar haren werden grijzer, haar borsten werden slapper, en zij, zij werd minder zichtbaar. Mannen keken haar niet meer aan, keken zelfs niet naar haar borsten. Kinderen hadden geen advies meer nodig en op haar baan mocht ze alleen datgene doen waarvan ze zeker wisten dat een vrouw van haar leeftijd dat zou kunnen. Ook als je in de overgang zou zitten. Haar man bleef hetzelfde, het maakte hem niet uit hoeveel ouder ze werd, dat ze dingen vergat, dat ze uitzakte, dat mensen langs haar heen keken. Hij wist wie ze was en wie ze was geweest. Bovendien hadden ze altijd de woensdagavondkoffie met een moorkop.

De meisjesvrouw met billen en borsten als de hare kijken naar haar. Ze denkt wat we allemaal denken als we een bejaarde zien voordringen. Met haar ellebogen verspert ze de weg, maar de mevrouw duwt nu stevig door en bestelt zoals altijd twee moorkoppen, één voor haarzelf en eentje voor haar man, die er niet meer is, maar dat wil ze niet uitleggen aan de bakker. De meisjesvrouw kijkt boos naar het gebak dat in een wit doosje wordt gedaan: ze was eerder aan de beurt. Ze zegt er wat van en leeft op van het gevoel dat ze niet met zich heeft laten sollen. Het gebeurd haar immers vaker. De mevrouw kijkt haar aan, glimlacht omdat ze haarzelf ziet praten. De meisjesvrouw ziet niets. Ze ziet niet dat deze mevrouw ooit, net als zij nu, een toekomst had. Dat de mevrouw toen ze haar leeftijd had, nooit had gedacht dat ze met dikke enkels, voordringend, twee moorkoppen zou bestellen. En ze ziet ook niet dat zij hier ook ooit zal staan, met dikke enkels, twee moorkoppen bestellend.

Klontborsten II

Tietkiek

Voordat je dit gaat lezen, lees eerst even Klontborsten I.

Uit mijn ondergoedlade pak ik de netste bh die ik kan vinden. Ik doe mijn klontborst en mijn normale borst in een keurige witte, met een beetje kant. Perfect voor de fotoreportage. Met de keurige bh onder mijn kleding sta ik – met een vriendin – een kwartier te vroeg op de rode linoleumvloer van het Diakonessenziekenhuis. We drinken een vies kopje koffie, ik vertel haar dat ik van de zenuwen aan de diarree ben en vraag of ze denkt dat ze hier wijn verkopen. Zij zegt dat het tien voor elf ’s ochtends is. Daarna volgen we route 222 naar de Röntgenafdeling, die eindigt in wachtkamer G. Er zitten alleen maar vrouwen: jong, oud en op de helft. Sommigen ogen zenuwachtig en anderen kijken of ze net een nummertje hebben getrokken bij de groenteboer. Ik hoor bij de eerste groep. Eén voor één worden ze door een kordate mevrouw met kort haar en een grote bril een kamertje binnen geroepen. Ze gaan allemaal met hun borsten op de foto. Met hun hand over hun borsten wrijvend, komen ze eruit en gaan weer zitten. Even later komt de mevrouw naar buiten, zegt “De foto’s zijn in orde,” waarop de vrouwen gerust gesteld weglopen. Makkelijk zat.

Ik mag nu naar binnen van de mevrouw. Ik mag van haar mijn bovenkleding uittrekken, dan mag ik bij het apparaat komen staan en dan mag ik mijn linkerborst op de plaat van het apparaat leggen. Ze is vriendelijk. Omdat ik mijn borst nog nooit eerder ergens op heb gelegd, ben ik er geen expert in. Voordat de foto kan worden gemaakt, tilt de mevrouw mijn borst op, duwt een beetje naar links, trekt ‘m omhoog, legt ‘m dan neer op de plaat en geeft nog een zacht tikje naar rechts. Ze kijkt ernaar, knikt tevreden: de perfecte compositie, mijn borst lijkt er klaar voor. Het apparaat gaat aan en langzaam komt er een andere plaat naar beneden die mijn borst plat lijkt te gaan drukken. Het gaat weer niet goed want hij floept er tussenuit. Met haar koude handen propt ze mijn borst terug tussen de platen totdat er weinig meer overblijft dan een te dikke mislukte pannenkoek met een tepel erop. Au. Ik vind het jammer dat mijn borst niet zo fotogeniek is. “Je mag nu terug naar de wachtkamer, wij bekijken even of de foto technisch in orde is en dan zullen we de uitslag morgen naar je huisarts doorbellen,” zegt ze terwijl ik nog steeds alleen in mijn spijkerbroek sta, maar wel met mijn armen over elkaar. Het moet een gek gezicht zijn.

In de wachtkamer vertel ik de vriendin dat mijn borsten beurs zijn en neem een kauwgompje. De mevrouw doet na een paar minuten alweer de deur open, kijkt me aan en zegt: “De foto is in orde, maar we zien een plekje. Dus we willen nu meteen een echo maken. Je kunt doorlopen naar wachtruimte…”
Ik slik mijn kauwgompje per ongeluk door en sta op.
“Welke wachtruimte moeten we nou?” zeg ik tegen de vriendin, “ik hoorde alleen maar ‘plekje’.” Zij weet het ook niet. Zij hoorde ook plekje. Een andere mevrouw, maar ook met bril steekt haar hoofd uit een ander kamertje en roept mijn naam al. We hoeven niet eens te zoeken.

“Doe je truitje uit en ga daar maar liggen,” zegt ze. Ik ga liggen. Ze knikt geruststellend en kijkt naar een klein vierkant beeldscherm met blauw-zwarte kleuren, dat ik eigenlijk alleen maar ken uit films waarin een baby wordt geboren. De mevrouw smeert lichtblauwe gel op het ding met die ronde kop dat normaal over de buik gaat.
“Het is even koud hoor,” zegt ze.
Ik had mijn eerste kennismaking met een echo apparaat toch iets anders voorgesteld. Bij voorkeur met een leuke vent naast het bed en dat we naar iets kijken dat leeft in mijn buik en niet in mijn tiet.
Ze rolt met de gel over mijn borst. Het is echt koud. Met gespleten ogen kijkt ze naar het beeldscherm, ook net als in de film.

“Kijk, daar is ‘ie,” zegt ze en wijst naar iets blauws. Ik kijk, maar waarnaar weet ik niet precies.
“Het gaat helemaal goed,” ze lacht een beetje.
Ik krijg het idee dat er een mini baby in mijn linkerborst aan het groeien is.
“Kijk, dit is je klier,” haar wijsvinger tikt een blauw plekje aan, “en hier is ‘ie ontzettend opgezwollen.”
“Mijn klier?”
“Ja, hij ziet er goed uit, er is niks aan de hand. Maar ik snap wel dat je wat voelde.”
“Het is dus niks?”
“Het is niks, je klier is onrustig, het zijn hormonen. Hij wordt vanzelf weer normaal.”
“Jezus, wat fijn,” gooi ik eruit. “Sorry, maar ik ben zo opgelucht.”
“Maar blijf wel borstonderzoeken doen. Elke maand. Vanaf jouw leeftijd is dat echt belangrijk.”

Het is geen klontkanker. Ik adem diep in, mijn klier is gewoon onrustig en adem uit. Het wordt vanzelf weer normaal. Ik hoef niet meer te denken aan mijn gebrek aan verzekering, aan bij mijn ouders wonen of aan mooie en verdrietige liedjes. Dat is fijn. Maar als je achtentwintig bent, moet je dus regelmatig je borst onderzoeken. Gatverdamme. Dat is naar. Maar ik zal het wel doen, elke maand. Gelukkig weet ik wel hoe een onrustige klier nu voelt.

Klontborsten I

Heere m'n tiet

Mannen zitten voor de ontspanning weleens met hun hand in de broek. Ik heb daar geen oordeel over, want ik zit voor de ontspanning regelmatig met mijn hand in mijn bh. Gisteravond keek ik Dr. Phil – omdat hoe laat het ook is, Dr. Phil is altijd op tv – en legde mijn rechterhand in mijn linkercup.

Mijn hand ontdekte iets raars in mijn borst. Het voelde als een klont taartdeeg, dat te lang op het aanrecht had gestaan en toen in een pudding was gestopt. De klont maakte me bang. Ik zette Dr. Phil af en voelde nauwkeuriger. Dit hoort niet in mijn borst thuis, voelde ik. Mijn gedachten gingen meteen naar het ergste wat er kan zijn met je borsten en daarna gingen mijn gedachten en ik naar bed. Dat leek me beter.

De volgende dag ben ik wakker voor de wekker en mijn hand grijpt naar mijn borst. De klont zit er nog steeds. Niet groter, niet kleiner, maar gewoon, nog steeds. Klontkanker, denk ik. Gatver. Ik bel de huisarts en moet bij een vervangende dokter komen. Plukkend aan mijn haar wacht ik tot de receptioniste mijn naam verkeerd uitspreekt, dat is het sein dat ik naar binnen mag. De vervangend arts blijkt één van de knapste mannen onder de 35 te zijn die ik ooit heb gezien. Gemillimeterd bruin haar, grote blauwe ogen en brede schouders. Het blauwe blokjesoverhemd is het enige dat aan hem schort. Shit. Moet jij nu aan mijn…

“Ik heb een klont gevoeld in mijn borst,” zeg ik.
“En wanneer heb je dat gevoeld?”
“Gisteren.”
“Daarvoor niet?”
“Nee, daarvoor niet. Is dat erg? Of juist niet?”
Ik wil medisch wenselijke antwoorden geven, zodat ik weg kan. Het liefste heb ik dat hij keihard lacht en zich hardop afvraagt waarom ik in hemelsnaam met dit klontje naar hem ben toegekomen.
“Zullen we even kijken?”
“Het zal wel niks zijn,” zeg ik, “ik moet ook ongesteld worden en dan zijn je borsten altijd rommelig,” kraam ik uit.
“Loop maar mee naar achter.”

Ik loop mee naar achter, doe mijn trui uit, hang mijn bh over de stoel. Die had ik wel zorgvuldiger uit kunnen kiezen, want zelfs voor Satine uit de Moulin Rouge is dit nog een pittig bovenstukje. De dokter wrijft zijn handen tegen elkaar en voelt. Eerst de goede, zonder klonten, zodat hij kan vergelijken. Hij duwt zachtjes met zijn vingertoppen. Ik hoop dat er in de goede borst toch ook klonten zitten, dat ik gewoon rare borsten heb, dat hij zegt: “Ja, ik voel het. Je hebt klontborsten. Het is lullig, het voelt raar, maar het is onschuldig.” Helaas, hij zegt dat niet.
“Deze borst voelt normaal, nu ga ik even naar de andere.” Hij duwt weer zachtjes en gaat over de klont heen.
“Het zal wel niks zijn,” zeg ik weer.
“Als je iets in je lichaam voelt waarvan jij denkt dat het er niet hoort, dan klopt dat instinct vaak hoor,” zegt hij.
Goh. Mijn instincten kloppen regelmatig niet. Ik vraag me af of ik dan eigenlijk ook heel goed kan auto rijden.
“Ik voel het. Ja hier, onder de tepel. Doe je vaker borstonderzoeken?”
“Nee, niet echt.”
“Ik raad aan om toch één keer per maand je borsten te onderzoeken.”
“Ik ben pas achtentwintig.”
“Steeds meer vrouwen van rond de dertig krijgen ook borstkanker, ik zie het vaker.”
“Ik ben pas achtentwintig,” herhaal ik met een hoog stemmetje.

Hij gaat terug naar de gespreksruimte. Ik trek mijn Moulin Rouge bh aan en loop – m’n trui over mijn hoofd heen trekkend – achter hem aan. Mijn mond is droog.
“Ik wil graag zo snel mogelijk foto’s laten maken,” zegt hij.
Mijn ogen prikken.
“Kun je morgen of anders vandaag?”
“Wat, wat is er dan precies?”
“Wat het precies is, weet ik niet, maar foto’s geven altijd uitsluitsel.”
“Ja. Ik kan, morgen of vandaag. Ik ben een freelancer met te weinig werk.”

De dokter zegt dat ik me niet te druk moet maken. Dat hij zelf het ziekenhuis zal bellen voor een afspraak, want dan is het ’t snelst geregeld. Maar het kan alsnog van alles zijn, zegt hij, we nemen het zekere voor het onzekere. Rationeel weet ik dat het van alles kan zijn, maar de pest is dat ik zo’n levendige fantasie heb. Terwijl ik de dokterspraktijk uitloop, denk al aan mijn gebrek aan verzekering en dat ik straks noodgedwongen weer bij mijn ouders moet wonen. En aan mooie, verdrietige liedjes.

Ik bel een vriend op en vertel over de klont, de knappe dokter en dat je borsten altijd rommelig doen als je ongesteld moet worden.
“Ben je bang?” vraagt hij.
“Best wel.”
“Snap ik. Maar het kan ook niks zijn. De kans is groot dat het niks is.”
“Dat is zo.”
“Het zijn maar foto’s.”
“Ja.”
“En, weet je, in ieder geval heeft er een lekkere vent aan je tiet gezeten.”
Ik lach en veeg een traantje weg. Dat is waar, in ieder geval heeft er een lekkere vent aan mijn tiet gezeten. En nu maar wachten op de tietkiek.

Benieuwd hoe dit afloopt? Lees dan Klontborsten II