Vierentwintig – gastblog

Normaal schrijft debuterend schrijver Robbert Meijntjes (achtentwintig min twee) over seksverslaafde bejaarden, hoeren uit de toekomst en nazistische ambtenaren. Met succes: hij won het literaire evenement Rotterdamse Lettertypes, schrijft voor het Haags stadsnieuws en is met zijn eerste boek bezig. Voor Achtentwintiger duikt hij even in zijn eigen emoties en dat levert het herkenbare stuk Vierentwintig op. Je klampt je vast aan wat je denkt dat komen gaat, aan wat je is beloofd. En dan dringt het tot je door: het besef dat het niet meer komen gaat.

Vierentwintig

Wanneer ik later vierentwintig ben, dan heb ik alles voor elkaar. Dan heb ik mijn eigen huis. Een vriendin, een kat en twee-en-een-halve kinderen onderweg. Dan heb ik een zolder, een schuur en een tuin. Dan heb ik mijn rijbewijs, mijn diploma en een vaste baan. Wanneer je vierentwintig bent, dan heb je alles voor elkaar.

Ik zie een goede toekomst voor je. Je bent een slimme jongen, je bent leergierig en je hebt humor. In je omgang met vrouwen laat je alle andere mannen ver achter je. Je hoeft niet kieskeurig te zijn want je hebt ze voor het uitkiezen. Je zou eens wat minder bescheiden moeten zijn.
Het geeft niet dat je faalangst hebt. Het is heel oké als je zakt naar het VMBO. Want je bent een slimme jongen. Je kunt dan later naar het MBO en daarna naar het hoger onderwijs. Je doet er gewoon wat langer over. Dat geeft niet.
Je kunt er niets aan doen dat je studie vertraging oploopt. Je vader is dood. Ik vind het nog steeds ontzettend knap dat je de moed niet hebt opgegeven. Op je cijferlijst heb je twee tienen, drie negens en een rij aan achten. Je hebt talent voor het vak dat je wilt gaan doen. Misschien kun je wel afstuderen in cum laude. Je bent een slimme jongen.

Maar waarom heb je dát dan gestudeerd? Je hebt vier jaar de verkeerde opleiding gedaan. Met Pedagogiek kun je geen maatschappelijk werker worden! Raar dat je dat nu pas hoort. We kunnen je dus niet aannemen maar wensen je natuurlijk veel succes. Misschien kun je terug naar school?
Ja, we hebben je graag terug als onze bezorger. Tenminste, totdat je iets beters vindt. Daar heb je natuurlijk voor gestudeerd. Dat begrijpen we. Alles komt goed!

Bedankt voor uw brief. Liever hebben we iemand met meer ervaring.

Hoe gaat het met je? Zo naar van je vader. Zeker wel raar om nu opeens met z’n drieën te zijn? Voor jou en je broer is het ongetwijfeld vervelend, maar voor je moeder is het natuurlijk veel erger. Die is haar maatje kwijt.
Wat kunt u mooie brieven schrijven! Maar we waren iets te enthousiast met uitnodigingen versturen. Uw cv is namelijk niet waar wij naar op zoek zijn. U heeft te weinig ervaring voor een functie bij Jeugdzorg. U bent dus eigenlijk voor niets gekomen.
Jongens, wat zullen we doen met de urn? Jullie wonen hier natuurlijk niet meer, maar ik nog wel. En nu is het net alsof jullie vader verstopt onderin de kledingkast van mijn slaapkamer staat. Het voelt een beetje vreemd.
Wij hebben uw voorbeeldige brief en bijgevoegd curriculum vitae met grote interesse gelezen. Het viel ons op dat u vorig jaar pas bent afgestudeerd. Wij zijn op zoek naar een kandidaat met minstens vijf jaar ervaring in het werkveld. Helaas is uw ervaring tot op heden dus niet voldoende. Ook vroegen wij ons af waarom u dit hele jaar bijbaantjes hebt gedaan in plaats van de nodige ervaring op te doen.

Ja, je kunt bij ons aan de slag als administratief medewerker. Het is een tijdelijk contract en je zit dan wel onder de grond alleen in een kelder. Is dit wel wat je wilt? Je bent tenslotte al 27. Volgens mij heb jij veel meer in je mars. Nee, andere openstaande functies hebben we niet.
Ha jongen, goed gedaan! Het is niet wat je wilt, maar het is toch iets? We moeten allemaal brood op de plank. Drie maanden, zei je? Dat is pittig. Maar meer dan je best kun je niet doen. Je hebt dit wel mooi zelf voor elkaar gekregen. Wees eens trots, en niet zo bescheiden.
We zijn allemaal tevreden over je. Ik hoor veel goede verhalen over je. En het is ook niets persoonlijks, maar we mogen je geen nieuw contract aanbieden. Bedrijfsbeleid. Ik vind het ook jammer, maar ik kan er niets aan doen. My hands are tied. Ik ben ook maar een simpele teamleider. Morgen ga ik er trouwens drie weken tussenuit. Ik kijk er echt naar uit! Ik heb echt behoefte aan een beetje rust. Ik ben er dus ook niet bij voor je afscheid.

Kijk, jongen, het is heel simpel. Blijf jij hier wonen, dan ga je daaraan kapot. Je hebt ontzettend je best gedaan, en ik weet dat je graag zelfstandig wilt zijn, maar de situatie is voor jou op dit moment gewoon onbetaalbaar. En naast al je financiële problemen, zit je ook nog eens niet lekker in je vel. Het een sluit het ander niet uit, maar volgens mij spookt er van alles rond in je kop. Gaat het wel lekker? Waarom ga je niet eens met iemand praten?
Ma, ik heb je lang niet gesproken, maar kun je naar me toekomen? Bij de supermarkt. Ik had twee volle boodschappentassen. Ik stond al bij de kassa en ik had ze ook al ingepakt. En toen deed mijn pinpas het ineens niet meer… Nee, dat weet ik niet. Want ik koop nooit iets voor mezelf. Ik weet gewoon even niet wat ik nu moet doen.
Zag je dat paard en dat schaap toen je je hand erop legde? Die beesten gingen helemaal in de chill-modus! Het was net alsof ze aan de drugs zaten. Gaat het wel?
Als u daar kwijtschelding voor wilt aanvragen, had u dat eerder moeten doen. U heeft daarvoor twee weken de tijd gehad. Voor normale mensen is dat duidelijk.

Je bent niet waardeloos. Jij hebt het talent om mensen te helpen om zichzelf te vinden en zichzelf te accepteren. Jij kunt contact maken met het grotere geheel en daarmee mensen en uiteindelijk de wereld helpen. Jij kunt dieren op hun gemak stellen en energie geven. Jij kunt door jouw goede kern, jouw liefde, de wereld een stukje beter maken. Dat is ook waarom je hier bent, om mensen zoals wij langzaamaan een betere en draaglijkere wereld te geven. En ik blijf in jouw buurt, zodat we het samen kunnen doen.
Lisette, kun je naar me toe komen? Ik heb eindelijk gedurfd om mijn post open te maken en nu weet ik niet wat ik moet doen.

Droom je nog steeds zoveel over oorlog? Vannacht schreeuwde je weer heel de wijk bij elkaar. Weet je nog waar het over ging? Weet je nog dat ik je naar me toe trok en dat alles toen beter was?
Het is heel dapper dat je hier zit. Hoelang heeft u deze klachten al? En daar is nooit iets mee gedaan? Ik schrijf u een recept voor en deze kunt u vanmiddag nog ophalen. Ja, want ik schrijf er ‘spoed’ bij. Dat wil helpen. En het lijkt me ook zeer nodig. U zult er wel heel moe van worden. Heeft u een partner? Heeft u iemand die u vertrouwt, dan? Katten zijn geen mensen.

Hey, ken ik jou niet ergens van? Jij bent toch schrijver? Ik zag je foto in de krant.

O ja! Wil je Robbert eens in levende lijve horen? Kom dan naar de door hem georganiseerde maandelijkse literaire avond: Frontaal. Soms is Achtentwintiger er ook.

Mijn stad

Mijn stad

19 jaar was ik toen ik Rotterdam verliet. De stad waar mensen hun mouwen opstropen, waar je zegt wat je denkt. De stad waar mijn eerste vriendschappen geboren zijn, waar ik voor het eerst verliefd werd, waar ik mijn diploma haalde en waar ik na het uitgaan bij Jaffa kapsalon ging eten.

Rotterdam was mijn stad, maar toch wilde ik een nieuw avontuur. Ik ging naar Utrecht en op kamers. Utrecht, waar ik mijn eerste vriendje kreeg en mijn eerste baan. Waar mijn hart talloze keren werd gebroken en bier het heelde. Waar ik vrienden ontmoette op een steiger of stoep en waar ik zoveel meer mee deelde. Utrecht was van mij en werd ook mijn stad. Ik was er begonnen zonder hulp van anderen en was er groot geworden. Nu is het bijna tien jaar later en ben ik echt een van de grote mensen, zoals je vroeger altijd had willen zijn.

Het gekke van nu is dat velen die ik hier ontmoette, de stad ook weer verlaten. Het is tijd, zeggen ze dan. Vaak gaan ze naar Amsterdam. Ik niet. Ik ben loyaal, dat is misschien het Rotterdamse in mij. Of misschien kan ik gewoon niet naar Amsterdam. Dat klinkt ook logisch. Maar hoe dan ook, ook in mij kriebelt het om iets te veranderen.

Toen ik op mijn 19e naar Utrecht verhuisde, verliet ik niet alleen de stad, ik verliet ook mijn vriendinnen. Het waren er drie. Drie meiden die ik op mijn veertiende ontmoette op de plaatselijke handbalvereniging en vanaf toen was het goed. We gingen op vakantie, maakten ruzie, kotsten onze longen leeg na het drinken van Blue Curaçao en maakten het weer goed. Het was goed. Toen ik vertrok, was het ’t moeilijkste om hen te verlaten. Want niet elke vriendschap is eeuwig en het is een risico om weg te gaan bij wat je kent. Maar ik hoopte dat ze zouden blijven.

En… ze zijn er nog. Ze zijn vrouwen geworden met een baan, een partner, een kind en ik ben geworden wie ik ben. In die tien jaar zagen ze mij worstelen met mezelf of mijn schrijven, ik zag hen worstelen met gebroken nachten en verkeerde hechtingen. Ze zijn vrouwen geworden die ik soms ook wil zijn en af en toe zien ze iets in mij dat zij ambiëren. Dat Rotterdam nog steeds mijn stad is, dat is zeker. Maar in welke hoedanigheid, dat weet ik niet. Dat mijn vriendinnen er nog steeds zijn, dat is ook zeker. Maar in welke hoedanigheid, dat wist ik ook niet toen we afgelopen vrijdag voor het eerst in tien jaar een weekend weggingen. Houden we het wel uit, een heel weekend bij elkaar, tien jaar, drie baby’s en vier ontwikkelde karakters verder? Is er nog genoeg basis om 48 uur bij elkaar te zijn?

In de auto kwamen herinneringen boven. En het eerste gelach. Over de gans die ons huisje binnen liep toen we het eerste weekend weggingen in de pubertijd. Over jongens die werden gezoend zonder dat we hun naam wisten een vakantie later. Over het bezoek van mijn vriendinnen met de grootste teddybeer die er bestaat toen ik in het ziekenhuis had gelegen. Later, met een paar shotjes Blue Curaçao spraken we over baby’s – gelukkig niet het hele weekend – maar ook over relatieperikelen, over therapie, over seks, over mijn boek en over onze toekomst.

Toen kwam er het moment dat de hoedanigheid zich onthulde. De foto die ik een half jaar geleden had doorgestuurd kwam ter sprake. Mijn vriendje had het uitgemaakt, ik had de dikste ogen ooit en stuurde een foto van mezelf over de groepsapp. Ik kreeg geen ‘o wat ben je zielig’. Ik kreeg een ook een foto. Een van de vriendinnen maakte een kiek van haar hoofd en zette die op de app. Ze had net zulke rode, opgezwollen ogen als ik, alleen had niemand het met haar uitgemaakt. Een chronisch gebrek aan nachtrust te danken aan haar nieuwbaken baby was de oorzaak. En toen wist ik het. We kunnen nog zoveel verschillen, maar we hebben dezelfde humor, dezelfde basis. Dat is het Rotterdamse. We zijn anders, maar hebben nog steeds dezelfde ogen.

Dit weekend maakte de beslissing makkelijker. Er moest iets veranderen en nu weet ik wat. Ik hou van Utrecht om zoveel redenen, maar ik moet terug naar Rotterdam om één reden: het is thuis. De vriendschappen in Rotterdam heb ik kunnen behouden, zo bleek dit weekend. Ik hoop dat ik over tien jaar met de Utrechtse vrienden, die ik op een stoep of steiger heb ontmoet, ook zo kan zitten in een bungalow. Want ook deze vrienden zijn anders, maar ook wij hebben een basis. Een ding moet ik ze nog wel leren voordat ik terug ga, al wat ik niet precies wanneer dat is. Blue Curacao drinken.

Kwetsbaarheid

Kwetsbaarheid

Vanaf het eerste moment dat ik hem zag, was ik verliefd op Johan. Oké, hij was flink wat jaren ouder dan ik, woonde in Denemarken, was een koeienboer en viel – zo bleek later – op vrouwen die Ingrid heetten, maar ik viel als een blok voor hem. Boer Johan was open, oprecht, aandoenlijk, grappig en kwetsbaar. Hij was mij.

Kwetsbaarheid: door Boer zoekt Vrouw merkte ik dat ik niet de enige was die het lastig vind. Boerin Aletta vond kwetsbaar zijn het moeilijkste dat er is, maar ook het stoerste. Johan kon niet anders dan kwetsbaar zijn en daar kreeg je gratis en voor niks tranen bij. Dat deed me denken. Want, hoe kun je kwetsbaar zijn, waarom wil je het en interessanter nog: waarom wil je het verbergen?

Ik ben er ook al mijn hele leven mee bezig. Op de basisschool verborg ik het kwetsbaar zijn. In groep acht had ik verkering met Mervin, maar denk maar niet dat ik hem een zoentje gaf ofzo, want ja, dan wist ‘ie echt dat ik hem leuk vond. Mervin vond het best, hij was allang blij dat ik hem lief vond. Op de middelbare school was ik nog lastiger, liet ik zelfs de Mervins van de wereld niet toe. In mijn twintiger jaren maakte het gebrek aan kwetsbaarheid mij verdrietig. Ik was de pre-Boer-Zoekt-Vrouw boer Johan geworden. De eerste aflevering zei hij wat ik dacht: “Ik kan het me eigen niet voorstellen dat er één is in de wereld die tegen mij zegt, ik hou van jou.”

Boer Johan had twintig jaar geen vrouw gehad, hij had zijn kop in het zand gestoken, tot hij besloot Yvon Jaspers te mailen. Hij deed niks aan ‘z’n eigen’, maar liet gewoon Ingrids uit Nederland aanrukken. Dat is één manier om ermee om te gaan; ik koos voor iets anders toen ik vond dat het anders moest en ging in therapie. Ik ging in therapie voor allerlei andere dingen waar jonge mensen voor in therapie gaan; beroepskeuzestress, moeizame relatie met een ouder, maar ook om kwetsbaar te worden. Ik wilde ooit met iemand samen zijn en dan moest ik dat kunnen toelaten. Het hielp. Na de therapie had ik mijn pittige randje nog steeds (want ik was vooral bang om die kwijt te raken), maar kon ook ‘meer van mezelf laten zien’, zoals dat zo mooi wordt gezegd door therapeutentypes.

Kwetsbaarheid betekent voor mij dus jezelf durven zijn, eerlijk zijn, je ziel bloot leggen, kansen geven aan dingen die eng zijn. Ik kan het nu een beetje, maar het is het moeilijkste wat ik ooit heb geleerd. In de liefde is het moeilijk om tegen iemand te zeggen dat je ‘m echt heel lief vindt, terwijl je niet weet wat hij voelt, terwijl je bang bent om afgewezen te worden. Het is nog moeilijker om dat tegen iemand te zeggen, terwijl je voelt dat hij het niet meer zo voelt. En waarom doe je het dan nog? Ik deed het wel. Keer op keer. De laatste keer dat ik een mannelijke Ingrid had, kon ik al van verre aan zien komen dat het niet ging werken. Misschien al vanaf de eerste date. En toch bleef ik het proberen. Ik stelde me open, was mezelf, zei wat ik voelde (dat waren allemaal lieve dingen) en hij voelde het even ook. Even was het leuk. En toen zei hij ineens een stuk minder vaak lieve dingen. Ik hield vol. Hij belde een stuk minder. Ik hield vol. Hij wist niet of hij mij niet leuk genoeg vond of gewoon bindingsangst had. Ik hield vol. Zonder na te denken of ik het wilde, ik wilde simpelweg dat hij mij wilde. Het was kwetsbaar zijn om het kwetsbaar zijn. Uiteindelijk hadden we een gesprek, waarin ik zei dat ik erin geloofde, dat ik verliefd aan het worden was. Hij keek naar me zoals Johan naar ‘grote’ Ingrid had gekeken en ik wist, ik ga naar huis en niet eens met Yvon.

En dat terwijl het bij Johan wel had gewerkt. Johan zei op de dag van het keuzemoment tegen ‘kleine’ Ingrid: “Ik zie jou gewoon zo graag” en begon te huilen. Kleine Ingrid nam zijn gezicht in haar handen, drukte een ferme kus op z’n lippen en liet haar koffiezetapparaat naar Denemarken verschepen.

Laatst sprak ik de jongen weer die naar me keek alsof ik grote Ingrid was. Hij zei: “Je had de eer aan jezelf kunnen houden. Moeten houden. Je wist allang dat het niks zou worden met mij, volgende keer moet je dat doen. Je bent veel te leuk om te blijven hangen bij iemand die jou niet leuk genoeg vindt.” Ik keek hem en dacht, wel verdomme, ben jij nou ook therapie? Maar gelijk had ‘ie wel. Het was trekken aan een dood paard. Ik had moeten stoppen. Ik had niet meer kwetsbaar moeten zijn. Ik had m’n ego niet moeten laten vermorzelen als een in elkaar gedeukt blikje cola om kwetsbaar te blijven. Sterker nog. Het was geen kwetsbaarheid geweest; het was angst, genoegen nemen met iets wat niet genoeg is, uit angst om de spreekwoordelijke boot te missen.

Met deze nieuwe kennis, met de liefde van Johan en Ingrid op mijn netvlies en het verlangen naar iemand ‘die gewoon voor mij eten bestelt in het restaurant, dus dan weet ze wat ik lust’, is het spel der liefde opnieuw geopend. Maar wat doe ik nu, kwetsbaarheidstechnisch gezien bij een volgende? Laat ik het voort slepen of ga ik de eer aan mezelf (leren) houden? Wil ik dat? Kan ik dat überhaupt? Wie het weet mag het zeggen. Trouwens, hoeft niet perse nu, want Johan heeft twintig jaar gewacht op zijn Ingrid en die zijn nu zo leuk, lief en schattig samen, daar wil ik ook best wel even op wachten (maar niet te lang, ik bedoel; ik wil niet alleen met mijn geiten op een boerderij in Bonaire overblijven).