Over tijdloze hemden en goede koffie – Gastblog

De gastblogger van deze maand is misschien wel de Carrie van de Lage Landen te noemen. Simone Dolk, freelance schrijver maar vooral ook dromer, woont in Amsterdam en geniet daar van goede kopjes koffie, biertjes in foute barren, haar vriendinnen, haar schrijverij en natuurlijk; af en toe een leuke vent. Voor Achtentwintiger schreef ze een raar verhaal met een hoog waarheidsgehalte dat zo in Sex and the City zou kunnen. De clichés van de liefde die o zo waar zijn, lees je in Over tijdloze hemden en goede koffie.

Over tijdloze hemden en goede koffie

Daar lig ik dan. Starend uit het slaapkamerraam en mijn dekbed tot onder mijn neus opgetrokken. Ik beweeg niet en adem een beetje. Mijn hoofd voelt zwaar en mijn buik weeïg. Vanuit mijn ooghoek zie ik een berg dekbed naast me en daar ligt hij onder. Ik weet wie hij is en ook dat hij zo snel mogelijk mijn bed uit moet.

Een diepe zucht, een kuchje en kippenvel over mijn lijf.
“Yo, ben je al wakker.” Mijn stem klinkt nog roestig van het bier en de rook. Ik draai me naar hem toe en tik met mijn wijsvinger op zijn schouder. Hij bromt. Ik glimlach naar zijn rug onder mijn dekens en wil het liefst verdwijnen in mijn matras. Waarom dacht ik dat dit een goed idee was? Door de waas in mijn hoofd heen spelen de beelden van gisteren in slow motion door mijn hoofd. Zomaar, ineens stond hij voor mijn neus in de kroeg. Hij keek me aan, recht in mijn ogen, gaf me een vluchtige zoen op mijn wang terwijl zijn hand in mijn nek lag en zei “Dat is lang geleden, dame.” Dat ene woord, met die ene blik. Die godvergeten blik. Die gódvergeten blik… En dan ook nog die glimlach. Alle goede voornemens, alle beloftes om ver bij hem vandaan te blijven, verdwenen als sneeuw voor de zon.

Hij. Hij was degene die mijn dagen kleurde. Hij maakte mijn dagen zo veel leuker dan ik dacht dat ze zouden kunnen zijn. Hij zorgde voor de glimlach op mijn gezicht, ook al viel er niets te lachen. Soms lijkt dat allemaal een leven geleden. Het werkte niet, wij samen. Het was onze tijd niet, weet ik het. Blijkbaar voelde het allemaal niet goed genoeg. En nu ligt hij weer in mijn bed. “Terug bij af,” denk ik dramatisch. Mijn telefoon trilt onder mijn kussen, ik knipper met mijn ogen en slik de opkomende tranen weg. Anna in de lucht.

Anna: Schatje! Gaarne een update. Bart? Serieus?! Meld je je zo voor koffie bij Two for Joy op de Haarlemmerdijk? Kan je me alles vertellen 😉 PS Julia en Cath zijn er ook bij.
Ik: Hij. Moet. Hier. Weg. Nog tips uit eigen repertoire?
Anna: Bied hem geen koffie aan. Ik herhaal. Geen koffie.
Ik: Ok 🙂 Ik ben er om 1300. Zie je dan xx

Ik schraap mijn keel en zeg zo nonchalant mogelijk tegen hem: “Hey, ik moet er zo vandoor. Dus spring nu onder de douche.” Zonder zijn antwoord af te wachten, gooi ik zijn overhemd op mijn bed en vis ik een handdoek, ondergoed, spijkerbroek en hoodie uit mijn kledingkast. Terwijl ik naar de badkamer loop, doe ik een schietgebedje dat hij het veld heeft geruimd als ik terugkom. Beter voor iedereen.
Ik heb nog een uur om me toonbaar te maken. Mijn gezicht zit in de kreukels, mijn make up zit tot aan mijn kin en mijn haar lijkt het meest op een warzone, zie ik als ik in de spiegel kijk. Mijn hersens bonken mijn hoofd uit, het licht doet pijn aan mijn ogen en om over het gevoel in mijn buik nog maar te zwijgen. Ellende. Een grote, fakking ellende. In stilte spreek ik met mezelf af dat ik nooit meer een druppel alcohol drink. En deze keer écht nooit meer. Ik stap onder de douche, hoor na een paar minuten dat hij de deur achter zich dichttrekt en leun met mijn voorhoofd tegen de tegeltjes. Machteloos en verslagen.

Hij is echt weg als ik weer in mijn slaapkamer sta. En hij heeft mijn bed opgemaakt: alsof hij er nooit is geweest. Ik laat mezelf in een zeesterpositie op bed vallen, adem zijn geur in en glimlach. Maar het doet een beetje pijn.

In spijkerbroek en hoodie sta ik even later voor de spiegel en ik zie er net zo uit als ik me voel: afgrijselijk. Laat ik in ieder geval doen alsof ik me kiplekker voel. Hoodie uit, zijden bloesje aan. Nikes uit, hakken aan. Even in de make-up voor de herstelwerkzaamheden: crèmepje, mascara, wenkbrauwen, nog een laag mascara en wat gloss op de lippen. Als ik mijn mondhoeken omhoog trek, is het net echt.

Two for Joy. Behalve de heerlijke koffie, industriële inrichting, staat deze tent ook symbool voor mijn leven als vrijgezel meisje. Vergaderingen over de ondoorgrondelijke gedachtegangen van mannen, werksores en de vragen des levens worden hier belegd. De geur van geroosterde koffiebonen, vers gebakken granola en bananenbrood komt me tegemoet als ik naar binnen stap.
“Hi there,” zegt de barista. Hij ziet eruit zoals een barista eruit hoort te zien: een baard, een kunstige, quasi-nonchalante coupe en armen onder de tattoos. “Would you like to have your latte?” vraagt hij alsof ik hier al jaren kom. En eigenlijk kom ik dat ook. Ik knik en glimlach: “Yes please.”
“Ok great. And I was wondering… if maybe we could get together outside this place one day? I mean we could just go for a beer somewhere around here.”
Ik frons mijn wenkbrauwen en kantel mijn hoofd. Voor mijn gevoel staar ik hem tien volle secondes aan terwijl ik het probeer te verwerken. Hoor ik dit goed? Word ik hier, nu op klaarlichte dag ouderwets mee uitgevraagd door een barista? Als in, een date?

“Uhm?! What? A beer?” is het enige wat ik uit kan brengen. Maar hij heeft zich al omgedraaid en doet zijn trucjes met zijn piston en andere attributen. Hij lijkt zich vol overgave toe te leggen op de coffee art en ik speel de laatste minuut tien keer opnieuw in mijn hoofd af. Stel hè, hij bedoelde wat ik denk dat hij bedoelde… Hoe lang is het geleden dat iemand mij die vraag gesteld heeft? Nuchter als de pastoor en in het echt? Niet met een Tinder berichtje? Met een pistool tegen mijn kop zou ik het echt niet weten.

Hij gaf me mijn koffie verkeerd met een ongemakkelijke glimlach “Here you go”. Ik glimlach terug, zo mogelijk nog ongemakkelijker. En ik heb werkelijk geen idee wat ik moet zeggen en kraam een onverstaanbaar “Ok. Thank you. Bye.” uit en loop naar mijn vriendinnen. Onderweg zie ik dat hij een hartje heeft gemaakt van de warme melk in mijn koffie. Wow. Ik draai mijn hoofd nog een keer om en lach naar hem. Breeduit. Hij knipoogt. Hij ziet er zo anders uit dan mijn crushes van afgelopen tijd. Geen tijdloos overhemd, geen lange mat van haar in zijn nek en al helemaal niet van die degelijke gaatjesschoenen.

Anna, Cath en Julia waren verwikkeld in een zeer vermakelijke analyse van een whatsappgesprek van Anna en een vriend van haar als ik aan kom lopen. “Dit is toch niet normaal!” Verongelijkt betoogt Anna dat hij met haar aan het flirten is, ook al heeft ze hem opgedragen dat niet te doen. Cath denkt er iets anders over: “Vriendschap tussen man en vrouw is echt onmogelijk. Hoe vaak heb ik dat al gezegd? Ik zeg het je. Ik heb echt al te veel verontrustende verhalen over gehoord. Maar onze slettebak is gearriveerd! Dus dame,” en ze richt zich tot mij, “vertel even. Bart? Waarom precies?” En hun aandacht verplaatst zich naar mij met een vragenvuur. Blijkbaar heeft Anna al een goede teaser gegeven. Hoe kon ik in hemelsnaam me weer hebben ingelaten met Bart? Ik wist toch dat hij… en dat ik dan… en dat wij nooit… Mijn toelichting is kort: “Gisteren leek het echt een supergoed idee. En ik ben echt te brak voor diepgaande analyses en gepreek.”

Anna ziet dan dat er een kaartje op mijn schotel ligt, pakt het en kijkt mij met grote ogen aan: “Zeg? Had je dit wel gezien?” Anna begint te giechelen en ik ben in complete verwarring. “Het is een geheime boodschap van de barista. Hij vraagt of je een keertje met hem wilt afspreken.” fluistert Anna. “En daaronder staat zijn telefoonnummer.” Er breekt totale hysterie uit: Cath en Julia uiten hun enthousiasme met een synchroon “Whaa!”, grissen het kaartje uit Anna’s handen, vallen nog net niet flauw van opwinding en lezen zijn tekst voor: “I was serious. Let’s grab a beer together one day.” Gênant. Drie paar ogen kijken mijn vragend aan. En ik? Ik denk dat er te weinig te gekke dingen in mijn comfort zone gebeuren.

The Twilight Zone

The Twilight Zone

Ik kan het eigenlijk wel zeggen. Het is niet iets om je voor te schamen. Het is gewoon zo. Ik ben niet goed in de liefde. Nooit geweest ook.

Het begint al bij het flirten. Oogcontact: ik weet niet hoe lang ik kan kijken voordat het raar wordt (wat het dus vaak wordt). Eerste gesprek: ik kan zo zenuwachtig zijn dat ik praat over dingen die me zelf niet eens interesseren. Dus, vond een collega, je moet op date met iemand waarvan je van tevoren al weet dat het past. Ja. Graag. Ze wist iemand die perfect zou passen. Ik heb dat weleens eerder gedaan, een blind date met iemand die ‘perfect past’ en toen zat ik ineens tegenover een 15 jaar oudere man met vetkuif en cowboylaarzen en dacht ik… ‘ehm ja, wat zegt dit over mij?’ Deze keer moest het dus wel echt passen, zei ik tegen de collega. Ze beloofde het. Ik gooide twee wijntjes achterover en ging. Ik kwam het café in en zag een sympathieke, leuke, stoere man. Mijn type. Met mannenhanden en ronde billen. Dit kon ‘m niet zijn. Het was ‘m wel.

En dan is het Hallo zenuwen. We bestellen wat te drinken. Ik wodka 7-up, hij ijsthee. Vreemd.
Ik: “Hou je niet van drank?”
Hij: “Nou, niet zo eigenlijk.”
Ik: “O.”
Hij: “Jij wel?”
Ik: “Ja. Ik ben eigenlijk een drankorgel.”

Tegen de verwachtingen van de eerste zinnen in, werd het een leuke avond. Het werd een leuke week. Ondanks te pittige risotto, een dronken huilbui en het per ongeluk te vroeg praten over kindernamen, werd het een leuke maand. Hij vond mij leuk, ik hem. En dan. Dan kom ik in The Twilight Zone terecht. The Twilight Zone is dat deel van hetgeen dat je hebt met elkaar (want je durft het nog geen relatie te noemen) tussen de eerste maand en de echte verkering in. Voor velen is dat een leuke tijd. Voor mij niet, want in The Twilight Zone komt de denker in mij naar boven. De denker trekt alles in twijfel: elk gevoel, elke lach, elke aanraking, elke steek van vreugde of verdriet wordt geanalyseerd. Zo stranden startende relaties al voordat we voor het eerst hand in hand hebben kunnen lopen. Dat is wat ik doe (als ik geen labbekak tref), ik denk alles kapot. En dat heb ik tot nu toe altijd gedaan.

Aan een goede vriend vertel ik over het Twilight Zone probleem en de twijfels die ik inmiddels heb over mijn nieuwe vlam. Hij smst me soms twee dagen niet, hij kijkt af en toe naar me met een blik waar ik ‘een gek gevoel’ van krijg en niet op een positieve manier, hij maakt geen ontbijt en ik maak altijd wel ontbijt. De denker is los.

“Je bent een debiel,” zegt de vriend. De vriend is niet altijd even sympathiek. Wel altijd even eerlijk, “hoe lang heb je nu iets?”
“Een maand.”
“Een maand,” hij zucht. “Hou op en doe normaal. Onderga het gewoon. Je hebt teveel films gekeken.”
“Ja?”
“Je weet het de eerste paar maanden niet.”
“Je moet het toch meteen weten? Dat hoor je altijd: ‘Ik wist het meteen.'”
“Man, ik wist het na een half jaar nog niet.”
“Nee?”
“Nee. Ben je gek. Het begin is een hel.”
“Een hel? Waarom heeft niemand mij ooit eerder vertelt dat het begin een hel is?”
“Omdat we allemaal doen alsof we relaties uit de films hebben.”

Ik vraag drie stellen naar hun Twilight Zone. Het eerste stel had een jaar lang zoals zij het noemen het grote ‘Ik Weet Het Niet Gevoel’, het tweede stel is in de eerste drie maanden drie keer uit elkaar geweest en de vrouw uit het derde stel zegt: ‘meid, ik vond hem de eerste zeven weken niet eens aardig!’ De denker gaat even in zijn mand liggen.

“Vind je hem leuk?” vraagt de vriend.
“Ja.”
“Vind je hem knap?”
“Ja.”
“Vind je hem grappig?”
“Weet ik niet.”
“Ah, daar wringt het. Als jij iemand niet grappig vindt, kun je wel stoppen. Maar grappig zijn, kan komen, voor humor is ruimte nodig. Ben jij al grappig?”
“Nee. We zijn allebei niet grappig. Over de sms waren we hilarisch en nu is er niks meer te lachen.”
“Wachten.”
“Ik wil niet wachten. Ik wil niet passen en meten en denken en twijfelen en verliefd zijn en weer denken. Ik wil niet constant in mijn hoofd controleren of hij wel lacht om mijn grapjes en of ik wel genoeg voel.”
“Het is niet anders. Doorbijten. En wachten.”

Ik vraag me af of ik niet anders ben dan de stellen, dat ik Twilight Zones heb omdat het ‘m gewoon elke keer niet is. Misschien blijft bij de juiste The Twilight Zone achterwege. Dat is wat ik het liefste wil. Ik wil dat het meteen goed voelt en dat we The Twilight Zone overslaan. Na die eerste maand wil ik een briefje. Die hij stiekem overgeeft tijdens het tanden poetsen. “Wil je met mij verkering?” en dat ik dan “Ja” terugschrijf en dat we maar een hele korte Twilight Zone hebben. Maar dat kan niet. Ik moet wachten. En voor deze jongen wil ik het wachten wel proberen.

Benieuwd hoe dit afloopt?
Ik ook.

De Labbekak

Labbekak

“Wat is die vent toch een vreselijke labbekak,” zegt mijn vader over een man die de sportkantine uitloopt. Ik ben zestien en hoor voor het eerst van mijn leven het woord labbekak. Ik vind het een fantastisch woord. Al weet ik niet wat het betekent.
“Waarom is die vent een labbekak?” vraag ik.
Heeft het iets te maken met z’n vieze haar, heeft de man net een slechte wedstrijd gespeeld of heeft ‘ie zweetvoeten?
“Moet je kijken,” zegt mijn vader met opgetrokken neus. Ik kijk en zie hoe de man openlijk flirt met andere vrouwen dan de zijne. Zijn hand streelt langzaam ruggen, zijn vingers halzen en zijn ogen fonkelen. Speels, maar beslist.

Een maand later zijn ze uit elkaar; zijn vrouw heeft de knoop doorgehakt. De relatie bleek al jaren in vervallen staat te verkeren en het geflirt forceerde het einde waar de man zelf niet voor durfde te zorgen. Gatsie, wat laf.
Ziehier, dit is de labbekak.

De jaren hierna, evolueerde de labbekak. Met de komst van de mobiele telefoon, had ‘ie ineens talloze, nieuwe labbekakkerige opties om een einde aan een relatie te maken. Toen ik zelf iets in de liefde ging doen, vanaf mijn 20e ongeveer, kwam ik deze nieuwe labbekak in het wild tegen. Veelvuldig. Een labbekakken top vier is op zijn plaats.

Op nummer 4. De jongen die me na een maand daten, het volgende whatsappte.
“Ik vind je echt heel leuk. Maar het was natuurlijk net uit met mijn vriendin, dat wisten we en je bent gewoon te leuk voor de rebound. Ik wil je niet als rebound. Ik wil ermee stoppen.”
Tja. Wat doe je daaraan? Niks. Je gelooft het, je zegt dat je het snapt en je huilt een beetje. Je kiest ervoor om het als compliment te zien. Tot je erachter komt dat hij drie maanden later weer aan de vriendin is. Goh. Leuk. En dan denk je: heeft er iemand een rebound voor mij?

Op nummer 3. Een jongen waar ik in december een paar dates mee had, maar die niks van zich liet horen de week rondom 31 december. Op 2 januari kreeg ik een sms.
“Sorry dat ik niks van me heb laten horen. Stom. Ik zweer je dat je op de lijst stond van mensen die ik met Oud en Nieuw een berichtje wilde sturen.”
Au. Ik had er toen al mee moeten stoppen. Maar dat deed ik niet en daarom staat hij nog een keer in de lijst.

Op nummer 2. De jongen van nummer 3.
Weer een sms. “Ik weet dat ik je nu al een paar dagen niks heb gestuurd en dat wil ik goed maken door het uit te leggen. Ik vind je echt een leuke meid en vind het gezellig om bier met je te drinken, maar ik heb niet de behoefte om daarna met je te zoenen (enzo). Dus wat denk je, gewoon een biertje als vrienden de volgende keer?”
Een simpele “ik vind je leuk, maar mis de vonk”, had genoeg geweest. Vooral door de ‘(enzo)’ ben ik door de grond gegaan.

Op nummer 1. Na twee maanden lief bij elkaar logeren, werd ik gebeld.
“Ik denk dat we gewoon niet bij elkaar passen. We moeten er een punt achter zetten.”
– “Maar… ik ben morgen jarig.”
“Shit. O ja, eh… dan heb ik niks gezegd.”

De labbekak. Meestal is het een man, soms is het een vrouw. Soms word je zelf een labbekak. Niet zo lang geleden, had ik een paar afspraakjes met een lieve jongen die Spa rood dronk. Hij was ook nog eens leuk en grappig, maar ik voelde ‘het’ niet. Hij zag ons al met grijs haar en de kleinkinderen op schoot aan bubbelwater zitten, dat voelde ik gewoon. Maar ik voelde het niet en kon het niet vertellen, wilde zijn hart niet breken. Dus ik smste niet terug toen hij me een bericht stuurde. Ik belde niet terug toen hij belde. Laf was het. Op een gegeven moment gaf hij het op. Dat is nu vier maanden geleden. Toen ik afgelopen vrijdagnacht aangeschoten door de stad liep, kwam ik hem tegen. Hij liep over de stoep mijn richting op, ik wist niet wat te doen en ongemak maakte zich van mij meester. Door het ongemak deed ik iets debiels. Ik deed mijn ogen dicht en liep zeker tien meter zo door, om oogcontact te vermijden. Toen ik mijn ogen open deed, was hij weg.

En dan ben je ineens niets beter dan de man met vies haar bij de sportkantine of dan de jongens van hierboven. Ik ben de ultieme labbekak en haal mijn neus op voor mezelf. Sorry, echt sorry, lieve jongen; als ik je de volgende keer zie, trakteer ik je op een groot excuus met Spa rood. En jongens 4, 3/2 en 1, ik begrijp jullie nu ook. Ongemak is a bitch. Slecht nieuws brengen wil niemand. Dus ik vergeef het jullie. Voor nu. Omdat ik mezelf wil vergeven. Maar labbekakkerig gedrag moet niet kunnen. Ik stop er nu mee. Ik beloof het. Beloven jullie het ook?

De Digitale Datingscene

De digitale dating scene

Na een theatervoorstelling ergens in Brabant zie ik in de foyer een leuke jongen met zwart piekhaar en blauwe ogen aan de bar staan. Per ongeluk raken we aan de praat, de leuke jongen en ik. Waarover weet ik niet precies, maar het gesprek duurde een aanzienlijk aantal minuten waarin hij lachte en ik aan mijn haar plukte: er was chemie. Hij woonde ook in Utrecht, dus ik verzamelde moed en stelde een mooie slotvraag.
“Hé maar heb je dan soms een lift nodig? Ik rij in een gammel, zwart Twingotje en je bent van harte welkom.”
“Nou,” hij blaast wat piekhaar uit zijn oog, “dat wil ik in principe wel, maar ik blijf hier al bij een vriend slapen.”
“Ook goed natuurlijk,” zeg ik.
“Had wel gezellig geweest anders.”
“Ja. Misschien zie ik je dan eens in Utrecht. Zwaai maar als je me ziet rijden.”
“Doe ik,” een kleine glimlach.
Dat was het. Hij vroeg mijn nummer niet. Gaf geen drie zoenen. Hij zei Dag. Ik had ijdele hoop dat hij het net zo een leuk gesprek had gevonden als ik. Maar met het schouderklopje dat hij me bij het afscheid gaf, hielp ‘ie me meedogenloos uit mijn droom.

Eerst stond hier een uitgebreide alinea over hoe stom ik online daten vond en dat ik door een goede vriend toch ben overgehaald om me in te schrijven op een site. Omdat dit een beetje las als een pubermeisje dat op het politiebureau zegt “mam, ik wilde echt geen lippenstift jatten bij het Kruidvat, maar het moest van Cheryl” heb ik deze alinea weg gelaten. Bovenstaande situatie was wel het zoveelste schouderklopjes-moment, dus hopsakee, daar ging ik, de digitale datingscene in. Waarvan de voordelen zijn:
1. Je kijkt online, dus in het café kun je gewoon relaxed bier drinken met je vrienden.
2. Je kunt gesprekken terug lezen, zodat je achteraf weet wat je hebt gezegd (en je kunt langer nadenken over het bedenken van grappige of intelligente opmerkingen).
3. Je kunt ‘shoppen’ op de bank.

De digitale datingscene is niet de makkelijkste om in te vertoeven. Het is bijvoorbeeld moeilijk om een leuk verhaaltje over jezelf te schrijven: ik kwam niet verder dan zorgzaam, grappig en lief maar wel een pittig ding. Daar kwamen niet zulke hele aantrekkelijke jongens op af met namen als Pretwin, Probeerheteens82, I_Can_Feel en Elmo2000. De digitale datingscene is ook een beetje eng dus. Toen kreeg ik een mail van Koen. Koen was kok in Rotterdam, leek tof en na twee berichtjes spraken we af in een café.

“Hé, hallo,” Koen gaf me een hand en kwam met zijn hoofd naar voren om te zoenen.
“Hé, goedemiddag,” ik stak mijn hand uit en m’n hoofd bleef achter. Koen was tien kilo zwaarder dan ik had gedacht en tien centimeter kleiner. Hij droeg een lichtblauw overhemd.
“Zo, eerste keer voor jou, dit?” vroeg hij.
“Ja, eerste keer.”
“Hopelijk meteen de laatste,” hij knipoogde. Ik wist niet wat ik met dat knipoog moest en bestelde een koffie. Koen knipoogde tijdens het gesprek dat twee uur zou duren, dwangmatig veel. Hij was vooral ook zelf aan het woord, al zei hij 15 keer dat hij mij echt ook wat zou vragen, dat hij er helemaal niet van houdt om over zichzelf te praten. Koen vroeg hoe oud ik ook alweer was. De andere 14 vragen houd ik denk ik nog tegoed. Met een van tevoren bedachte slotvraag rondde ik het gesprek af.

“Ik moet zo wel echt weg, maar ik ben benieuwd naar wat jouw lievelingsgerecht is.”
“Dat moet je eigenlijk zien.”
“Je kunt het toch ook vertellen?”
“Wacht maar,” en zijn linkerhand gaat naar zijn rechtermouw. Hij maakt de knoopjes van zijn blauwe overhemd los en stroopt het omhoog. Er komt een champignon onder vandaan. Getatoeëerd. De mouw gaat verder omhoog. Ik zie peterselie en een kippenbout, knoflook, tijm en meer ingrediënten.
“Zo, eh…” stamel ik. “Dus je houdt van kip?”
“Coq au vin,” zegt hij.
Koen en ik hebben het bij deze ene date gelaten.

Na deze afspraak wilde ik tegen de vriend van wie ik digitaal moest daten, zeggen dat ik deze twee uur van mijn leven nooit meer terug zou krijgen en dat ik eigenlijk liever lippenstiften zou jatten bij het Kruidvat dan nog zo’n date te moeten ondergaan. Maar dat deed ik niet. Ik keek nog een keer rond op de datingsite. En schrok. Ik zag dat de leuke jongen – met het piekhaar en blauwe ogen – op mijn profiel had gekeken. Dit moest het lot zijn.

Hallo, wat is het fijn om in de digitale datingscene iemand tegen te komen van wie je op voorhand al weet dat hij normaal is. En toen wij elkaar hadden gesproken laatst, vond ik je ook nog leuk en grappig. Alleen jammer dat je geen lift wilde van mij in m’n zwarte Twingo…

Ik drukte op Verstuur bericht. Mijn hart zat in mijn keel. Ik kreeg een pop-up. Je kunt dit member geen bericht sturen. Je staat op zijn blacklist. Mijn hart bleef in mijn keel hangen. Ik wist niet dat je iemand kon blacklisten of wat blacklisten überhaupt was. Het bleek een tool te zijn waardoor je ervoor zorgt dat iemand jou niet kan zien, ik zag ‘m dus per ongeluk. Gatverdamme. In de kroeg heb ik ook wel eens een blauwtje gelopen, maar dit is een blauwtje op topniveau. Ik sta op iemands’ zwarte lijst.

Ik heb je de voordelen van online daten gegeven, de nadelen krijg je nu ook in een handig rijtje.
1. De persoon die je online ontmoet lijkt niet perse op de persoon die je in het echt ontmoet.
2. Geblacklist worden door iemand is best wel vernietigend voor je ego. En erger: de volgende dag kun je dat je ook nog herinneren.
3. Het hele derde seizoen van Game of Thrones is te downloaden. Veel leuker dan kijken naar Pretwin en zijn kornuiten.

Ik weet niet wat jullie doen, maar ik zet de digitale datingscene op mijn blacklist van het leven en ga naar de kroeg. Normale blauwtjes lopen. Dag.