Meisjes

Meisjes

Het is vrijdagavond en mijn eettafel staat vol. Met tequila biertjes, nagellak, bolognese chips, wimperkrullers, veertien verschillende soorten oorbellen, make-up doekjes, thee en meer. Veel meer om op te noemen want ik heb een meisjesavond. Een avond met meisjes van in de dertig. Vandaag ben ik met mijn 29 jaar zelfs de jongste, al was ik de enige die bij het bier halen mijn identiteitsbewijs niet hoefde te laten zien.

Een van de mooiste kenmerken van vrouwen en hun avonden, is dat alles door elkaar wordt vertelt en dat iedereen in de kamer – lees: met een vagina – het begrijpt.
“Wat heb jij een mooie wimperkruller.”
“Je moet wel nagellak op hoor.”
“Ik wil nog een biertje.”
“Gewoon bij het Kruidvat.”
“Volgens mij zijn deze glitters teveel.”
“Is er nog bier?”
“Godver kijk dit nou.”
“Is dit too much?”
“Burp. Waar is het bier.”

Meisjes zijn meisjes die zich soms gedragen als jongens. Dat vind ik leuk aan ons. Maar op sommige avonden, zonder piemels; zijn we anders. Dan zijn we Een En Al Vrouw. Niet te verwarren met Een En Al Gezeik. Het begint als je vijftien bent en je voor het eerst naar de kroeg gaat. Opmaken. Praten. Breezers. Nog meer praten. Nagels doen. En daarna naar de Skihut, althans daar ging ik heen op mijn vijftiende met mijn meisjes. Als prachtige wezens dansten we vrolijk om onze berg tasjes heen. Waarom dat precies was, weet ik niet.

Pas als je ouder bent, merk je dat dit soort rituelen zich sporadisch ontvouwen. De meisjesavond is een avond waarin wij ons vormen. Hier bespreken we de angst van het niet-genoeg-zijn. Of het niet durven luisteren naar ons onderbuikgevoel op het werk. Hier spreken we uit dat we geen moeder willen worden. En leggen we de angst bloot die we hebben om het moederschap te missen als we echt besluiten niet te baren. Dit doen we tijdens het aanbrengen van foundation en het lakken van onze nagels. Deze handelingen dragen de woorden, ze zijn net zo belangrijk als het gesprek zelf.

Terwijl we deze vrijdag onze jassen aandoen om naar een nieuw feestje te gaan in een club die we niet kennen, roept een van mijn vriendinnen: “ja hallo. We nemen toch wel een BVO’tje mee?” Er wordt gelachen. Even vijftien. Het biertje voor onderweg gaat in onze tasjes. Het is een kwartier lopen. De kou is te koud voor onze benen in panty’s, maar onze lippen glanzen. Terwijl onze gympen grote stappen maken, denk ik aan volgend jaar. Heb ik dan nog meisjesavonden? Ja. Het jaar erop? Ja. Het jaar daarop? Ja.

We lopen in duo’s. Arm in arm, vlak achter elkaar. Af en toe wordt er wat geroepen. “Doordrinken!” of “Zijn we er al man?” Later zit in mijn hoofd. Wat gebeurt er als zij kinderen krijgen, ik geen moeder word, wat gebeurt er als ik wel moeder word of wij allemaal besluiten kinderloos te blijven? Verdwijnen de meisjesavonden met de komst van gezinnen of met de komst van een leeftijd waarop we niet meer naar feestjes mogen; wanneer dat dan moge zijn. In mijn hoofd is dat zo ongeveer veertig, maar ja, dat is makkelijk praten als je nog niet eens dertig bent. Ik knijp in de arm van de vriendin die mijn arm vast houdt. Ze is de oudste, 32 jaar.

Het feestje blijkt een Oud & Nieuw feestje te zijn, gewoon in november. Er lopen mensen rond van 18 jaar, maar ook van 38 en misschien nog wel ouder (of misschien zag de drank dat). Mannen en vrouwen dragen glitterjasjes en ik heb spijt dat ik mijn truitje met gouden pailletten niet aan heb. Er worden oliebollen uitgedeeld en mijn hoofd zit onder poedersuiker. Om 12.22 uur wordt er afgeteld van 10 naar 0. Iedereen wenst elkaar een gelukkig nieuwjaar.

Wanneer onze champagne op is, haal ik biertjes voor de meisjes en mij. Als ik met mijn dienblad van de bar wegloop, zie ik vier vrouwen. Zij zijn als wij, alleen 15 jaar ouder. Oubolliger haar, slechter opgemaakt, lievere kleren, maar dezelfde lach. Ze mogen nog op feestjes. Ze dansen rondjes en zwaaien met hun armen. Als ik goed kijk, zie ik dat ze rondjes lopen om hun tassen. Vrolijk dansen ze er omheen.

Reboundstory – gastblog

De eerste gastblogger van Achtentwintiger is Thijs Miedema* (achtentwintig min twee jaar oud). Thijs is een creatieve duizendpoot. Dat komt omdat hij geen keuzes kan maken. Daarom is hij acteur, zanger, docent, regisseur en schrijver en daarom schrijft hij proza, poëzie en toneel. Thijs wil met zijn schrijfwerk herkenning oproepen in alledaagse situaties, met een lach en een traan. En voor Achtentwintiger is dat met Reboundstory in ieder geval gelukt.

Reboundstories

Het is zaterdagavond en ik sta in de bioscoop. Met vrienden.
“Moet je doen,” zeiden ze, “dan ben je er even uit.”
Er even uit. Daar was ik aan toe, volgens hen. Een film met Schwarzenegger, Stallone en Statham. Fijn. Maar tegelijkertijd wil ik gewoon naar huis. Gewoon, beetje surfen. Naar ‘Heartless’ van Kanye West luisteren.

De zaaldeuren gaan open en we lopen naar binnen. Naast me loopt een stelletje. Ze lachen naar elkaar. Achter me vangt mijn beste vriend me op.
“Negeren,” fluistert hij.
Ik zucht nog eens diep. We lopen naar onze rij en gaan zitten. Terwijl de reclame begint te draaien kijk ik om me heen. Mijn vrienden zijn allemaal rechts van me gaan zitten en links zitten een paar meisjes. Heb ik weer. Het meisje naast me zit met haar vriendin te praten dus kan ik haar gezicht niet zien. Uiteraard word ik gelijk van rechts aangestoten.
“Donder op,” sis ik.
Ze draait zich om. Zou ze me gehoord hebben? Ze kijkt naar voren. Niks aan de hand dus.

Na de film zeggen mijn vrienden dat we naar de club gaan die vlakbij de bioscoop zit. Biertje drinken, chickies kijken. Welja, ik ben nu toch de deur al uit. We komen aan en een prachtig meisje doet de voordeur voor ons open.
“Welkom!” roept ze.
We lopen naar binnen en nemen plaats aan een tafel, waar alweer een bloedmooi meisje meteen aan komt gelopen met een allerliefste glimlach.
“Hello boys. Hoe kan ik jullie helpen?”
“Vijf biertjes,” zeg ik.
Mijn vrienden brullen en geloven nu definitief dat ik geen liefdesverdriet meer heb. Gelukkig maar, dan hoeven we het daar niet meer de hele tijd over te hebben.

Drie biertjes later sist mijn beste vriend in mijn oor.
“Dude, kijk achter je.”
Ik draai me om en zie het meisje uit de bioscoop. Op het moment dat ze mijn kant opkijkt, lijkt ze me te herkennen. Ze houdt haar hoofd een beetje schuin, glimlacht en zwaait. Ik zwaai terug. Geschrokken van mijn eigen reactie draai ik me gelijk weer om. Niet doen! Of is dit juist goed? Hoort dit bij het proces? Om zeker te weten dat ze mij bedoelde, bereid ik me voor om nog een keer om te draaien. Ik draai half en kijk recht in twee prachtige bruine ogen. Ze glimlacht weer.
“Hoi,” zegt ze.
“Hoi.”
“Goeie film?”
“Mwa. Wat vond jij?” stamel ik.
“Niet echt mijn ding. Maar mijn vriendinnen wilden hem zien.”
“En dan moet je ook nog mee naar deze suffe club.”
Mijn bijna flirterige opmerking verbaast me. Ze lacht.
“Nou, jij kijkt al de hele avond alsof er iets vastzit,” zegt ze.
“Zo zou je het kunnen zeggen ja.”
“Liefdesverdriet?”
“Jep.”
“Kut is dat he?”
“Dat kun je wel zeggen. Ik ben al de hele avond mijn telefoon aan het negeren, omdat ik haar wil appen.”
Waarom vertel ik dit aan een wildvreemde? Je moet toch nooit op de eerste date over je exen praten? Huh, eerste date? Hoe kom ik daar nou weer bij? Ik wil helemaal niet daten!
“Joehoe!”
Ze zwaait met haar handen voor mijn ogen.
“Hey, blijf es hier,” zegt ze.
Ik kijk schaapachtig terug. Dan lacht ze. Ze heeft intussen haar hand op mijn arm gelegd.
“Wil je dansen?”
Ik schud van nee.
“Snap ik. Kom, zoeken we een tafeltje.”
Ik laat me meevoeren. Als we zitten, stelt ze zich voor als Dora. Als ik zeg dat ik dat een gekke naam vind, moet ze lachen.
“Ik ook!”
Wat mooi, zo’n zelfspot. Dat had mijn ex niet. Maar ja, die had andere hele mooie eigenschappen… Ho, stop! Dit mocht niet! Niet aan denken!
“Vertel eens wat over jezelf,” zeg ik.
Weer moet ze lachen.
“Gatverdamme! Dat is waar je mee komt nu? Ik had gehoopt dat je wel iets beters zou bedenken.”
“Ik weet het niet,” zeg ik met een halve grijns.
“Weet je, ik vergeef je. Je bent gewoon een beetje zielig.”
“Ik ben niet zielig!”
Ze knipoogt.
“Jawel. Een heel klein beetje.”
Ze houdt haar wijsvinger en duim vlakbij elkaar. Er is alleen nog een spleetje te zien.
“Zo’n klein beetje.”
Dan buigt ze zich naar me en fluistert in mijn oor.
“En dat vind ik heel erg sexy.”
Haar hand ligt inmiddels op mijn been. Dat zielig zijn, dat bevalt me wel. Dan komen er ineens allerlei gevoelens los bij de dames, dat blijkt. Ik voel me ineens een stuk zekerder.
“Wat willen jullie drinken?” zegt de – ineens een stuk minder mooie – serveerster.
“Twee caipirinha’s,” zegt Dora, terwijl ze twintig euro op tafelt legt.
“Komt eraan!”
De dame pakt het geld en verdwijnt.
“Jij krijgt van mij een drankje en een wens.”
“Een wens?”
“Jep. Eentje.”
Daar moet ik ineens over nadenken. De gemiddelde man had ‘pijpbeurt op de wc’ gezegd. Maar ik vind Dora gewoon aardig. Ik ben helemaal niet in de stemming voor een ‘pijpbeurt’, zeker niet op de wc.

Ik zou gewoon graag heel lang en heel stevig willen knuffelen. Met Dora. Of mijn ex. Maar met mijn ex kan het niet en als ik dit nu tegen Dora zeg, krijg ik ongetwijfeld een caipirinha in mijn gezicht en de hoon van haar vriendinnen en mijn vrienden over me heen. Daar heb ik ook geen zin in.
“Weet je al iets?”
Ze kijkt me lief aan. In de paar seconden stilte die volgen, begint mijn hart als een razende te bonzen. En ineens durf ik het.
“Ik zou heel graag met je willen knuffelen. Gewoon, je vasthouden.”
Ze kijkt me indringend aan. Dan staat ze op. Fuck. Pakt mijn hand. Huh?
“Wat doe je?”
“Kom mee,” zegt ze resoluut.
Binnen een paar tellen staan we buiten. Op een rustig plekje staat ze stil.
“Nu moet jij de rest doen.”
Ik sla mijn armen om haar heen. Haar armen gaan onder de mijne door, haar handen rusten op mijn rug. Met mijn rechterhand ga ik door haar haren. Ze ruikt ontzettend lekker, merk ik nu. Ik zucht, waarop zij met haar handen over mijn rug aait. Ik merk dat ik opvallend rustig ben. Ik wil niet huilen, niet schreeuwen. Na een tijdje laat ze me los. Ik kijk om me heen, zie mijn vrienden naderen. Ze kust me.
“Ze weet niet wat ze mist,” fluistert ze.
Dan loopt ze weg. Haar geur blijft nog even in mijn neus hangen.

Nog meer reboundverhalen? Lees dan deze en dan kom je vanzelf ook op deze.

*O ja. Thijs heeft (nog) geen website. Mocht die er komen, dan komt dat hier te staan. Wil je voor nu iets weten over Thijs? Mail naar achtentwintiger@gmail.com en je krijgt contact!

De Verandering

De vriendin van

Er is iets gaande. Iets waar we nooit over spreken. De Verandering. De verandering die je ondergaat wanneer je een relatie krijgt. Want je verandert. Al zeg je van niet. Al beloof je, met een wijntje in je hand op vrijdagnacht, van niet. Een vriendin en ik beloofden het aan elkaar. Een pact. Ook al zouden we verkering krijgen, we zouden niet alleen maar thuis op de bank hangen, we zouden onze vriendjes niet aan elkaar opdringen en we zouden geen zeurderige wijven worden.

Ik denk dat iedereen zo’n pact heeft met z’n vrienden voordat ze een relatie krijgen. Maar, wanneer De Verandering toch doorzet, spreek je daar niet over. Het is onbehoorlijk. Je zegt niet: “He ho eens even, gast. Dit hadden we niet afgesproken. Hoezo zit jouw vriendin ineens over al bij?” Of: “Zeg, waarom ben jij een saaie doos geworden? Ik heb geen wingwoman meer en kan wel janken.”

Mijn vriendin is inmiddels aan de man en de vrijdagavonden zijn niet meer hetzelfde. Ze lijken er nog wel op, maar hetzelfde zijn ze niet. We drinken nog steeds wijntjes, al is het niet meer tot drie uur ’s nachts. We praten nog steeds over mannen, al zijn het mijn verhalen. Een paar weken geleden nam ze thee in plaats van wijn. Ze lachte om mijn dateverhalen en soms keek ze droevig. Het is onbehoorlijk om te zeggen dat iemand een saaie doos is geworden, maar het is ook onbehoorlijk om te zeggen dat je het vrijgezellenbestaan een beetje verdrietig vindt. Als het half elf is, pakt ze haar jas, ik heb niks meer te vertellen en zij wil naar huis.
“Kom je anders gezellig een keer een filmpje kijken bij ons thuis? Met z’n drietjes. Dat hebben we nooit gedaan.”
Het is De Verandering. Ik kijk haar met grote ogen aan en wil zeggen dat we beloofd hadden dit nooit te doen.
“Volgende week vrijdag goed,” vraagt ze.
Ik wil nee zeggen, maar dat zeg je niet, dus ik zeg ja.

De volgende vrijdag fiets ik hard naar hun huis. Niet omdat ik er snel wil zijn, maar omdat ik snel denk en mijn trappers denken mee. Ik snap dat je wilt dat vrienden je partner leuk vinden. Heus. En soms werkt het goed. Maar toch: ik heb een vriendschap met mijn vriendin. Niet met haar vriendje. Als ik eenmaal binnen zit, gaat het wel. Een film staat op, wijn voor mijn neus.

“Schatje?” zegt de vriendin tegen haar vriendje.
“Hmm?” zegt het vriendje.
“Zou jij voor mij wat verse basilicum willen halen? Ik ben het vergeten.”
Hij kijkt op.
“We hebben het echt nodig.”
“We hebben toch ook basilicum uit een potje?”
“Anders vind je het niet lekker hoor.”
“Echt?”
“Alsjeblieft?”
“Oké.”

Dit was vreemd voor mij. Allereerst denk ik: waarom is basilicum uit een potje niet goed? Ik snap dat blaadjes lekkerder zijn, maar moet die knul daarvoor helemaal naar de supermarkt? En meteen daarna denk ik: dit had zij vroeger nooit gedaan. Zij had niet gezeurd om een vers plantje als er een potje in de kast staat. En als ze dat dan zo nodig moest, had ze het normaal gevraagd. Vroeger had ze haar vraag niet ingeleid met een liefkozing, om het halen van basilicum erna tot een gunst te verheffen. Zichzelf vervolgens verexcuserend, daarna de noodzaak van het ingrediënt benadrukkend, om tot slot het vriendjes eigen belang in de basilicum zaak tentoon te spreiden.

Hoewel het geen verschrikkelijke avond was geweest, had ik het gevoel dat ik een kant van haar had gezien die niet voor mij bestemd was. Die voor het eten tegen haar vriend zei: ‘je moet je handen nog wassen’ en toen hij erna nog even de stad in ging, riep: ‘niet te laat thuis he.’ Bij het afscheid zei ik niks over haar andere kant, ik zei dat het gezellig was en ineens… zat ik er de volgende week weer. We zouden eerst samen wat drinken en daarna pizza bestellen met het vriendje. Het vriendje belde. Zo ging het gesprek.
Vriendin: “He kom jij nog langs de Albert Heijn?”
De vriend weet dat zij weet dat hij langs een Appie komt: “Ja.”
Vriendin: “Kun jij wat meenemen liefje? Paar boodschapjes maar. Melk en broccoli.”
Tien minuten later belt vriendin weer: “He en we hebben ook helemaal geen aardappels meer in huis! Kun je dat ook meenemen en koffiefilterzakjes, kaas, zo’n basilicumplantje en o ja, het wc papier is ook op.”
Bah.
“Zo lief van je schatje,” zegt ze dan ook nog.

De week erop ‘kon ik niet’. Hoe kwam het dat ze zo’n kant had? We waren altijd open, onafhankelijk, oprecht geweest; niet creatief met mindcontrol. Het maakte me bang, want zij en ik, we hadden altijd op elkaar geleken. Zou ik dit ook doen als ik een lange relatie heb? Was ik ook al zo geweest met korte relaties? Ik dacht na. Jezus. Ja. Ik ben ook een manipulatief monster. Alleen op een andere manier. Zij speelt eredivisie mind control en ik vijfde klasse. Het schrikbarendste voorbeeld is een avond dat ik moe was, een beetje verdrietig en wilde dat mijn vriendje voor me zorgde. Hij kwam binnen, zag er prima uit, maar toch zei ik: “Ben je moe, wil je wat drinken, zal ik koffie zetten, heb je al gegeten, zal ik je handen even masseren dat vind je toch zo lekker?” Ik deed het met van alles. Wilde ik lieve smsjes ontvangen, ging ik lieve smsjes sturen. Wilde ik horen dat hij het fijn bij me vond, zei ik dat ik het fijn bij hem vond. Pure manipulatie, maar zo ingewikkeld, dat geen mens het zou begrijpen. En ik schoot er niks mee op. De avond dat ik wilde dat het vriendje voor me zorgde, heb ik de hele avond met olie in mijn handen gestaan. Om mee te koken en om mee te masseren.

Het is onbehoorlijk om te zeggen dat iemand het slachtoffer is van De Verandering, maar uiteindelijk heb ik het toch gezegd. Ik zei dat ik haar altijd lief zou vinden, maar dat ze een zeurderig monster was bij haar vriend met een voorliefde voor mind control. Ik vertelde dat ik het ook had gedaan en dat we er allebei onmiddellijk mee moesten stoppen. Dit waren die de vrouwen die we wilden zijn. Ze liep rood aan. “Wat erg,” zei ze. “Wat erg.” We dronken een fles wijn leeg, het was weer als vanouds en ze zei: “Maar hoe zorg ik er dan voor dat hij doet wat ik wil?” Ik lachte droevig. Het was niet helemaal als vanouds. Ik dronk – zoals een vrijgezel betaamt – wat meer om vanouds weg te spoelen.

Gedesillusioneerd zat ik de volgende vrijdag alleen met een wijntje op de bank. Veranderen we allemaal? Kunnen we er niks aan doen? Kan ik er iets aan doen? Ja. Ik doe er iets aan en besluit:
1 Dat ik De Verandering altijd bespreekbaar zal maken, ook al is het pijnlijk. Niemand wil een zeurderige, manipulatieve vrouw zijn. Ook niet per ongeluk.
2 Dat ik bij de volgende man gewoon vraag wat ik wil. Gewoon vragen zou kunnen werken.
3 Dat ik altijd een plantje basilicum in huis zal hebben.