31 is… really old! – Gastblog

Dichteres Andrea van Herk waagt zich vandaag aan een kort verhaal voor Achtentwintiger. Ze is onlangs 31 jaar geworden en vierde dat in haar eentje op Bali. Een backpackersparadijs waar jonge meisjes drinken en seksen. Maar ook het eiland van de yogi’s. En waar past Andrea bij op haar leeftijd? Ze neemt ons mee naar haar vakantie; naar de biertjes, naar het schrijven en naar haar verjaardag.

31 is… really old!

Ik keek naar de datum op mijn computer. Nog één dag tot de deadline van mijn gastblog. Had ik al mijn kruit verschoten? De afgelopen dagen had ik zoveel gegeven, vanmorgen nog, toen de tranen over mijn wangen liepen bij het schrijven van het stuk op mijn Facebook timeline. Later nog een keer bij een nieuw hoofdstuk voor mijn boek. En dit… dit moest goed zijn. “Doe er nog een leuke foto bij,” had Achtentwintiger gemaild terwijl ik achter mijn laptop in een restaurant in Ubud zat. Ik had me er niet echt op mijn gemak gevoeld. Behalve toen ik met mijn oordoppen in, luisterend naar Bob Marley, druk zat te schrijven.

Ik zat in een restaurant met enkel alleenreizende vrouwen, ze zaten allemaal alleen aan een tafel. Het waren er minstens tien op een rij en ze staarden wat voor zich uit. Overduidelijk op zoek naar iets waar van ze zelf volgens mij ook niet wisten wat het was. Ik had het grapje gemaakt vlak voor ik het vliegtuig was ingestapt, tegen de vriendin die me een afscheidsknuffel gaf. “Ben ik nu ook zo’n vrouw met een yogamat aan haar tas onderweg naar Ubud op zoek naar… zichzelf?” Ik was tenslotte ook al in India geweest. Maar nu ik zo tussen die vrouwen zat, viel er eigenlijk weinig te lachen. Dachten ze nou werkelijk zich hier op het Eat, Pray, Love spoor te kunnen begeven? De nieuwe spreuk van het eens zo lieve stadje was inmiddels getransformeerd in Eat, Pay and Leave. En ik begreep het.

Ik trof in Ubud overigens niet alleen zoekende vrouwen. De hele stad leek op zoek naar iets hogers dat hen zou bevrijden van het alledaags leed dat leven heet. Ook ik had er de hoop gehad enige staat van verlichting te kunnen bereiken. De reis heeft me wel een les geleerd, bedacht ik me; dat waar je ook bent, je altijd je eigen plan moet trekken. Zo had ik na de krankzinnige tantra workshop op dag vijf van het Bali Spirit Festival besloten niet meer naar het avondprogramma te gaan. Genoeg was genoeg. Ik had gewoon trek in bier. En schrijven. Werkt ook verlichtend.

Het Canadese meisje dat ik de avond er voor in een koffietentje had ontmoet, had gevraagd of ik samen met haar naar Canggu wilde gaan. De plek waar ik mijn reis begonnen was. Ze stelde voor aldaar een kamer te delen. Het was een goede deal. Samen een kamer voor 40 dollar inclusief yoga- en surfles, als we mijn polsbandje van het festival zouden laten zien. Na lang genoeg naar de vrouwen in het restaurant te hebben gestaard, was ik bij haar en nog een paar meisjes aangeschoven in het hostel. Terwijl ik tussen de iets te harde muziek en schreeuwerige neonverlichting een bintang large bestelde en probeerde te vertellen over de krankzinnige toestanden op het festival, realiseerde ik me dat de meisjes misschien niet zo met spirituele dingen bezig waren. Zij waren naar hier gekomen voor andere dingen. Het gesprek ging al snel over wie er nog gescoord had gedurende de afgelopen maanden. Het backpackers trail in Thailand en Vietnam dat ze – deels gezamenlijk – hadden afgelegd. Een reis vol drank, mannen en zo nu en dan wat sex. Ze waren allemaal al maanden van huis. Ik gaf eerlijk antwoord, toen ze mij de vraag stelden. Ik bleek degene te zijn die het kortst zonder sex zat. Dat hadden ze niet verwacht van deze yogi.

Even later ging het over horoscopen. Het Amerikaanse meisje was ook een ram. “When is your birthday?” vroeg ze. “Tuesday,” zei ik. Het Nederlandse meisje vroeg hoe oud ik zou worden. “Thirty one,” zei ik vol trots. Het bleef even stil. Wat blikken kruisten elkaar, maar niet de mijne. “But… thirty one is really old!” zei ze. Ik moest lachen. Allang blij dat ik mezelf en het leven tegenwoordig de moeite vind om het te vieren. “Weer een jaar dichter bij jezelf,” luidt dan ook de tekst op de verjaardagskalender op mijn wc.

Halverwege mijn biertje zei ik het Canadese meisje dat ik alleen terug zou gaan naar de plek in Canggu, in tegenstelling tot haar suggestie. Het was me daar erg goed bevallen en ik vond een eigen kamer wel zo prettig. Ik wilde nog wat wilde schrijven. Gewoon mijn eigen plan trekken. Ik gaf haar mijn festivalbandje zodat ze de korting alsnog kon fiksen, als ze dat wilde. De andere meisjes spraken inmiddels vol bewondering over de 33-jarige vrouw waar ze die dag mee naar yoga waren geweest en wat hadden rondgewandeld door de stad. Dat ze het zo goed voor elkaar had. En ze hoopten op een dag ook ooit zo te kunnen zijn. “Hoe precies?” vroeg ik. “Nou gewoon. Geld om te kunnen doen waar je zin in hebt. Niet in dorms te hoeven slapen. Gewoon je eigen plan te kunnen trekken. Een baan die je leuk vindt.” Ik gniffelde en klapte mijn laptop even open. Schreef wat dingen op.

Ik bedacht me dat ik altijd wel iets in Achtentwintigers verhalen herkende. De humor. Het gedoe met mannen. Het hebben van een eigen huis en hoe we die koude avond eind januari hadden gesproken over hoe graag we allebei schrijven. Dromen van een sprankelend debuut. Ze had in de Topklas gezeten. Ik was afgewezen. Ze heeft meer dan vijftienhonderd volgers op haar website. De mijne is nog steeds under construction. Ze heeft een uitgever. Ik (nog) niet. En toch had ze me gevraagd. Blijkbaar is het best aardig wat ik schrijf. “What are you doing?” vraagt het Nederlandse meisje. “Oh, I need to write some things down for a short story on a website next week. It is called Achtentwintiger / being twenty eight. It’s about life when you around that age,” zei ik. “Oh.” Ze zwegen. De lofzang over de 33-jarige leek inmiddels ten einde. Ik realiseerde me dat ik meer gemeen had met de 33-jarige dan met deze meisjes. Ik hoorde het mezelf zeggen. “I really like the nice things you girls said about your yoga friend,”… “but, let’s face it, thirty three is… really old!”

Meisjes

Meisjes

Het is vrijdagavond en mijn eettafel staat vol. Met tequila biertjes, nagellak, bolognese chips, wimperkrullers, veertien verschillende soorten oorbellen, make-up doekjes, thee en meer. Veel meer om op te noemen want ik heb een meisjesavond. Een avond met meisjes van in de dertig. Vandaag ben ik met mijn 29 jaar zelfs de jongste, al was ik de enige die bij het bier halen mijn identiteitsbewijs niet hoefde te laten zien.

Een van de mooiste kenmerken van vrouwen en hun avonden, is dat alles door elkaar wordt vertelt en dat iedereen in de kamer – lees: met een vagina – het begrijpt.
“Wat heb jij een mooie wimperkruller.”
“Je moet wel nagellak op hoor.”
“Ik wil nog een biertje.”
“Gewoon bij het Kruidvat.”
“Volgens mij zijn deze glitters teveel.”
“Is er nog bier?”
“Godver kijk dit nou.”
“Is dit too much?”
“Burp. Waar is het bier.”

Meisjes zijn meisjes die zich soms gedragen als jongens. Dat vind ik leuk aan ons. Maar op sommige avonden, zonder piemels; zijn we anders. Dan zijn we Een En Al Vrouw. Niet te verwarren met Een En Al Gezeik. Het begint als je vijftien bent en je voor het eerst naar de kroeg gaat. Opmaken. Praten. Breezers. Nog meer praten. Nagels doen. En daarna naar de Skihut, althans daar ging ik heen op mijn vijftiende met mijn meisjes. Als prachtige wezens dansten we vrolijk om onze berg tasjes heen. Waarom dat precies was, weet ik niet.

Pas als je ouder bent, merk je dat dit soort rituelen zich sporadisch ontvouwen. De meisjesavond is een avond waarin wij ons vormen. Hier bespreken we de angst van het niet-genoeg-zijn. Of het niet durven luisteren naar ons onderbuikgevoel op het werk. Hier spreken we uit dat we geen moeder willen worden. En leggen we de angst bloot die we hebben om het moederschap te missen als we echt besluiten niet te baren. Dit doen we tijdens het aanbrengen van foundation en het lakken van onze nagels. Deze handelingen dragen de woorden, ze zijn net zo belangrijk als het gesprek zelf.

Terwijl we deze vrijdag onze jassen aandoen om naar een nieuw feestje te gaan in een club die we niet kennen, roept een van mijn vriendinnen: “ja hallo. We nemen toch wel een BVO’tje mee?” Er wordt gelachen. Even vijftien. Het biertje voor onderweg gaat in onze tasjes. Het is een kwartier lopen. De kou is te koud voor onze benen in panty’s, maar onze lippen glanzen. Terwijl onze gympen grote stappen maken, denk ik aan volgend jaar. Heb ik dan nog meisjesavonden? Ja. Het jaar erop? Ja. Het jaar daarop? Ja.

We lopen in duo’s. Arm in arm, vlak achter elkaar. Af en toe wordt er wat geroepen. “Doordrinken!” of “Zijn we er al man?” Later zit in mijn hoofd. Wat gebeurt er als zij kinderen krijgen, ik geen moeder word, wat gebeurt er als ik wel moeder word of wij allemaal besluiten kinderloos te blijven? Verdwijnen de meisjesavonden met de komst van gezinnen of met de komst van een leeftijd waarop we niet meer naar feestjes mogen; wanneer dat dan moge zijn. In mijn hoofd is dat zo ongeveer veertig, maar ja, dat is makkelijk praten als je nog niet eens dertig bent. Ik knijp in de arm van de vriendin die mijn arm vast houdt. Ze is de oudste, 32 jaar.

Het feestje blijkt een Oud & Nieuw feestje te zijn, gewoon in november. Er lopen mensen rond van 18 jaar, maar ook van 38 en misschien nog wel ouder (of misschien zag de drank dat). Mannen en vrouwen dragen glitterjasjes en ik heb spijt dat ik mijn truitje met gouden pailletten niet aan heb. Er worden oliebollen uitgedeeld en mijn hoofd zit onder poedersuiker. Om 12.22 uur wordt er afgeteld van 10 naar 0. Iedereen wenst elkaar een gelukkig nieuwjaar.

Wanneer onze champagne op is, haal ik biertjes voor de meisjes en mij. Als ik met mijn dienblad van de bar wegloop, zie ik vier vrouwen. Zij zijn als wij, alleen 15 jaar ouder. Oubolliger haar, slechter opgemaakt, lievere kleren, maar dezelfde lach. Ze mogen nog op feestjes. Ze dansen rondjes en zwaaien met hun armen. Als ik goed kijk, zie ik dat ze rondjes lopen om hun tassen. Vrolijk dansen ze er omheen.

Moorkopwoensdag

Moorkopwoensdag

Appelkruimeltaarten, slagroomschnitts, mokkagebakjes en bananensoezen worden geroutineerd in witte doosjes gestopt en door vele handen aangepakt. In de groep mensen die zich voor de toonbank van de bakker heeft verzameld, is geen rij te ontdekken. Er staat een mevrouw van in de veertig met een vrolijke bloemenbroek, een meisje van veertien met donkerblond, vet haar, een man van in de zestig waarvan je weet dat hij een katoenen zakdoek vol snot in zijn broekzak heeft zitten; iedereen heeft deze woensdag trek in iets bij de koffie. Een mevrouw met kleine, witte krullen schuift langzaam maar vastbesloten naar voren. Op haar zwarte, platte schoenen met dikke enkels erboven, stiefelt ze mensen voorbij die eerder dan zij recht hebben op een moorkop. Want daar komt ze voor, de moorkop, zoals elke woensdag. De jongere mensen die ze voorbij gaat, kijken haar aan en denken wat we allemaal denken als we een bejaarde zien die haast lijkt te hebben. De mevrouw doet of ze gek is en duwt door. Alsof het haar voorrecht is om de wachtenden voorbij te gaan.

Wanneer ze bijna bij de toonbank is, staat ze stil van de aanblik van een jonge, frisse vrouw. Of is het een meisje? Ze is net geen dertig of pas geworden. Het is een plaatje. Zo eentje waar de mannen naar omkijken: een vrouw met blonde krullen en stevige billen. Vroeger had de mevrouw ook zulke krullen. Ze kijkt naar het uitgesneden, zwarte truitje van de meisjesvrouw, waardoor de zachte huid van haar borst is te zien. Onder haar dikke bril knijpen de ogen van de mevrouw zich samen, ze denkt aan haar eigen borsten. Hoe die vroeger net zo mooi waren, of mooier nog, sjonge, wat had ze daar een sjans mee. Menig man vertelde ze in haar tijd dat haar hoofd boven op haar nek zat en niet eronder hing. Zelfs de man die haar echtgenoot zou worden, gaf ze bij hun eerste ontmoeting een standje. Maar hij vond niet alleen haar borsten mooi, hij vond haar prachtig, helemaal.

Aan die borsten zette ze haar zoontje en later haar dochter, terwijl ze tuurde in opvoedboeken van dokter Spock. Later wachtte ze hen op met een kaakje bij de thee als ze uit school kwamen, samen luisterden ze naar hoorspelen van Saskia en Jeroen. Toen de kinderen de vierde klas waren gepasseerd, zocht ze een baan. Dat lukte. Ze werd geliefd en gewaardeerd. En niet alleen op haar werk. Ze was alom geliefd: als moeder, als werknemer en als geliefde. Ze kon alles tegelijk. Ze deed alles tegelijk.

Langzaam werden de kinderen ouder. Terwijl ze samen kaneelblokken aten, vertelde ze haar dochter dat ze niet moest schrikken als ze bloed in haar onderbroek zou vinden en dat ze samen binnenkort een bh zouden uitzoeken. Haar jongen vertelt ze over het vleien van meisjes en dat borsten bovenaan de nek zitten en niet eronder. Tijdens vakanties aan zee leerden haar man en zij de kinderen dat lief zijn, je best doen en moorkoppen op woensdag bij de koffie belangrijk waren. Het koffie inschenken op woensdagavond was de taak van haar echtgenoot. Dat heeft hij altijd gedaan.

Het leven was genieten. Maar op een dag zag ze het, in één keer zag ze het. Haar haren werden grijzer, haar borsten werden slapper, en zij, zij werd minder zichtbaar. Mannen keken haar niet meer aan, keken zelfs niet naar haar borsten. Kinderen hadden geen advies meer nodig en op haar baan mocht ze alleen datgene doen waarvan ze zeker wisten dat een vrouw van haar leeftijd dat zou kunnen. Ook als je in de overgang zou zitten. Haar man bleef hetzelfde, het maakte hem niet uit hoeveel ouder ze werd, dat ze dingen vergat, dat ze uitzakte, dat mensen langs haar heen keken. Hij wist wie ze was en wie ze was geweest. Bovendien hadden ze altijd de woensdagavondkoffie met een moorkop.

De meisjesvrouw met billen en borsten als de hare kijken naar haar. Ze denkt wat we allemaal denken als we een bejaarde zien voordringen. Met haar ellebogen verspert ze de weg, maar de mevrouw duwt nu stevig door en bestelt zoals altijd twee moorkoppen, één voor haarzelf en eentje voor haar man, die er niet meer is, maar dat wil ze niet uitleggen aan de bakker. De meisjesvrouw kijkt boos naar het gebak dat in een wit doosje wordt gedaan: ze was eerder aan de beurt. Ze zegt er wat van en leeft op van het gevoel dat ze niet met zich heeft laten sollen. Het gebeurd haar immers vaker. De mevrouw kijkt haar aan, glimlacht omdat ze haarzelf ziet praten. De meisjesvrouw ziet niets. Ze ziet niet dat deze mevrouw ooit, net als zij nu, een toekomst had. Dat de mevrouw toen ze haar leeftijd had, nooit had gedacht dat ze met dikke enkels, voordringend, twee moorkoppen zou bestellen. En ze ziet ook niet dat zij hier ook ooit zal staan, met dikke enkels, twee moorkoppen bestellend.