Liegen

Liegen

Voordat je aan dit verhaal begint, moet je even het verhaal van vorige week lezen.

Met nul gulden in mijn zak stond ik voor het tijdschriftenrek in de Edah. Om me heen deden vrouwen zakken chips in karretjes waar nog flippo’s in zaten, maar ik had alleen oog voor de Hitkrant. Tussen de Margriet en de Yes sierde Peter Andre de cover. Mijn Peter, zoals ik hem kende uit de clip van Mysterious girl: met ontbloot gebruind bovenlijf en zijn zwarte haar in dunne strengen gestyled. Het blad beloofde een ‘mega poster’ van mijn grote liefde en die had ik nog niet. Ik had alleen kleine plaatjes in het Peter Andre schriftje dat onder mijn kussen lag. De poster moest ik dus hebben, maar mijn zakgeld was op. Nog een keer keek ik om me heen. Niemand. Ik stapte naar het rek, deed de Hitkrant open; precies in het midden. Koelbloedig haalde ik de poster eruit en verstopte in ‘m onder mijn jas. Ik was klaar om de Edah uit te lopen, samen met Peter Andre.
“Jij hebt iets onder je jas,” zei een meneer in een rood-wit schort. De Edah kleuren.
Zonder aarzelen keek ik de man streng aan. “Nee hoor,” loog ik.
“Jawel. Ik heb het gezien,” hij wees naar een camera die gericht was op de tijdschriften.
“Ik heb niks,” zei ik zonder te knipperen. Glashard liegen. Ik wist niet dat ik het kon.
“Luister, ik ga zo terug naar de kantine en dan kijk ik of je het terug legt. Als je het teruglegt, is er niks aan de hand. Als je het niet terug legt, bel ik de politie.”
De man liep terug en trok de deur naar de kantine dicht.
Ik hield Peter Andre onder mijn jas vast en rende naar buiten.

Gewetenloos loog ik voor Peter Andre. Dat is wat je doet voor de liefde. Je liegt, ook al is het niet makkelijk. Je liegt in de liefde niet alleen op heroïsche momenten zoals hierboven beschreven, nee, als je echt van iemand houdt, lieg je ook als er minder op het spel staat. Vind ik. En dat is niet iedereen met me eens natuurlijk. In het leven en de liefde zijn twee soorten mensen: mensen die liegen verachtelijk vinden en mensen die hun handen niet omdraaien voor een leugentje. Ik ben een type 2. Sterker nog: wat mij betreft is liegen een belangrijk element in elke gezonde relatie.

In een gezonde relatie zijn twee soorten leugens nodig. De eerste soort is liegen vóór je partner. Dit zijn leugens die je verspreid ten bate van hem of haar. Ik loog bijvoorbeeld voor Peter Andre in de supermarkt. Als je de baas van je vriendin opbelt om te zeggen dat griep heeft, terwijl ze eigenlijk alleen PMS heeft en chocolade wil eten, lieg je voor haar. De telefoon van je vriend opnemen en tegen zijn moeder zeggen dat hij niet lekker is en morgen terugbelt (zodat hij nu ongestoord voetbal kan kijken) is ook een voorbeeld. Beiden gevallen verdienen misschien niet de schoonheidsprijs, maar ik vind het prijzenswaardig dat je dat voor elkaar over hebt.

De tweede soort leugens zijn leugens tegen je partner. Dit zijn leugens die je tegen hem of haar vertelt, zodat hij of zij zich niet beroerd voelt. Het is complexere materie omdat je zware en minder zware leugens hebt. Zware leugens (zoals liegen over het feit dat je jarenlang een affaire hebt met de buurman), daar heb ik het zelf ook niet zo op. Maar als je echt van iemand houdt, doe je wel aan lichte leugens. Je zegt bijvoorbeeld tegen je vriendin dat je haar tijdens het weekendje weg met je vrienden écht wel hebt gemist, terwijl je zo dronken bent geweest dat je niet eens meer wist dat je een vriendin had. Of wanneer je vriend zijn iele lijf in de spiegel bekijkt, zijn soort van biceps probeert aan te spannen en dan teleurgesteld vraagt of hij echt heel mager is… lieg jij: “natuurlijk niet, mager, hoe kom je erbij, je bent juist afgetraind. Je bent precies goed.”

Zo denk ik erover. Maar zoals ik al zei, er zijn twee typen mensen. En het ene type kan niet goed met het andere type. Twee jaar geleden ontwikkelde ik deze theorie. Voor mijn vriendje (en mezelf uiteraard) had ik een zwart lingerie setje gekocht met allerlei spannende frutsels eraan. Ik vond dat ik heel sexy was en probeerde ook zo naar hem te kijken. Het vriendje keek glazig terug en zei niks.
“En?” vroeg ik toen ik het koud begon te krijgen.
“Tja. Ik vind het allemaal een beetje,” hij schudde zijn hoofd terwijl hij zijn neus optrok. “Je lijkt wel zo’n gothic vrouw. Die vrouw van Within Temptation. Nee, dat werkt niet voor mij.”
Beteuterd deed ik mijn badjas aan. Ik wou dat het vriendje had gelogen en zei dat ook. Hij trok verbaasd zijn wenkbrauwen omhoog en zei dat hij nooit tegen me zou liegen. Nooit. Als je elkaar de waarheid niet kan vertellen, wat voor relatie heb je dan, vroeg hij. Een goede, dacht ik toen voor het eerst in mijn leven, maar dat zei ik niet. Wel zei ik dat hij thuis moest slapen.

Echte liefde bestaat dus bij de gratie om te willen liegen en deze jongen had die bereidheid niet. Omdat hij de wereld zag in zwart-wit: dingen zijn goed of fout, je vertelt de waarheid of je liegt en dan is het makkelijk kiezen. Maar zo zit de wereld niet elkaar. De wereld zit vol met grijze gebieden en je moet niet alleen morele overwegingen maken, maar ook menselijke. Kiezen is dan lastig en liegen soms onvermijdelijk. Je begrijpt, ik was genoodzaakt om de relatie te beëindigen (maar niet alleen om het liegen, het bleek een geiten-wollen-sokken-jongen die vegetarisch at: ik kan toch niet met een man zijn die liever stukken aubergine op de barbecue legt dan stukken koe? Bovendien had ‘ie nog nooit Mysterious Girl gehoord. En toen ik het liedje wel liet horen en meerapte: “Baby girl, I said tonight is your lucky night…”, zei hij dat hij ook dat niet sexy vond. Wat? Ok. Doei.).

Afgelopen weekend zag ik de geiten-wollen-sokken-jongen, na twee jaar. Hij liep in de stad met een meisje aan zijn hand. Hartstikke leuk, vond ik in eerste instantie. Maar toen ik dichterbij kwam, ging het knagen. Het meisje was prachtig. Een lichtbruine huid, amandelvormige ogen, een bos donker haar omlijste haar hoofd en daaronder een klein, tenger lijfje.
Even hoopte ik dat we dat ding zouden doen dat exen soms doen waarbij je elkaar wel ziet, maar uit een soort van vermenging van respect en ongemak elkaar negeert. Maar nee. Hij liep resoluut op me af en het meisje slingerde er achteraan.
“Hoi,” zei hij.
“Hoi,” glimlachte ik.
“Dit is Sheila,” hij wees naar het mooie meisje. “We zijn verloofd.”
“Hoi Sheila,” ik werd een beetje kortademig en stak mijn hand uit. “Gefeliciteerd. Super.”
“Hallo, aangenaam,” ze schudde mijn hand en toonde me haar lach. Ik voelde de warmte van haar af komen. Dit was een mooie, maar ook een lieve meid. Hoe kwam hij daaraan? Had ik de geiten-wollen-sokken-jongen toch niet moeten laten gaan?
“Heb jij ook eh…” gemaakt keek hij langs me heen. “Iemand?”
Zijn ogen fonkelden. Hij had er plezier in dat ik niemand had.
Ik voelde ongemak. Ik voelde schaamte en toen voelde ik: liefde. Ik dacht aan wat je over moet hebben voor liefde. In een goede relatie lieg je voor de ander. Ik lieg voor de liefde!
“Ja,” zei ik en hield mijn hoofd schuin van verliefdheid. “Dat heb ik zeker, maar je kent hem vast niet. Peter heet ‘ie, het is een muzikant.”

Zo. Dat is pas liefde. Zelfliefde 2.0.

Reboundstory – gastblog

De eerste gastblogger van Achtentwintiger is Thijs Miedema* (achtentwintig min twee jaar oud). Thijs is een creatieve duizendpoot. Dat komt omdat hij geen keuzes kan maken. Daarom is hij acteur, zanger, docent, regisseur en schrijver en daarom schrijft hij proza, poëzie en toneel. Thijs wil met zijn schrijfwerk herkenning oproepen in alledaagse situaties, met een lach en een traan. En voor Achtentwintiger is dat met Reboundstory in ieder geval gelukt.

Reboundstories

Het is zaterdagavond en ik sta in de bioscoop. Met vrienden.
“Moet je doen,” zeiden ze, “dan ben je er even uit.”
Er even uit. Daar was ik aan toe, volgens hen. Een film met Schwarzenegger, Stallone en Statham. Fijn. Maar tegelijkertijd wil ik gewoon naar huis. Gewoon, beetje surfen. Naar ‘Heartless’ van Kanye West luisteren.

De zaaldeuren gaan open en we lopen naar binnen. Naast me loopt een stelletje. Ze lachen naar elkaar. Achter me vangt mijn beste vriend me op.
“Negeren,” fluistert hij.
Ik zucht nog eens diep. We lopen naar onze rij en gaan zitten. Terwijl de reclame begint te draaien kijk ik om me heen. Mijn vrienden zijn allemaal rechts van me gaan zitten en links zitten een paar meisjes. Heb ik weer. Het meisje naast me zit met haar vriendin te praten dus kan ik haar gezicht niet zien. Uiteraard word ik gelijk van rechts aangestoten.
“Donder op,” sis ik.
Ze draait zich om. Zou ze me gehoord hebben? Ze kijkt naar voren. Niks aan de hand dus.

Na de film zeggen mijn vrienden dat we naar de club gaan die vlakbij de bioscoop zit. Biertje drinken, chickies kijken. Welja, ik ben nu toch de deur al uit. We komen aan en een prachtig meisje doet de voordeur voor ons open.
“Welkom!” roept ze.
We lopen naar binnen en nemen plaats aan een tafel, waar alweer een bloedmooi meisje meteen aan komt gelopen met een allerliefste glimlach.
“Hello boys. Hoe kan ik jullie helpen?”
“Vijf biertjes,” zeg ik.
Mijn vrienden brullen en geloven nu definitief dat ik geen liefdesverdriet meer heb. Gelukkig maar, dan hoeven we het daar niet meer de hele tijd over te hebben.

Drie biertjes later sist mijn beste vriend in mijn oor.
“Dude, kijk achter je.”
Ik draai me om en zie het meisje uit de bioscoop. Op het moment dat ze mijn kant opkijkt, lijkt ze me te herkennen. Ze houdt haar hoofd een beetje schuin, glimlacht en zwaait. Ik zwaai terug. Geschrokken van mijn eigen reactie draai ik me gelijk weer om. Niet doen! Of is dit juist goed? Hoort dit bij het proces? Om zeker te weten dat ze mij bedoelde, bereid ik me voor om nog een keer om te draaien. Ik draai half en kijk recht in twee prachtige bruine ogen. Ze glimlacht weer.
“Hoi,” zegt ze.
“Hoi.”
“Goeie film?”
“Mwa. Wat vond jij?” stamel ik.
“Niet echt mijn ding. Maar mijn vriendinnen wilden hem zien.”
“En dan moet je ook nog mee naar deze suffe club.”
Mijn bijna flirterige opmerking verbaast me. Ze lacht.
“Nou, jij kijkt al de hele avond alsof er iets vastzit,” zegt ze.
“Zo zou je het kunnen zeggen ja.”
“Liefdesverdriet?”
“Jep.”
“Kut is dat he?”
“Dat kun je wel zeggen. Ik ben al de hele avond mijn telefoon aan het negeren, omdat ik haar wil appen.”
Waarom vertel ik dit aan een wildvreemde? Je moet toch nooit op de eerste date over je exen praten? Huh, eerste date? Hoe kom ik daar nou weer bij? Ik wil helemaal niet daten!
“Joehoe!”
Ze zwaait met haar handen voor mijn ogen.
“Hey, blijf es hier,” zegt ze.
Ik kijk schaapachtig terug. Dan lacht ze. Ze heeft intussen haar hand op mijn arm gelegd.
“Wil je dansen?”
Ik schud van nee.
“Snap ik. Kom, zoeken we een tafeltje.”
Ik laat me meevoeren. Als we zitten, stelt ze zich voor als Dora. Als ik zeg dat ik dat een gekke naam vind, moet ze lachen.
“Ik ook!”
Wat mooi, zo’n zelfspot. Dat had mijn ex niet. Maar ja, die had andere hele mooie eigenschappen… Ho, stop! Dit mocht niet! Niet aan denken!
“Vertel eens wat over jezelf,” zeg ik.
Weer moet ze lachen.
“Gatverdamme! Dat is waar je mee komt nu? Ik had gehoopt dat je wel iets beters zou bedenken.”
“Ik weet het niet,” zeg ik met een halve grijns.
“Weet je, ik vergeef je. Je bent gewoon een beetje zielig.”
“Ik ben niet zielig!”
Ze knipoogt.
“Jawel. Een heel klein beetje.”
Ze houdt haar wijsvinger en duim vlakbij elkaar. Er is alleen nog een spleetje te zien.
“Zo’n klein beetje.”
Dan buigt ze zich naar me en fluistert in mijn oor.
“En dat vind ik heel erg sexy.”
Haar hand ligt inmiddels op mijn been. Dat zielig zijn, dat bevalt me wel. Dan komen er ineens allerlei gevoelens los bij de dames, dat blijkt. Ik voel me ineens een stuk zekerder.
“Wat willen jullie drinken?” zegt de – ineens een stuk minder mooie – serveerster.
“Twee caipirinha’s,” zegt Dora, terwijl ze twintig euro op tafelt legt.
“Komt eraan!”
De dame pakt het geld en verdwijnt.
“Jij krijgt van mij een drankje en een wens.”
“Een wens?”
“Jep. Eentje.”
Daar moet ik ineens over nadenken. De gemiddelde man had ‘pijpbeurt op de wc’ gezegd. Maar ik vind Dora gewoon aardig. Ik ben helemaal niet in de stemming voor een ‘pijpbeurt’, zeker niet op de wc.

Ik zou gewoon graag heel lang en heel stevig willen knuffelen. Met Dora. Of mijn ex. Maar met mijn ex kan het niet en als ik dit nu tegen Dora zeg, krijg ik ongetwijfeld een caipirinha in mijn gezicht en de hoon van haar vriendinnen en mijn vrienden over me heen. Daar heb ik ook geen zin in.
“Weet je al iets?”
Ze kijkt me lief aan. In de paar seconden stilte die volgen, begint mijn hart als een razende te bonzen. En ineens durf ik het.
“Ik zou heel graag met je willen knuffelen. Gewoon, je vasthouden.”
Ze kijkt me indringend aan. Dan staat ze op. Fuck. Pakt mijn hand. Huh?
“Wat doe je?”
“Kom mee,” zegt ze resoluut.
Binnen een paar tellen staan we buiten. Op een rustig plekje staat ze stil.
“Nu moet jij de rest doen.”
Ik sla mijn armen om haar heen. Haar armen gaan onder de mijne door, haar handen rusten op mijn rug. Met mijn rechterhand ga ik door haar haren. Ze ruikt ontzettend lekker, merk ik nu. Ik zucht, waarop zij met haar handen over mijn rug aait. Ik merk dat ik opvallend rustig ben. Ik wil niet huilen, niet schreeuwen. Na een tijdje laat ze me los. Ik kijk om me heen, zie mijn vrienden naderen. Ze kust me.
“Ze weet niet wat ze mist,” fluistert ze.
Dan loopt ze weg. Haar geur blijft nog even in mijn neus hangen.

Nog meer reboundverhalen? Lees dan deze en dan kom je vanzelf ook op deze.

*O ja. Thijs heeft (nog) geen website. Mocht die er komen, dan komt dat hier te staan. Wil je voor nu iets weten over Thijs? Mail naar achtentwintiger@gmail.com en je krijgt contact!

Op zoek naar de knuffelrebound I

Op zoek naar de reboundknuffel I

Het is zaterdagavond en ik lig op de bank met een dekentje over me heen. Op de salontafel ligt een reep witte chocolade met crispy rijst, daarnaast liggen kaasjes en toastjes en de dvd van We Bought a Zoo. Herfstregen beukt al uren tegen mijn ramen en dat is prettig. Druppels horen bij mijn verdrietig zijn en het voortduren van de buien passen bij mijn impasse. Ik ben in de rouw en eet. Een trouwe vriendin zit naast me en eet niet, maar zegt om de hap hoe leuk ik ben. Dat is haar taak als de vriendin die ondersteunt tijdens het rouwproces na een verbroken relatie. De vriendin zegt dit net zo lang totdat de vrouw over de man heen is en langzaam uit haar rouwcocon komt. Ik heb er geen kwalitatief onderzoek naar gedaan, maar durf wel te beweren dat bijna elke vrouw dit proces op eenzelfde wijze aangaat. En als ik zo naar mijn trainingsbroek kijk in combinatie met het eten op tafel, gok ik dat ik op ¾ zit van een succesvol terugkeren in de maatschappij.

De vriendin kijkt me aan terwijl ik een groot stuk port salut in mijn mond doe en een glas wijn inschenk.
“Dit gaat niet meer,” zegt ze. “We gaan naar het café vanavond.”
Mijn hoofd beweegt nee.
“Jawel. Je moet weer, het is tijd om de markt op te gaan. Jurkje aan, parfum op, je hebt genoeg gerouwd. Het is tijd voor een rebound.”
“Met wie?”
“Met iemand, geeft niet met wie,” ze zucht, “er zullen vast wel jongens met baarden zijn ergens.”
Ik hou van baarden.
“Een rebound voor de seks bedoel je toch?’ vraag ik.
“Ja nou ja. Seks. Of zoenen.”
“Moet dat? Op zich wil ik wel een rebound, maar dan een knuffelrebound. Iemand waar ik mee kan kroelen, daar heb ik wel behoefte aan.”
Haar hoofd beweegt nee.
“Het gaat niet goed met je.”
Ik trek het dekentje tot onder mijn kin op: “het is nog geen tijd.”

Ik weet dat het nog geen tijd is, omdat de rouwperiode wordt gekenmerkt door vier essentiële opeenvolgende componenten. Ze zijn nog niet allemaal de revue gepasseerd. Het proces gaat als volgt. Na de eerste dagen van het grote grienen is daar al vrij snel het schaamhaarprotest. Het is een viering van onafhankelijkheid. Om de man (die er jammer genoeg geen weet van heeft) en het universum duidelijk te maken dat de vrouw de man die haar dumpte niet nodig heeft, stopt zij met het scheren van eigenlijk alle lichaamsdelen die ze dient te scheren.
De twee volgende componenten gaan hand in hand: het voedselpatroon en het kijken van familiefilms. Het voedselpatroon is variabel. Als een vrouw het gevoel heeft dat ze de vader van haar kinderen is misgelopen, eet ze niets omdat dit gemis niet is weg te eten. Weet ze wel beter, dan mist ze alleen iets warms met borsthaar en dat gemis is wel weg te eten. Dit zogenoemde troostvoeden geschiedt bij voorkeur voor de televisie. De ene vrouw kijkt romantische comedy’s, de ander ziet graag een familiefilm. Uiteraard zijn er ook films waarin een overlap zit.
Na deze eerste drie componenten heeft het lichaamshaar inmiddels zulke proporties aangenomen dat de vrouw niet zou misstaan op de apenrots in Blijdorp en dan is ze bijna klaar voor haar terugkeer naar de samenleving, oftewel, het café. Met component 4 zorgt de vrouw voor een totale loskoppeling van de man die haar dumpte: ze verandert iets aan haarzelf. Iets aan haar is anders dan toen ze met hem was. Ze is los, vrij, heeft bijvoorbeeld een nieuwe haarkleur en is weer beschikbaar.

“Het is wel tijd,” de vriendin trekt het dekentje van me af.
“Ik heb me nog niet geschoren, ik heb niks nieuws,” en ik zet We bougth a Zoo op.

We Bought a Zoo is een lieve film over een vader – Matt Damon – die sinds een half jaar weduwnaar is en twee kinderen heeft. In een opwelling koopt hij een dierentuin die van de ondergang gered moet worden, terwijl hij niks van dieren weet. Ik voel meteen een enorme band met Matt omdat we allebei een verlies hebben geleden, we blijkbaar allebei iets hebben met apen en ook hij weer terug moet de maatschappij in. Op een gegeven moment zitten vader en zoon voor het verblijf van de oude tijger Spar, die aan het doodgaan is. Ik ben al aan het huilen. De mannen praten voor het eerst sinds de dood van de moeder over hun emoties. De zoon vindt een meisje leuk, maar durft haar dat niet te vertellen. En dan zegt Matt:

‘All you need is 20 seconds of insane courage and I promiss you, something great will come of it.’

“Je bril. Doe je bril op,” zegt de vriendin als Matt Damon gelukkig is geworden, “we gaan de stad in.”
“Maar ik ga nooit het café in met een bril op. Mijn bril is voor tv kijken en computeren.”
“Kan me niet schelen, doe je bril op; dat is nieuw. We gaan, je hebt me gehoord.”
“Echt?”
“Ja, en je doet maar een broek aan want als je je nu nog moet scheren, kunnen we morgenochtend pas de stad in.”
“Oké”, zeg ik. “Oké.”

De rouwperiode is officieel nog niet ten einde, maar het verhaal van Matt stimuleert. Kan ik dit, het proces onderbreken, zonder de laatste twee componenten te hebben doorlopen? Ik weet het niet en voel aan mijn blote been. Ik kleed me om.
Wordt vervolgd.