Reboundstory – gastblog

De eerste gastblogger van Achtentwintiger is Thijs Miedema* (achtentwintig min twee jaar oud). Thijs is een creatieve duizendpoot. Dat komt omdat hij geen keuzes kan maken. Daarom is hij acteur, zanger, docent, regisseur en schrijver en daarom schrijft hij proza, poëzie en toneel. Thijs wil met zijn schrijfwerk herkenning oproepen in alledaagse situaties, met een lach en een traan. En voor Achtentwintiger is dat met Reboundstory in ieder geval gelukt.

Reboundstories

Het is zaterdagavond en ik sta in de bioscoop. Met vrienden.
“Moet je doen,” zeiden ze, “dan ben je er even uit.”
Er even uit. Daar was ik aan toe, volgens hen. Een film met Schwarzenegger, Stallone en Statham. Fijn. Maar tegelijkertijd wil ik gewoon naar huis. Gewoon, beetje surfen. Naar ‘Heartless’ van Kanye West luisteren.

De zaaldeuren gaan open en we lopen naar binnen. Naast me loopt een stelletje. Ze lachen naar elkaar. Achter me vangt mijn beste vriend me op.
“Negeren,” fluistert hij.
Ik zucht nog eens diep. We lopen naar onze rij en gaan zitten. Terwijl de reclame begint te draaien kijk ik om me heen. Mijn vrienden zijn allemaal rechts van me gaan zitten en links zitten een paar meisjes. Heb ik weer. Het meisje naast me zit met haar vriendin te praten dus kan ik haar gezicht niet zien. Uiteraard word ik gelijk van rechts aangestoten.
“Donder op,” sis ik.
Ze draait zich om. Zou ze me gehoord hebben? Ze kijkt naar voren. Niks aan de hand dus.

Na de film zeggen mijn vrienden dat we naar de club gaan die vlakbij de bioscoop zit. Biertje drinken, chickies kijken. Welja, ik ben nu toch de deur al uit. We komen aan en een prachtig meisje doet de voordeur voor ons open.
“Welkom!” roept ze.
We lopen naar binnen en nemen plaats aan een tafel, waar alweer een bloedmooi meisje meteen aan komt gelopen met een allerliefste glimlach.
“Hello boys. Hoe kan ik jullie helpen?”
“Vijf biertjes,” zeg ik.
Mijn vrienden brullen en geloven nu definitief dat ik geen liefdesverdriet meer heb. Gelukkig maar, dan hoeven we het daar niet meer de hele tijd over te hebben.

Drie biertjes later sist mijn beste vriend in mijn oor.
“Dude, kijk achter je.”
Ik draai me om en zie het meisje uit de bioscoop. Op het moment dat ze mijn kant opkijkt, lijkt ze me te herkennen. Ze houdt haar hoofd een beetje schuin, glimlacht en zwaait. Ik zwaai terug. Geschrokken van mijn eigen reactie draai ik me gelijk weer om. Niet doen! Of is dit juist goed? Hoort dit bij het proces? Om zeker te weten dat ze mij bedoelde, bereid ik me voor om nog een keer om te draaien. Ik draai half en kijk recht in twee prachtige bruine ogen. Ze glimlacht weer.
“Hoi,” zegt ze.
“Hoi.”
“Goeie film?”
“Mwa. Wat vond jij?” stamel ik.
“Niet echt mijn ding. Maar mijn vriendinnen wilden hem zien.”
“En dan moet je ook nog mee naar deze suffe club.”
Mijn bijna flirterige opmerking verbaast me. Ze lacht.
“Nou, jij kijkt al de hele avond alsof er iets vastzit,” zegt ze.
“Zo zou je het kunnen zeggen ja.”
“Liefdesverdriet?”
“Jep.”
“Kut is dat he?”
“Dat kun je wel zeggen. Ik ben al de hele avond mijn telefoon aan het negeren, omdat ik haar wil appen.”
Waarom vertel ik dit aan een wildvreemde? Je moet toch nooit op de eerste date over je exen praten? Huh, eerste date? Hoe kom ik daar nou weer bij? Ik wil helemaal niet daten!
“Joehoe!”
Ze zwaait met haar handen voor mijn ogen.
“Hey, blijf es hier,” zegt ze.
Ik kijk schaapachtig terug. Dan lacht ze. Ze heeft intussen haar hand op mijn arm gelegd.
“Wil je dansen?”
Ik schud van nee.
“Snap ik. Kom, zoeken we een tafeltje.”
Ik laat me meevoeren. Als we zitten, stelt ze zich voor als Dora. Als ik zeg dat ik dat een gekke naam vind, moet ze lachen.
“Ik ook!”
Wat mooi, zo’n zelfspot. Dat had mijn ex niet. Maar ja, die had andere hele mooie eigenschappen… Ho, stop! Dit mocht niet! Niet aan denken!
“Vertel eens wat over jezelf,” zeg ik.
Weer moet ze lachen.
“Gatverdamme! Dat is waar je mee komt nu? Ik had gehoopt dat je wel iets beters zou bedenken.”
“Ik weet het niet,” zeg ik met een halve grijns.
“Weet je, ik vergeef je. Je bent gewoon een beetje zielig.”
“Ik ben niet zielig!”
Ze knipoogt.
“Jawel. Een heel klein beetje.”
Ze houdt haar wijsvinger en duim vlakbij elkaar. Er is alleen nog een spleetje te zien.
“Zo’n klein beetje.”
Dan buigt ze zich naar me en fluistert in mijn oor.
“En dat vind ik heel erg sexy.”
Haar hand ligt inmiddels op mijn been. Dat zielig zijn, dat bevalt me wel. Dan komen er ineens allerlei gevoelens los bij de dames, dat blijkt. Ik voel me ineens een stuk zekerder.
“Wat willen jullie drinken?” zegt de – ineens een stuk minder mooie – serveerster.
“Twee caipirinha’s,” zegt Dora, terwijl ze twintig euro op tafelt legt.
“Komt eraan!”
De dame pakt het geld en verdwijnt.
“Jij krijgt van mij een drankje en een wens.”
“Een wens?”
“Jep. Eentje.”
Daar moet ik ineens over nadenken. De gemiddelde man had ‘pijpbeurt op de wc’ gezegd. Maar ik vind Dora gewoon aardig. Ik ben helemaal niet in de stemming voor een ‘pijpbeurt’, zeker niet op de wc.

Ik zou gewoon graag heel lang en heel stevig willen knuffelen. Met Dora. Of mijn ex. Maar met mijn ex kan het niet en als ik dit nu tegen Dora zeg, krijg ik ongetwijfeld een caipirinha in mijn gezicht en de hoon van haar vriendinnen en mijn vrienden over me heen. Daar heb ik ook geen zin in.
“Weet je al iets?”
Ze kijkt me lief aan. In de paar seconden stilte die volgen, begint mijn hart als een razende te bonzen. En ineens durf ik het.
“Ik zou heel graag met je willen knuffelen. Gewoon, je vasthouden.”
Ze kijkt me indringend aan. Dan staat ze op. Fuck. Pakt mijn hand. Huh?
“Wat doe je?”
“Kom mee,” zegt ze resoluut.
Binnen een paar tellen staan we buiten. Op een rustig plekje staat ze stil.
“Nu moet jij de rest doen.”
Ik sla mijn armen om haar heen. Haar armen gaan onder de mijne door, haar handen rusten op mijn rug. Met mijn rechterhand ga ik door haar haren. Ze ruikt ontzettend lekker, merk ik nu. Ik zucht, waarop zij met haar handen over mijn rug aait. Ik merk dat ik opvallend rustig ben. Ik wil niet huilen, niet schreeuwen. Na een tijdje laat ze me los. Ik kijk om me heen, zie mijn vrienden naderen. Ze kust me.
“Ze weet niet wat ze mist,” fluistert ze.
Dan loopt ze weg. Haar geur blijft nog even in mijn neus hangen.

Nog meer reboundverhalen? Lees dan deze en dan kom je vanzelf ook op deze.

*O ja. Thijs heeft (nog) geen website. Mocht die er komen, dan komt dat hier te staan. Wil je voor nu iets weten over Thijs? Mail naar achtentwintiger@gmail.com en je krijgt contact!

Op zoek naar de knuffelrebound II

Op zoek naar de knuffelrebound II

Voordat je deel II van dit verhaal leest, moet je eerst even deel I lezen.

Ik sta voor het raam van het café en druk met mijn wijsvinger m’n bril omhoog. Ik ben toch een beetje in de war van de zoektocht naar de reboundknuffel die zo start en duw mijn neus tegen het raam. Ik zie nog geen potentiële knuffelman, wel twee vrouwen van in de dertig die met hun rug tegen de bar leunen. De een heeft een kort, donkerbruin kapsel dat haar hoekige kaaklijn accentueert. Ze draagt een strakke spijkerbroek met bruine enkellaarsjes eronder en op de riem van haar broek valt een gebroken wit, los topje. In dezelfde bruine kleur als haar laarsjes, glijdt een ketting met een azuurblauwe steen langs haar sleutelbeen. Het lijntje boven haar ogen is kaarsrecht en haar nagels zijn op z’n Frans verzorgd. Alles klopt. Ze is mooi. Of ze mooi genoeg is voor vanavond, weet ze niet. Haar ogen zoeken. Naast haar staat een blonde variant. Net zo mooi gemaakt. In principe zien ze eruit alsof ze leuke vriendinnen zouden kunnen zijn. Alsof ze een fijne avond kunnen hebben. Alsof ze kunnen lachen om elkaars opmerkingen. Maar dat is niet wat ze doen. Ze kijken rond en vergeten elkaar. Ze zijn mooi, nemen kleine slokjes wijn en wachten.

“Ik wil dit niet,” zeg ik tegen m’n vriendin. “Ik wil terug naar huis, kaasjes eten, films kijken, scrabble spelen.”
“Nee. We gaan naar binnen.”
“Moet je nou kijken,” ik wijs naar de vrouwen die ooit ook meisjes van achtentwintig waren. “Die speuren de kroeg af naar een man.”
“Ja en als je nou niet naar binnen gaat, word jij ook zo.”
Dat was de juiste snaar. Ik wil niet zo zijn. Ik wil altijd in het café staan om te lachen met vrienden. Of om te huilen, dat is soms ook nodig. Maar niet om te wachten.
“Kom, we gaan een baard voor je zoeken.”
Ik doe de pootjes van mijn bril goed achter mijn oren en we gaan naar binnen. Om te zoeken maar niet zoals zij dat doen.

Ik krijg een wodka-7up van de vriendin en zij neemt een wijntje. We kijken en ik heb sjans. Veel. Ik weet niet of ik voor mannen aantrekkelijker ben door mijn bril of dat ik het nu gewoon daadwerkelijk zie als er oogcontact wordt gezocht, maar er is animo. Het doet me weinig. Ik glimlach veel maar naar niemand in het bijzonder.
“Ik ben trots op je,” zegt de vriendin.
“Ja hoor.”
“Ja en nu wordt het beloond. Kijk, een leuke baard voor je,” ze wijst.
“Mwah.”

Normaal vind ik ze leuk. Normaal vind ik jongens met baarden mannen. En dan heb ik het natuurlijk niet over de hipsterbaard. Nee, mijn baarden zijn mooi en stoer tegelijk en drinken donker bier. Ze hebben bruine of groene broeken aan met grote zakken, waar een hamer of tang uit kan komen zodat ze ter plekke alles kunnen repareren. Tafels, lampen, m’n hart. Baarden hebben mooie, grote mannenhanden die beschermen, borsthaar komt boven het t-shirt uit en ze houden van honden. Sommige baarden nemen hun oerman zijn iets te serieus en zijn daardoor een beetje onhygiënisch, maar dat vergeef ik ze, want zelf houd ik ook niet van schoonmaken en bij de baard voel ik me een meisje.

“Echt niet?” de vriendin is verbaasd. “Hij heeft ook nog eens een staart.”
“Niks aan.”
“Wil je nog wat drinken?”

Ik pak mijn drankje aan en bedenk dat de baarden niet beter worden. Ik vraag me af of een vroegtijdig stoppen met het rouwproces zou kunnen resulteren aseksualiteit. Nee. Het moet iets anders zijn. Een slokje wodka loopt door mijn keel en ik kijk nog één keer rond. Maar nu, neem ik me voor, scan ik de ruimte zonder de baarden. Misschien is dat het, moet ik me openstellen voor jongens zonder gezichtsbeharing. De baarden doen niet meer mee. Ik kijk. En zie een jongen die ik eigenlijk heel de tijd al zag, maar niet bekeek. Hij heeft zich twee dagen niet geschoren, maximaal. Een zwarte broek zonder zakken heeft ‘ie aan en aan zijn voeten zitten Nike air max. Hij draagt een zwart truitje zonder uitstekend borsthaar en daarop een Adidas jasje met paarse en roze accenten. Door zijn zwarte bril met hip montuur kijkt hij me aan. Hij trekt zijn mondhoek omhoog, ik doe het terug. En voordat we iets naar elkaar kunnen seinen, stapt zijn vriend in mijn gezichtsveld en begint een gesprek. Onze bebrilde ogen missen elkaar.

Even later staat hij aan de bar.
“20 seconds,” zegt mijn vriendin met een beetje Matt Damon.
“Je hebt gelijk. Misschien is de bril de nieuwe baard.”

Ik loop richting de bar.
20 seconds, 20 seconds, 20 seconds, hoor ik in mijn hoofd.
Ik ga naast hem staan.
20 seconds, 20 seconds, 20 seconds.
De barmevrouw geeft hem zijn drie biertjes aan.
20 seconds, 20 seconds, 20 seconds.
Ik kijk hem aan.
20 seconds, 20 seconds, 20 seconds.
“Ik vind jou een leuke vent.”
Hij kijkt me aan, trekt een wenkbrauw op en loopt snel langs me heen.

“Goed geprobeerd,” zegt de vriendin als ik met een gebogen hoofd terug loop.
“Ja, goed geprobeerd. Misschien was het toch geen tijd,” ik doe mijn bril af.
“Misschien niet, maar je bent er wel uit geweest,” ze aait over mijn rug. “Zullen we lekker gaan? De zoektocht even opgeven?”
“Ja, ik ben moe.”

Ik trek mijn jas aan en loop richting de deur. De dames van in de dertig zijn ook nog alleen en lopen voor me het café uit. Ik vind het droevig dat ze zo mooi waren voor niks en wil ze bijna een knuffel geven. Maar zij zoeken natuurlijk ook naar een omhelzing van iemand iemand anders. Dan voel ik een kort, zacht tikje, van twee vingers misschien, op mijn schouder. Ik draai me om.
De baardloze, bebrilde man.
“Sorry,” zegt hij zachtjes. “Ik wist niet zo goed wat ik moest zeggen, net. Dus zei ik maar niks. Stom. Maar, ja, ik vind jou ook een leuke vrouw.”
Wat leuk! Wil ik zeggen. Wil je mijn nummer? Wil ik zeggen.
“O,” is wat ik daadwerkelijk zeg.
Tja. Matt heeft niet vertelt wat je na die 20 seconds moet doen.

Op zoek naar de knuffelrebound I

Op zoek naar de reboundknuffel I

Het is zaterdagavond en ik lig op de bank met een dekentje over me heen. Op de salontafel ligt een reep witte chocolade met crispy rijst, daarnaast liggen kaasjes en toastjes en de dvd van We Bought a Zoo. Herfstregen beukt al uren tegen mijn ramen en dat is prettig. Druppels horen bij mijn verdrietig zijn en het voortduren van de buien passen bij mijn impasse. Ik ben in de rouw en eet. Een trouwe vriendin zit naast me en eet niet, maar zegt om de hap hoe leuk ik ben. Dat is haar taak als de vriendin die ondersteunt tijdens het rouwproces na een verbroken relatie. De vriendin zegt dit net zo lang totdat de vrouw over de man heen is en langzaam uit haar rouwcocon komt. Ik heb er geen kwalitatief onderzoek naar gedaan, maar durf wel te beweren dat bijna elke vrouw dit proces op eenzelfde wijze aangaat. En als ik zo naar mijn trainingsbroek kijk in combinatie met het eten op tafel, gok ik dat ik op ¾ zit van een succesvol terugkeren in de maatschappij.

De vriendin kijkt me aan terwijl ik een groot stuk port salut in mijn mond doe en een glas wijn inschenk.
“Dit gaat niet meer,” zegt ze. “We gaan naar het café vanavond.”
Mijn hoofd beweegt nee.
“Jawel. Je moet weer, het is tijd om de markt op te gaan. Jurkje aan, parfum op, je hebt genoeg gerouwd. Het is tijd voor een rebound.”
“Met wie?”
“Met iemand, geeft niet met wie,” ze zucht, “er zullen vast wel jongens met baarden zijn ergens.”
Ik hou van baarden.
“Een rebound voor de seks bedoel je toch?’ vraag ik.
“Ja nou ja. Seks. Of zoenen.”
“Moet dat? Op zich wil ik wel een rebound, maar dan een knuffelrebound. Iemand waar ik mee kan kroelen, daar heb ik wel behoefte aan.”
Haar hoofd beweegt nee.
“Het gaat niet goed met je.”
Ik trek het dekentje tot onder mijn kin op: “het is nog geen tijd.”

Ik weet dat het nog geen tijd is, omdat de rouwperiode wordt gekenmerkt door vier essentiële opeenvolgende componenten. Ze zijn nog niet allemaal de revue gepasseerd. Het proces gaat als volgt. Na de eerste dagen van het grote grienen is daar al vrij snel het schaamhaarprotest. Het is een viering van onafhankelijkheid. Om de man (die er jammer genoeg geen weet van heeft) en het universum duidelijk te maken dat de vrouw de man die haar dumpte niet nodig heeft, stopt zij met het scheren van eigenlijk alle lichaamsdelen die ze dient te scheren.
De twee volgende componenten gaan hand in hand: het voedselpatroon en het kijken van familiefilms. Het voedselpatroon is variabel. Als een vrouw het gevoel heeft dat ze de vader van haar kinderen is misgelopen, eet ze niets omdat dit gemis niet is weg te eten. Weet ze wel beter, dan mist ze alleen iets warms met borsthaar en dat gemis is wel weg te eten. Dit zogenoemde troostvoeden geschiedt bij voorkeur voor de televisie. De ene vrouw kijkt romantische comedy’s, de ander ziet graag een familiefilm. Uiteraard zijn er ook films waarin een overlap zit.
Na deze eerste drie componenten heeft het lichaamshaar inmiddels zulke proporties aangenomen dat de vrouw niet zou misstaan op de apenrots in Blijdorp en dan is ze bijna klaar voor haar terugkeer naar de samenleving, oftewel, het café. Met component 4 zorgt de vrouw voor een totale loskoppeling van de man die haar dumpte: ze verandert iets aan haarzelf. Iets aan haar is anders dan toen ze met hem was. Ze is los, vrij, heeft bijvoorbeeld een nieuwe haarkleur en is weer beschikbaar.

“Het is wel tijd,” de vriendin trekt het dekentje van me af.
“Ik heb me nog niet geschoren, ik heb niks nieuws,” en ik zet We bougth a Zoo op.

We Bought a Zoo is een lieve film over een vader – Matt Damon – die sinds een half jaar weduwnaar is en twee kinderen heeft. In een opwelling koopt hij een dierentuin die van de ondergang gered moet worden, terwijl hij niks van dieren weet. Ik voel meteen een enorme band met Matt omdat we allebei een verlies hebben geleden, we blijkbaar allebei iets hebben met apen en ook hij weer terug moet de maatschappij in. Op een gegeven moment zitten vader en zoon voor het verblijf van de oude tijger Spar, die aan het doodgaan is. Ik ben al aan het huilen. De mannen praten voor het eerst sinds de dood van de moeder over hun emoties. De zoon vindt een meisje leuk, maar durft haar dat niet te vertellen. En dan zegt Matt:

‘All you need is 20 seconds of insane courage and I promiss you, something great will come of it.’

“Je bril. Doe je bril op,” zegt de vriendin als Matt Damon gelukkig is geworden, “we gaan de stad in.”
“Maar ik ga nooit het café in met een bril op. Mijn bril is voor tv kijken en computeren.”
“Kan me niet schelen, doe je bril op; dat is nieuw. We gaan, je hebt me gehoord.”
“Echt?”
“Ja, en je doet maar een broek aan want als je je nu nog moet scheren, kunnen we morgenochtend pas de stad in.”
“Oké”, zeg ik. “Oké.”

De rouwperiode is officieel nog niet ten einde, maar het verhaal van Matt stimuleert. Kan ik dit, het proces onderbreken, zonder de laatste twee componenten te hebben doorlopen? Ik weet het niet en voel aan mijn blote been. Ik kleed me om.
Wordt vervolgd.